H.J.A. Hofland

Nieuw Rusland

In deze eeuw is het nog maar zelden gebeurd dat in een grote mogendheid de wisseling van de wacht zo harmonisch is opgelost als afgelopen weekend in Rusland. De premier is president geworden, de president is voortaan premier en de meerderheid van het volk is het er min of meer van harte mee eens. Een paar rellen, een flinke scheut kiezersbedrog, maar waar vind je dat niet in deze tijd? In andere wereldmachten worden miljoenen geïnvesteerd om de kiezers fabels op de mouw te spelden. Vroeger, in de Sovjet-Unie, kreeg de partijleider 97 tot 98,9 procent van de stemmen. Nu tussen de 67 en 70 procent. Relatief gezien hebben we weinig te klagen. Maar laten we ons niet in dit verleden verdiepen. De echte politiek houdt zich bezig met wat er nu gebeurt en wat er te verwachten valt.

De hoop van de jaren negentig, dat Rusland zich tot een democratische staat zou ontwikkelen, is vervlogen. Onder Poetin is het land weer tot een wereldmacht geworden met een eigen binnenlandse politieke signatuur, die we autoritair kapitalisme noemen, en vooral ook een eigen buitenlands beleid. Het nieuwe Rusland oefent invloed uit aan zijn grenzen, stelt geen prijs op uitbreiding van de Navo. Het laat weten dat het tegen de stationering van een antiraketschild in voormalige landen van het Oostblok is en volgt, tot verdriet van Washington, zijn eigen politiek jegens de al dan niet aanstaande kernmacht Iran. Met economische middelen probeert het Oekraïne tot de status van vazalstaat terug te brengen.

Na de Koude Oorlog was de westelijke strategie er in grote trekken op gericht alle leden van het voormalige Oostblok tot democratieën te hervormen, opdat daaruit een grotere westelijke eenheid zou kunnen groeien. De ontluikende Russische democratie van Jeltsin is onder Poetin geleidelijk afgebroken. In plaats daarvan is deze onberekenbare grootheid op het toneel verschenen, de erfgenaam van de bijna twintig jaar geleden verslagen supermacht. Voorzover we het na deze verkiezingen kunnen overzien, is ‘t Poetin gelukt om de macht van Moskou een nieuwe en geloofwaardige continuïteit te geven.

Het Rusland dat onder zijn leiding is gegroeid, valt niet te vergelijken met de wankele staat die Jeltsin had achtergelaten. En behalve dat is er nog een verschil. De wereld waarin deze herstelde staat is verschenen, is volstrekt verschillend van de mondiale omgeving waarin zijn voorganger naar een nieuwe nationale erkenning streefde. Ook voor Rusland geldt de waarheid dat na 11 september 2001 de internationale verhoudingen radicaal zijn veranderd. In het kort komt het erop neer dat door de Amerikaanse ondernemingen in Afghanistan en Irak (waarvan het Westen in zijn geheel, of het wilde of niet, deelgenoot is) de positie van Rusland ook relatief is versterkt.

Verhoudingen tussen grote machten en machtsblokken hebben hun eigen dynamiek. In het Westen wordt weer gespeculeerd over de wending die de relaties tussen het nieuwe Rusland en de Navo, Amerika en de Europese Unie zouden kunnen nemen. Moet het Westen zich zoveel mogelijk concentreren op de bevordering of het herstel van de democratie in Rusland, door om te beginnen bijvoorbeeld de ontwikkelingen in Oekraïne en Georgië te steunen en als gevolg daarvan Moskou van zich te vervreemden? Of moeten we hier een Russische democratie in staat van afbraak voor lief nemen om zodoende Moskou’s steun voor de oplossing van de multicrisis in het Midden-Oosten te kopen? Althans, een poging daartoe te doen?

Het van hoge moraal doordrenkte bewind in Washington is geneigd de zijde van de ontluikende democratieën te kiezen; jammer genoeg zonder zich af te vragen of het de machtsmiddelen heeft om dat doel dichterbij te brengen. Aan de andere kant: rekenen op de steun van Moskou, bijvoorbeeld bij het oplossen van het probleem Iran, zal de Russen in hun nieuwe machtsbewustzijn bevestigen, waardoor ze de prijs voor hun medewerking kunnen opvoeren.

Ligt er misschien een nieuwe koude oorlog in het verschiet? Wie dat denkt is vergeten hoe de oorspronkelijke Koude Oorlog is verlopen, de economische, ideologische en organisatorische strijd, de wapenwedloop tussen de twee supermachten onder de ijzeren wet van de wederzijdse afschrikking, in een nog niet gemondialiseerde wereld. Deze geschiedenis zal zich niet herhalen. De vraag van deze tijd is wat de westelijke prioriteit zal zijn: de steun zoeken van Moskou als halve democratie bij het oplossen van de steeds ernstiger wordende vraagstukken in Azië en het Midden-Oosten, of dit Rusland beschouwen als de volgende natie die zo vlug mogelijk moet worden gedemocratiseerd, zonder ons af te vragen hoe dat zou moeten. Ook hier is het wachten op de nieuwe Amerikaanse president.