Nietzsche in nueva germania

Ben McIntyre, Vergeten vaderland. Vertaald door Kees van Ginneken,: uitgeverij Balans, 224 blz., f 34,50
HET VERHAAL IS even potsierlijk als overbekend. Het echtpaar Elisabeth en Bernhard Forster wenste het oude Germania van joodse smetten te bevrijden. Dat bleek niet zo eenvoudig als het leek, ondanks de oorstrelende akkoorden waarmee hun vriend en geestverwant Richard Wagner dit ideologisch streven ondersteunde. Dus verhuisde het echtpaar Forster naar Paraguay om daar de kolonie Nueva Germania te stichten, een rassenreine heilstaat, wars van de deformerende invloed van het joodse kapitalisme.

Het was, als men Elisabeth mag geloven, het paradijs op aarde. ‘De vrouwen van de kolonisten die samengebracht waren maakten koffie en onze Nieuwe Duitsers zaten samen onder een prachtige, schaduwrijke boom. Ze hadden allemaal open en eerlijke Duitse gezichten. Vervolgens hield Herr Enzweiler, een zeer ijverige en capabele kolonist, een welkomstspeech, hief zijn glas en riep “Lang leve de Moeder van de Kolonie”, wat me verheugde. Vergezeld door de klanken van “Deutschland, Deutschland uber alles” gingen we weg en reden we naar ons huis.’
Dat was het Forster-huis, het luxueuze onderkomen dat het tweetal voor zichzelf had laten bouwen. De andere kolonisten zaten in hun lemen hutten te verkommeren. Nee, de joden hebben nooit veel in dit Nieuwe Germania gezien. Die waren wel wijzer, zij beschikten over te veel joodse handelsgeest om niet te zien dat de bodem te onvruchtbaar was om te oogsten - en het weinige dat aan de dorre grond werd ontwrongen, kon onmogelijk worden geexporteerd door het volkomen gebrek aan aanvoer- en afvoerwegen.
DUS GING DE firma Nueva Germania failliet, even nadat Bernhard Forster zich met veel Germaans pathos het leven had benomen. Zijn weduwe ging met de staart tussen de benen naar het Oude Germania terug, waar zij zich onmiddellijk op haar halfkrankzinnige, bijna overleden broer stortte, die inmiddels tamelijk beroemd was geworden en waaraan dus, merkte zij, wel een centje te verdienen viel.
Die broer was Friedrich Nietzsche, de filosoof die lang niet altijd de wijsheid in pacht had maar in elk geval niet gediend was van het moerasgas dat rond zijn zuster, dat 'wraakzuchtige antisemitische gansje’, hing. Helaas was hij toen zij zich, teruggekeerd uit Zuid-Amerika, over hem ontfermde al op sterven na dood. Zij lijmde de nagelaten splinters aan elkaar en bracht dit filosofisch allegaartje op de markt onder de programmatische titel Der Wille zur Macht, onderwijl met ijver alle anti-antisemitische en antiteutoonse elementen ('Alle grote misdaden tegen vier eeuwen cultuur hebben zij op hun geweten’) verdonkeremanend, zodat menigeen tot op heden in de veronderstelling verkeert dat Friedrich Nietzsche eigenlijk de betoveroom van Adolf Hitler is geweest.
Interessant, vooral voor hen die zich interesseren voor intellectuele leugens en bedrog.
HET IS TROUWENS al menigmaal uitputtend gedocumenteerd, onder meer door H. F. Peters in zijn boek Zarathustra’s Sister (1977), dat een alleszins trefzeker beeld schetst van the Queen of Nueva Germania.
Ben McIntyre deed echter iets wat, bij mijn weten, niemand eerder heeft gedaan. Hij reisde een eeuw na dato naar Paraguay om uit te vinden wat er resteerde van dat stelletje Germaanse halvegaren. Brandend in de Paraguyaanse zon dobberde hij landinwaarts over de Rio Paraguay, Wagners Walkurenritt op de walkman. Zo wist hij de puinhopen van de voormalige kolonie te bereiken, waar waarachtig nog een paar uitgemergelde bejaarden rondscharrelden, met blauwe ogen en een zwaar Saksisch accent.
Voor zover zij nog enig Duits spraken, was het Duits van de ijverige speurder blijkbaar te rudimentair om iets interessants uit hun mond op te tekenen. Hij voerde in elk geval een paar opvallend oninteressante gesprekken, onder andere met een man die herinneringen ophaalt aan een zekere Friedrich Ilg. Waarschijnlijk was het Josef Mengele. Heus waar! 'Die man was Mengele, ik weet het gewoon.’
Een tweede bejaarde speelt een wijsje van vroeger op de harmonica. Een derde laat zich gewillig fotograferen met het portret van Adolf Hitler. Eigenlijk wonen zij vrijwel allemaal buiten de voormalige kolonie, waar weinig meer van over is. Een modderig pad is naar 'Luise N. de Forster’ vernoemd en het Forster-huis is inmiddels een varkenskot. Dan loopt McIntyre een soort intellectueel tegen het lijf, dokter Christoph Schubert, die de nazaten van de kolonisten hun aspirines en antimalaria-injecties geeft.
Daar moet dus een goed gesprek mee te voeren zijn. De schrijver bestookt de man onmiddellijk met nietzscheriana. Geloofde iedereen in de kolonie aan Nietzsche? Hoe interpreteert hij het idee van de Ubermensch? Wat is zijn opvatting over Nietzsche’s 'blonde beest’? Geen antwoord - 'Hij keek me wezenloos aan.’
Allicht, wie haalt het in zijn hoofd om midden in het oerwoud, terwijl je nauwelijks netjes aan elkaar bent voorgesteld, een diepgaand gesprek over de Filosoof met de Hamer te beginnen? Het is eigenlijk te onwaarschijnlijk om waar te kunnen zijn; de enige verklaring die ik voor dit gedrag heb, is dat de wereldreiziger wellicht van kop tot kont onder de Paraguyaanse dope moet hebben gezeten.
HET WAS INDERDAAD een gouden idee, deze zoektocht naar het terra incognita dat ooit Nueva Germania heette. Uitputtend heeft de schrijver zich voorbereid. Om dit gouden idee vervolgens volkomen te verpesten. Hij heeft Nietzsche gelezen en herlezen, zodat de lezer over de ene na de andere nietzscheaanse wijsheid struikelt. (Als de nachtelijke stilte van het oerwoud de schrijver enigszins op de zenuwen werkt, merkt hij op dat de filosoof het oor 'het orgaan van de angst’ heeft genoemd.) Het geeft dit boek een pseudo-diepte - al die wijsgerige Wichtigtuerei is in een typisch journalistiek verslag als het onderhavige irrelevant omdat je voor de beschrijving van een Zuidamerikaanse boomstronk nu eenmaal niet Ecce homo hoeft te hebben bestudeerd.
Zonde van al het geld dat reis en verblijf moeten hebben gekost. Zonde van de inspanningen van het, in de 'dankbetuiging’ genoemde 'team van BBC’s Time Watch’, wat mij doet vermoeden dat het manuscript tegen een, per definitie oppervlakkige, radioreportage heeft aangeleund.
Ben McIntyre heeft een maand in de voormalige kolonie doorgebracht, resulterend in twee-en-eenhalve bladzijde vrijwel verwaarloosbare mededelingen. De rest is studeerkamerhuisvlijt.
Wat heeft die man die vier volle weken in Nueva Germania eigenlijk uitgevoerd? Zijn muskietenbeten uitgeknepen? Het maakt zijn boek tot een raadselachtige mislukking, even raadselachtig als het onderwerp dat hij tevergeefs in kaart probeerde te brengen.