Nieuw, maar geen nieuws

In Nederland zitten we wat ‘allochtonenliteratuur’ betreft goed in onze Marokkanen en Turken. Sinds kort, want tien jaar terug was het nog overwegend origineel Hollands wat schreef. Maar bij een steeds diverser wordende samenleving hoort een steeds diverser wordende literatuur. En dat is goed.

De grootste melting pot van nationaliteiten is natuurlijk Amerika. Daar heeft ‘allochtonenliteratuur’ nooit op zo'n manier bestaan als hier. In de Verenigde Staten is een niet-autochtone schrijver dan ook minder opzienbarend dan in Nederland. Dat betekent overigens niet dat hij of zij niet opvalt.
Mei Ng bijvoorbeeld, viel direct op, zelfs al toen haar manuscript nog niet eens af was. Zoals dat tegenwoordig gaat, werd haar roman Eating Chinese Food Naked reeds in het buitenland verkocht toen er nog maar enkele hoofdstukken van bestonden. Alleen de toon al! Alleen het onderwerp al! Alleen de schrijfster al! (En haar foto!) Naakt Chinees eten werd door Meulenhoff aangekocht, een uitgever die altijd op zoek is naar 'nieuwe’ dingen. En voor Nederland is Mei Ng op het eerste gezicht zeker 'nieuw’.
Naakt Chinees eten speelt zich af in een moderne wereld maar is doordrongen van oude gebruiken en verhalen. Tussen oud Chinees geheim en turbocomputer leeft Ruby Lee haar leven - een leven dat, hoe kan het anders, tussen twee culturen heen en weer springt. Voor het meisje betekent dat: tussen twee persoonlijkheden heen en weer leven. Ze is tegelijkertijd een gehoorzame Chinese dochter en een jonge, goed opgeleide vrouw met vrije seksuele opvattingen.
Dat is niet niks. En dat heeft dan ook directe gevolgen voor haar dagelijks bestaan. Rondhangen in Manhattan, dromen en dagdromen over spannende seks - Ruby Lee is min of meer een prototype van de bratpack-jongere, maar dan met een iets exotischer achtergrond.
'Haar ouders fluisterden iets in het Chinees, en Ruby probeerde er iets van op te vangen. Ze wist niet waarom ze de moeite namen om te fluisteren, ze verstond er toch niets van. Haar ouders hadden niet gewild dat ze zou worden als haar nichtje, dat in Chinatown was opgegroeid en geen Engels sprak. Haar nichtje zat in de klas op de achterste rij en sabbelde op haar balpen. Op een dag knapte de pen en had ze allemaal blauw om haar mond. Ze gaf de juf geen antwoord en wilde ook haar tong niet uitsteken. Dat was heel onbeleefd.
Franklin en Bell wilden niet dat hun kinderen zo werden en leerden hun dan ook Engels; vervolgens vonden ze het maar dom als de kinderen in een Chinees restaurant om een Engelse menukaart vroegen, dom dat ze niet met de ooms en tantes konden praten die in Chinatown woonden - domme Amerikaantjes waren het, die niet wisten waar ze vandaan kwamen.’
Dat 'dom’ is dan niet op Ruby Lee van toepassing, maar voor de rest klopt het aardig: een 'Amerikaantje dat niet weet waar het vandaan komt’. In die zin is zij typisch een modern mens: iemand voor wie het hier en nu vele malen belangrijker is dan afkomst en culturele traditie. Zo is ook de roman: het gaat uiteindelijk om de wereld van het hedendaagse Amerika, beleefd door een jonge vrouw. In al zijn platheid, in al zijn lelijkheid, in al zijn schoonheid. En op zich is daar weinig 'nieuws’ aan.