Al-Qaeda is springlevend

Nieuw strijdtoneel: Pakistan

Volgens de onlangs vermoorde Pakistaanse journalist Syed Saleem Shahzad is voor al-Qaeda een veel grotere rol weggelegd dan westerse waarnemers stellen. Al-Qaeda heeft niet alleen het Westen in zijn greep, maar ook de Taliban.

‘TIJDENS HET VROEGE ochtendgebed met de Taliban op de bergtoppen onthulde zich de hele regio. Door de optrekkende ochtendmist konden we Kunar zien, Nuristan, Mohmand en Bajaur. Het was onmiskenbaar waarom de Taliban dit ongastvrije terrein hadden gekozen: het bestond grotendeels uit afgelegen gebieden waar vrijwel niemand kwam, en tegelijkertijd vloeide de regio over van levensbronnen, zoals water uit beken, fruitbomen, groenten en wild.’
De Pakistaanse journalist Syed Saleem Shahzad had die vroege ochtend in mei 2008 nauwelijks tijd om stil te staan bij de schoonheid en de tactische voordelen van het uitgestrekte Hindu Kush-gebergte langs de Afghaans-Pakistaanse grens. Zijn Taliban-gastheer waarschuwde dat de Amerikanen een aanval voorbereidden. Voordat de vallei zou worden afgegrendeld, moesten ze er vandoor, richting Pakistan. Als de Amerikanen al gearriveerd waren, zou het ook nog wel lukken om ongezien weg te komen door het ruige terrein, maar nu ze de aanval nog niet hadden ingezet was dat een stuk makkelijker.
Maar het viel Shahzad niet mee. Opgegroeid in de stad was hij niet gewend aan de smalle bergpaden langs diepe ravijnen. Doornstruiken scheurden zijn kleding en schramden zijn huid. Hij verstuikte zijn enkel. Onderweg hoorden ze helikopters en het geluid van vuurgevechten. Die nacht sliepen Shahzad en zijn twee Taliban-gidsen in een kleine hut, verborgen tussen bomen en rotsen op een bergtop. Onderweg passeerden ze talloze grotten. 'Als special forces ons zoeken, zullen ze ons hier nooit vinden’, vertrouwden de gidsen hem toe. Bij dageraad bereikten ze Pakistan, waar ze zich moeiteloos mengden onder de lokale bevolking die de grens over ging om voedsel en goederen te verhandelen.
Dit is een van de routes waarlangs strijders heen en weer trekken tussen Afghanistan en Pakistan. Shahzad rubriceerde er 35. Allemaal even oncontroleerbaar, zowel vanuit de lucht als over land. Hij publiceerde de routelijst, bestaande uit grove beschrijvingen waar onderscheppende troepen weinig aan hadden, in zijn boek Inside al-Qaeda and the Taliban: Beyond Bin Laden and 9/11. Het verscheen elf dagen voordat zijn lichaam met sporen van marteling werd gevonden in een kanaal in Noordoost-Pakistan.

NAAR HET boek was reikhalzend uitgekeken. Shahzad behoorde tot de zeer weinige journalisten die zich nog durfden vertonen in de federaal bestuurde Pakistaanse stammengebieden langs de Hindu Kush - twee van die gebieden, Mohmand en Bajaur, zag Shahzad destijds beneden zich opdoemen uit de ochtendmist; Kunar en Nuristan, waar hij eveneens over kon uitkijken, zijn Afghaanse provincies aan de andere kant van de grens.
De stammengebieden worden voornamelijk bevolkt door Pasjtoen, de bevolkingsgroep waaruit de overgrote meerderheid van de Taliban afkomstig is. Ze vormen het strategische achterland dat onmisbaar is voor de strijd tegen de Navo in Afghanistan. Wie écht wil weten hoe het ervoor staat met de oorlog, moet weten hoe het gaat in de stammengebieden. Daartoe waren Shahzads artikelen een onmisbare bron. Door zijn onverschrokkenheid en zijn uitmuntende geïnformeerdheid had hij namelijk in de loop der jaren het vertrouwen weten te winnen van Taliban-kopstukken en zelfs van enkele al-Qaeda-commandanten. Vaak werd het eerste contact gelegd per e-mail, verstuurd door hén.
Shahzad publiceerde in het Engels, voornamelijk voor Asia Times Online. Zijn artikelen werden wereldwijd gelezen en geprezen, tot in de gangen van het Witte Huis en het Pentagon. De minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton veroordeelde de moord namens de Amerikaanse regering in krachtige termen.
Inside al-Qaeda and the Taliban biedt een nieuwe kijk op de Afghaans-Pakistaanse oorlog. Daarin is volgens Shahzad een veel grotere rol weggelegd voor al-Qaeda dan westerse waarnemers stellen. Die gaan er vrijwel allemaal van uit dat al-Qaeda, dat zich, net als moellah Omars Taliban, in 2002 terugtrok over de Hindu Kush, in de Pakistaanse stammengebieden weinig meer voorstelt. De dreiging die uitgaat van de al-Qaeda-afdelingen in Jemen, Noord-Afrika en Somalië zou veel groter zijn. Er zouden spanningen tussen al-Qaeda en de Taliban bestaan, omdat de Taliban al-Qaeda verwijten met de aanslagen van 11 september 2001 de ondergang van hun Afghaanse regime in gang te hebben gezet.
Alleen dat laatste klopt, stelt Shahzad: al-Qaeda’s aanslagen waren de nagel aan de doodskist van de Taliban, en dat was nu juist de bedoeling. Pas met de Amerikaanse aanvallen op Afghanistan begon voor al-Qaeda het grote plan. De terugtrekking naar Pakistan was voorzien. Tussen 2002 en 2008 werkte al-Qaeda langzaam maar zeker aan een nieuw fundament in de Hinde Kush. De federale stammengebieden waren voorheen niet vijandig jegens de Pakistaanse regering. Maar door geleidelijke indoctrinatie, het vermoorden van traditionele stamleiders en gematigde geestelijken, en geholpen door de vele burgerslachtoffers waarmee de Amerikaanse aanvallen met spionagevliegtuigjes gepaard gaan, wist al-Qaeda de regio om te vormen tot een jihadistisch bolwerk. De organisatie zou er over honderdduizend strijders kunnen beschikken. Inkomsten komen inmiddels voornamelijk uit Somalië, waar al-Qaeda de miljoenenwinsten afroomt van piratengroepen.

UIT DE VELE gesprekken die Shahzad voerde met strijders en hun commandanten, en uit de reizen die hij maakte door gebieden die stevig in handen zijn van buitenlandse en Afghaanse strijders, begreep hij dat de Taliban de Taliban niet meer zijn. Langzaam had al-Qaeda de beweging weten om te vormen tot een 'neo-Taliban’, bestaande uit jonge strijders die weliswaar onder commando stonden van de oude amir al mumineen ('leider der gelovigen’), moellah Omar, maar ideologisch schatplichtig waren aan de islamitische wereldrevolutie. Al-Qaeda wist zelfs een eigen leger op te bouwen, het Lashkar al Zil (Schaduwleger) - sterker nog dan de beruchte 055 Brigade van Arabische strijders die in Afghanistan tegen de Russen en de Noordelijke Alliantie vocht.
Terwijl de indoctrinatie van de Taliban voortschreed, bouwde al-Qaeda aan een nieuw leiderschap met commandanten als Ilyas Kahmiri, leider van de militaire vleugel van al-Qaeda, Siryahuddin Haqqani en Ziaur Rahman - Shahzad kende ze allemaal persoonlijk en had ze geïnterviewd voor Asia Times Online. Elke groep zorgde weer voor een opvolgend leiderschap dat de plekken kon innemen van degenen die sneuvelden. Zo ontstond een complex systeem van meerdere lagen. De uitschakeling van Kashmiri door een drone, vorige week, betekent dus nauwelijks een terugval. Ook werd een systeem van horizontale cellen in de Pakistaanse steden opgebouwd. Als een cel wordt opgerold, of zichzelf volgens plan opblaast, wordt onmiddellijk een slapende cel geactiveerd en een nieuwe opgericht. De moord op Benazir Bhutto was het werk van al-Qaeda, volgens Shahzad: een succesvolle actie om de Amerikaanse plannen voor een democratisering van Pakistan te verijdelen. Al-Qaeda’s strategie is volgens hem uiterst geraffineerd. De opstand in de Swat Vallei en andere gebieden diep in Pakistan (2009), en de gevechten rond de Rode Moskee in de hoofdstad Islamabad (2007), waren niet het werk van individuele jihadistische groepen, maar werden gecoördineerd door het zich steeds weer vernieuwende al-Qaeda en waren bedoeld om de aandacht van het Pakistaanse leger weg te leiden van de stammengebieden.
De meest vermetele actie was wat dat betreft de aanval op het Indiase Mumbai in november 2008. Daar leek de beruchte Pakistaanse inlichtingendienst ISI achter te zitten. In werkelijkheid had Ilyas Kashmiri de hand weten te leggen op een ISI-plan voor een verkennende actie, waarbij de ISI gebruik wilde maken van de militante groep Lashkar-e-Taiba, die strijdt voor de verovering van Kasjmir. Hij kaapte het plan en vormde het om tot een bloedige terreuractie, waarbij meer dan 160 doden vielen.
De opzet werkte: India, Pakistans erfvijand, gaf de ISI de schuld en dreigde met oorlog. Onmiddellijk kwamen alle operaties van het Pakistaanse leger in de stammengebieden tot stilstand en werden troepen overgeheveld naar de Indiase grens. Al-Qaeda kreeg weer lucht en bouwde zijn onneembare militaire posities in de Hindu Kush gestaag uit. Nadien kon ook het Pakistaanse leger weinig meer tegen de terreurgroep uitrichten.
IN HET WESTEN wordt dit niet begrepen, merkt Shahzad op. Nog in december 2009 gingen de Amerikanen ervan uit dat al-Qaeda verslagen was en dat zich nog maar zo'n honderd strijders in Afghanistan bevonden. Enkele maanden eerder verscheen een tussentijdse evaluatie van het Nederlandse beleid in de provincie Uruzgan. Daarin werd melding gemaakt van de aanwezigheid van Pakistaanse en Arabische strijders in een van de districten van de provincie - dat betekent dat al-Qaeda er actief was. Door Nederlandse media werd die informatie nauwelijks opgepikt, zo vast zaten ze in het door de regering gepropageerde frame van een opbouwmissie. Wie had gekeken met Shahzads ogen, wist beter. Ook in Uruzgan stonden Taliban-strijders blijkbaar in dienst van al-Qaeda’s grand scheme of affairs.
Volgens Shahzad is al-Qaeda geslaagd in haar opzet. Met de aanslagen in de VS heeft ze de Amerikanen het Afghaanse moeras ingelokt. De Navo heeft de oorlog in Afghanistan inmiddels verloren, maar beseft dat nog niet. Al-Qaeda zal geleidelijk het strijdperk verleggen naar Pakistan, waarbij alles in het werk zal worden gesteld om ditmaal India het moeras in te sleuren. Op serieuze vredesbesprekingen met Taliban-leiders hoeft het Westen niet te rekenen, met welke worst het ook hengelt. Elke toenadering van het oude Taliban-leiderschap zal worden verijdeld door de jihadistisch geïndoctrineerde neo-Taliban. Met de geleidelijke terugtrekking vanaf 2014 wordt de nederlaag van Amerika en zijn bondgenoten bezegeld, stelt Shahzad. Maar, waarschuwde hij, volgens al-Qaeda’s strategie behaalt ze de overwinning al volgend jaar. Dat is de cliffhanger waarmee zijn boek eindigt.
Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch en collega’s achtten het niet waarschijnlijk dat al-Qaeda achter Shahzads dood zit. De organisatie had juist groot belang bij de serieuze aandacht van zo'n hoog aangeschreven, onafhankelijke journalist. Er zijn aanwijzingen dat de Pakistaanse autoriteiten met de moord te maken hebben. Shahzad werd bedreigd door de ISI vlak voor zijn dood, toen hij in een artikel aantoonde dat de Pakistaanse marine was geïnfiltreerd door al-Qaeda en dat er contacten waren tussen de terreurgroep en de geheime dienst. Shahzad had geen groot inkomen aangezien hij weigerde te werken voor de grote, mainstream media. Onafhankelijke verslaggeving voor de alternatieve media paste beter bij zijn temperament, schreef hij in zijn boek, omdat het hem aanzette de waarheid te zoeken voorbij de gangbare aannames. Syed Saleem Shahzad (40) laat een vrouw en drie kinderen na.

Syed Saleem Shahzad, Inside al-Qaeda and the Taliban: Beyond Bin Laden and 9/11, Pluto Press, Londen, 260 blz., £ 16.-
Asia Times Online heeft een Trust Fund opgezet voor de familie van Syed Saleem Shahzad. Info via trust@atimes.com