Nieuw varken

Mag je jezelf citeren? Jazeker, als je dat maar van tevoren aankondigt en af en toe een woord verbetert.

‘Een gerecht vol van vlees dat met een uitroep van pijn begint. Elf letters. Toon mij de prijswinner die dat kan bedenken. Au tjap tjong. Voor zeven gulden licht het de rokken op. Omhuld door een kom die de doorsnede van een sinaasappel paart aan de dikte van een goudvissenlip.
Papje ademt nog. Napje vol wetenswaardigs. In den blinde vangen de tanden een eerste scherf van het bibberzwijn. Tot vele trapeziumpjes verknipte lever, binnenstebuiten gekeerde buik of verdriecentimeterde darm?
Tanden sissen om stilte, en zien toe hoe de tong als eerste het vlees mag bezitten. Om het daarna achteloos voor de kiezen te gooien.
Als koffiemolen gaan zij hun driftige gang. Goede bedoelingen? Nee. Slechts scheppend bezig zijn. Een nieuw varken creëren. Binnen in mij. Alibi voor vernielzucht. Voorlopig is het nog stapelen wat ze doen. De boel op een hoop gooien. Echt bouwen is er voor autodidacten niet bij.
De zachtgeurende kom offreert steeds wisselende onderdelen. Elastisch of rul tegen het interieur van de mond botsend. Om en door alles heen venkelvederwolken, opdoffers van peper en gembergeweld, kaneelschorskramp en winden van anijs maar dan wel steranijs, triangel in het specerijenslagwerk.
In mij, daar beneden, wordt alles in alfabetische volgorde gelegd. Van lever en long tot maag, milt en nier. Dat is prettiger werken voor de boys. Het boetseren kan beginnen. Hoog klinkt het “Sus scrofa, sus scrofa!” op.
Schietlood, duimstok en verstekzaag doen hun werk. Afwerking met waterproof schuurpapier.
Paraponering naar de hersenen laat nu niet lang meer op zich wachten.
Het nieuwe varken belt aan. Moet alleen nog uitgepakt worden.
Wel eens een zo mooi varken van zo dichtbij gezien?’