MUZIEK Edgard Varèse in Amerika

Nieuw geluid in een nieuwe wereld

Zelden werkte een zelfgekozen ballingschap zo goed als dat van Edgard Varèse. Mecenaten schoten hem te hulp en de wolkenkrabbers inspireerden hem.

OP 18 DECEMBER 1915 ging Edgard Varèse aan boord van het stoomschip Rochambeau, waar hij de reis tussen Bordeaux en New York doorbracht in de goedkoopste klasse, een stapelbed op het tussendek. Hij droeg net genoeg geld bij zich om het in New York misschien twee weken uit te houden. Hij sprak nauwelijks Engels.
Twaalf dagen later, terwijl het schip de Hudson op voer, vergaapten de passagiers zich aan wolkenkrabbers tot wel vijftig verdiepingen hoog. Eenmaal door de douane betrok Varèse met zijn reisgenoot, de schilder Abel Warshawsky, een onverwarmd appartement aan West 88th Street voor nog geen dollar per nacht - vooraf te betalen. De Upper West Side was multi-etnisch, lawaaierig, vol straatkinderen, fruitkarren, ratelende trams. Het laatste geluid dat tot Varèse doordrong, alvorens hij zijn eerste nachtrust op Amerikaanse bodem doorbracht, was een aanhoudende machinefluit.
Varèse, na een dubbele longontsteking ontslagen uit het Franse leger, was de oorlog en de armoedige omstandigheden van Montparnasse per schip ontvlucht. Maar meer nog dan het erbarmelijke Europa achter te laten, was zijn doel het zinnenprikkelende Amerika tegemoet te treden. Ook in 1915 was Amerika al een droombestemming, zeker voor jonge, geestdriftige, getalenteerde en vooralsnog onbegrepen kunstenaars als Edgard Varèse. De 32-jarige componist was aangestoken door het Italiaanse futurisme en wilde niets minder dan het ontwerpen van een volledig nieuwe geluidswereld. ‘Ons muzikale alfabet moet worden verrijkt. We hebben ook dringend nieuwe instrumenten nodig’, poneerde hij in zijn eerste interview in de VS, drie maanden na aankomst. 'In mijn eigen werk heb ik altijd de noodzaak van nieuwe expressieve mogelijkheden gevoeld. Ik weiger me te onderwerpen aan geluiden die al gehoord zijn.’ En waar beter een nieuw geluid te vinden dan in een nieuwe wereld? Bovendien kon Varèse na een brand waarbij het grootste deel van zijn vroege werken verwoest werd, met een schone lei beginnen.
Als inspiratiebron zou Amerika niet teleurstellen. Varèse componeerde er zijn oorverdovende magnum opus Amériques. De titel moest volgens de componist niet letterlijk geografisch worden opgevat, maar: 'as symbolic of discoveries - new worlds on Earth, in the sky or in the minds of men’. Tussen die Amerikaanse droom en daadwerkelijke realisatie gaapte echter wel een groot gat. Het leven van een expat is ook niet altijd makkelijk - al maakte Varèse er zeker het beste van. Zijn belangrijkste eigenschappen waren charisma, visionair talent en onbeperkt zelfvertrouwen. (Een vriend betrapte hem op de opmerking, staand voor een spiegel: 'Ah, mon Dieu, pourquoi m'as-tu fait si beau, si jeune, si plein de talent, si aimé des femmes et si modeste?’) Het zou bij het vinden van geldschieters nog goed van pas komen.
Varèse logeerde uptown, maar wist dat de levendigste art scene zich tachtig blokken lager in The Village bevond. Op dag twee nam hij een metro richting Washington Square, waar hij de Photo-Secession Gallery van fotograaf Alfred Stieglitz bezocht. Zijn reputatie was hem vooruit gesneld, Varèse hoefde zichzelf nauwelijks te introduceren. Stieglitz bood hem een waardevolle ingang. Met collega-immigranten als Francis Picabia en Marcel Duchamp hernieuwde Varèse het contact, hij bezocht jazzconcerten en tentoonstellingen.
Hoe gezwind hij zijn eerste contacten ook legde, Varèse raakte snel door zijn geld heen en zag zich genoodzaakt hand- en spandiensten te verrichten tegen contante betaling: partijen orkestreren, piano’s verkopen, het dirigeren van muziek bij stille films. Via-via kreeg Varèse zelfs een aantal kleine bijrollen, waaronder in de film Dr. Jekyll and Mr. Hyde (als de edelman die zijn vrouw vermoordt met een giftige ring). Schnabbels, kortom; wat Varèse vooral nodig had om zijn grootse plannen te realiseren, was een mecenas.
Gertrude Vanderbilt Whitney had geen geldzorgen. Niet alleen was ze de dochter van spoorwegmagnaat en filantroop Cornelius Vanderbilt II, ook was ze getrouwd met een olie- en tabakerfgenaam, Harry Payne Whitney. In tegenstelling tot haar oppervlakkige echtgenoot interesseerde Gertrude Whitney zich wel voor kunst; ze had zich op het beeldhouwen toegelegd om aan de verstikkende omgeving van té veel rijkdom te ontsnappen. 'Ik heb intens medelijden met het type mensen dat geen enkele noodzaak heeft om te werken’, bekende ze, en besloot zich als mecenas beschikbaar te stellen voor noodlijdende en veelal onbekende kunstenaars. Haar Whitney Studio in Greenwich Village werd een levendig verzamelpunt voor beeldhouwers, schilders, musici, critici en kunsthandelaars.
Wanneer ze Varèse leerde kennen is niet geheel duidelijk, maar de eerste rekening die ze voor hem betaalde was een medische. In maart 1916 was Varèse inmiddels naar het Brevoort Hotel in The Village verhuisd, een populaire plek voor Franse artiesten. Terwijl hij op de bus wachtte, werd de componist geschept door een auto, met een gebroken been tot gevolg. Door een bevriende schilder hiervan op de hoogte gesteld, snelde Whitney op discrete wijze met onderhandse betalingen te hulp. Het werd het begin van een langdurige band.
Voor Varèse’s eerste echte megalomane project zou Whitney meteen duizend dollar bijdragen. Het betrof de Amerikaanse première in 1917 van Berlioz’ Requiem, een titanische compositie voor groot orkest, honderden koorleden, vier fanfares en zestien pauken. Mede door het concert op te dragen aan de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog wist Varèse het benodigde geld bijeen te brengen; Amerika zou korte tijd later zelf bij de oorlog betrokken raken en een francofiele stemming was al goed waarneembaar. In het Hippodrome aan Sixth Avenue, groot genoeg voor zesduizend toeschouwers, leidde Varèse zelf de uitvoering, met een koor dat voor het grootste deel bestond uit kompels van een kolenmijn in Pennsylvania.
'De uitvoering was uiteindelijk eerder stormachtig dan inspirerend’, becommentarieerde The New York Times het evenement na afloop. Maar Varèse was zelf zeer tevreden, werd als dirigent nu ook door de Cincinnati Symphony gevraagd, en voelde dat hij in het Amerikaanse muziekleven was doorgebroken. Een carrière als sterdirigent had zeker tot de mogelijkheden behoord, maar de Fransman benutte het momentum om zijn eigenlijke doel te bewerkstelligen: het emanciperen van de moderne muziek in het algemeen, en zijn eigen muziek in het bijzonder.

WELISWAAR BOOD New York een levendige muzieksector, met onder meer de Metropolitan Opera, New York Philharmonic en de New York Symphony Society. Maar die instellingen waren conservatief ingesteld en voor de nieuwste experimentele muziek was er nauwelijks een podium. Lag dat aan een evenzo conservatief publiek? Dan te bedenken dat op het gebied van de moderne beeldende kunst New York wél warm liep. Varèse schreef deze discrepantie (volgens sommigen vandaag de dag nog steeds waarneembaar) toe aan de houding van beroemde musici: 'In de kunsten voor het oor vormden de virtuoos en de dirigent grote obstakels - denk aan mensen als Toscanini, voor wie muziek slechts een middel tot zelfverheerlijking vormt.’ De componist zou zichzelf uit deze situatie moeten bevrijden.
Dus was het in theorie een mooie aanvulling op het muzikale aanbod toen het New Symphony Orchestra door Varèse werd opgericht ten behoeve van de nieuwste muziek. Whitney nam op Varèse’s verzoek plaats in het bestuur, samen met drie andere welgestelde New Yorkse dames. Het bestuur wist een nuttig netwerk aan te spreken, en op een ingezameld startkapitaal volgde het openingsconcert in 1919 in Carnegie Hall.
Helaas: het programma met Casella, Bartók, Debussy en Dupont werd in de pers bekritiseerd om de afwezigheid van een Amerikaanse componist; en het chique publiek had niet eens de fut om tenminste een flinke rel te beginnen. Toen enkele bestuursleden hierna bij Varèse aandrongen op een toegankelijker programmering stapte deze boos op, meteen gevolgd door Whitney, die hem ook nu trouw bleef.
Amériques, in schetsfase waarschijnlijk al grotendeels voltooid, zou door het New Symphony dus nooit worden uitgevoerd. Maar de onvermoeibare Varèse hield moed. Hij stichtte de International Composers’ Guild (ICG) en trok daarbij een aantal lessen uit het verleden. De ICG organiseerde vooral concerten voor ensembles, hetgeen goedkoper en overzichtelijker was. Alternatieve locaties zoals Greenwich Village Theater werden daartoe uitgezocht, weliswaar uit financiële overweging maar met een non-conformistische sfeer als bijkomend voordeel. En wederom bood Whitney hulp. De ICG betrok een kantoorruimte binnen haar almaar uitdijende studio; Varèse kon rekenen op een maandelijkse bijdrage van tweehonderd dollar.
Eindelijk mocht hij nu genieten van uitvoeringen van zijn eigen werk op Amerikaanse bodem, te beginnen met Offrandes in 1922. De atonale, schijnbaar chaotische structuur van het bondige Hyperprism leidde tot een echte rel, waarna Varèse nog gewilder werd op feestjes. Octrandre en Intégrales volgden niet veel later, op steeds grotere podia. Hij trouwde met een schone Amerikaanse, Louise Norton, en vroeg het Amerikaans staatsburgerschap aan.
En nog steeds was Amériques niet uitgevoerd. In 1922 stuurde Varèse de partituur naar Leopold Stokowski, die als theatrale chef-dirigent furore maakte in Philadelphia. 'Het zwijn heeft mijn brief nog steeds niet beantwoord!’ fulmineerde Varèse zoals later opgetekend door zijn vrouw. Toen een reactie eindelijk volgde, sprak Stokowski van financiële en logistieke redenen waardoor uitvoering nog 'lange tijd’ op zich zou laten wachten. Varèse interpreteerde deze woorden als een definitieve afwijzing. Maar drieënhalf jaar later kwam het er toch van. Liefst zestien repetities nam Stokowski de tijd voor zijn 140-koppig orkest met gigantische slagwerksectie. Uitvoeringen in Philadelphia en Carnegie Hall maakten - als verwacht - heftige reacties los. Het publiek siste en schreeuwde, juichte en applaudisseerde. Een oude vrouw riep: 'And he dared call it America!’ Varèse was over de uitvoering zeer enthousiast.
Hoewel Varèse voor de Europese première een iets kleiner bezette versie maakte, werd Amériques daarna tot de jaren 1960 niet meer uitgevoerd. Klaarblijkelijk was de componist zijn tijd te ver vooruit. Amériques ontsnapt aan elke poging tot analyse, ontwijkt traditionele vormen, is tegelijkertijd monolithisch en extreem kleurrijk, belichaamt Varèse’s ideaal van 'georganiseerde klank’ maar wekt vaak de schijn van complete chaos, is bloedserieus maar imiteert ook het geluid van een badeentje.
Varèse bleef van 1925 tot aan zijn dood in 1965 woonachtig in The Village. De originele partituur van Amériques is opgedragen aan 'unknown friends’, waarmee vrijwel zeker ook Gertrude Whitney werd bedoeld.


Op 21 oktober voert het Koninklijk Concertgebouworkest Varèse’s Amériques uit, o.l.v. van Mariss Jansons. Op 27 oktober speelt het Concert Nieuw Ensemble, o.l.v. Ed Spanjaard, Varèse’s Density 2.15, Octandre en Désert, met videobeelden van Bill Viola. www.aaaserie.nl