Hoofdcommentaar

Nieuw feminisme

Toen was het woord weer helemaal terug. Het is nog maar drie maanden geleden dat Hillary Clinton, de gedoodverfde Democratische presidentskandidaat, de handdoek in de ring gooide en klaagde over het vitriool van de vrouwenhaters. Ik schreef toen ferm op deze plek dat de Democratische voorverkiezingen aantoonden dat het aloude begrip seksisme het verdiende om afgestoft te worden, want de kwalificaties die Hillary naar haar hoofd gegooid kreeg, logen er niet om. Hoer, satan, heks, she-devil – het was geen kleinzerig vrouwengezeur om daar bezwaar tegen aan te tekenen.
En zie, mijn wens is verhoord: de afgelopen twee weken is dat gedateerde woord seksisme vaker gebruikt dan in de tien jaar ervoor, en rolde het uit de meest verrassende monden. De vraag is of die rehabilitatie nu verheugend is of niet.
Het kan niemand zijn ontgaan dat John McCain gouverneur Sarah Palin presenteerde als zijn gedroomde vice-president. Als een tornado ging zij na haar nominatie door de media, en nog steeds leven we in een briljante omgekeerde wereld. Het waren deze weken de Republikeinen, de stoere mannen en vrouwen die positieve actie altijd iets voor slachtofferfeministen vonden, die kritische vragen aan het adres van Palin afdeden als seksisme. Rudolph Giuliani bijvoorbeeld, als voormalig burgemeester van New York de man die zich liet voorstaan op zijn spijkerharde gevecht tegen de criminaliteit, zei het met uitgestreken gezicht: ‘Wanneer stellen jullie die vraag aan een man?’ Het was wat het Republikeinse establishment met zichtbaar genoegen herhaalde, als er werd gevraagd of Palin werk en gezin wel kon combineren. Om er nog aan toe te voegen: ‘Veel vrouwen zullen deze vraag beledigend vinden.’
Feminisme was altijd iets van links. Althans, de progressieve partijen omhelsden van oudsher de emancipatiebewegingen, ook van vrouwen. In de nieuwe omgekeerde wereld is het opeens rechts dat het feminisme opeist, nu ja, een nieuw feminisme. In de Amerikaanse media rollen de vrouwelijke opiniemakers over elkaar heen om duidelijk te maken dat Palin wél of absoluut geen feminist is. Laat ik voor de helderheid de argumenten wegen.
Tegen. Gloria Steinem, feministe van het eerste uur, ontwaart een sprankje goed nieuws: vrouwen hebben inmiddels zo veel politieke macht dat zelfs de antifeministische rechtervleugel ze probeert te paaien. Maar Sarah Palin is volgens haar de ongekwalificeerde vrouw die, zoals vaker, door haar baas naar voren wordt geschoven omdat ze het roerend met hem eens is. Of, volgens de treffender vergelijking van Maureen Dowd van The New York Times, Palin is de ignorante Eliza Doolittle en McCain de professor Higgins die haar moet vormen. Maar feminisme, aldus Steinem, gaat niet om een begeerlijke baan voor één vrouw, maar om een eerlijker bestaan voor álle vrouwen. Palin, vindt zij, heeft slechts een chromosoom met Hillary gemeen, want ze weet niets, heeft geen enkele dossierkennis, en keert zich tegen alles wat een meerderheid van de vrouwen belangrijk vindt, zoals het recht op abortus en seksuele voorlichting op scholen.
Ze doet zich voor als ‘supermom’, een vrouw die moeiteloos balanceert tussen haar vijf kinderen en haar niet geringe carrière, maar is ze geen slechte en egoïstische moeder? En is het beeld dat ze uitdraagt van de vrouw die dit allemaal alleen kan, zonder hulp, geen leugen? Zoals Ellen Goodman het in The Boston Globe formuleert: ‘Ze heeft niets nodig van iemand buiten haar gezin, ze lobbyt niet voor zwangerschapsverlof, gelijke beloning of gesubsidieerde kinderopvang.’
Vóór. De dwarse feministe Camille Paglia stelt het het meest onomwonden: Palin is voor het feminisme de grootste stap voorwaarts sinds Madonna. Ze is de verzinnebeelding van een gloednieuw gespierd feminisme, dat welbeschouwd teruggaat op de bikkelharde vrouwelijke pioniers die het Wilde Westen veroverden, baby over de schouder, Bijbel in de ene hand, geweer in de andere. Zij is een can-do-vrouw die op elanden jaagt en nooit met smoesjes komt aanzetten. Een verademing vergeleken met het zeuren en zaniken van de bourgeois feministen.
Andere vrouwen, zoals Cathy Young in The Wall Street Journal, zijn het hiermee eens. Palin rooit het allemaal mooi zelf, zonder om subsidie te bedelen. Ze heeft een ‘First Dude’ met flexibel werk die een groot deel van de zorg voor de kinderen draagt, en hij is geen feministisch watje.
Het pijnlijke is dat de tegenstandsters misschien de goede argumenten hebben, maar de voorstandsters de opgewekte toon. Tegen Palin zijn maakt zo’n defensieve indruk, alsof je het haar niet gunt omdat ze niet de juiste linkse denkbeelden heeft. Paglia schrijft dat feminisme om gelijke rechten en gelijke kansen hoort te gaan en niet over een gesloten club waar je alleen lid van kunt worden met de juiste papieren. Daar valt weinig tegen in te brengen, helaas. Wat links vooral moet doen is sterke vrouwen nog grotere kansen bieden. Waarom heeft Barack Obama het niet aangedurfd zij aan zij met Hillary de verkiezingen in te gaan? Hoe pluriformer het feminisme is, hoe beter.