Voorheen droomwijk - vervolg

Nieuwbouw in tijden van crisis

IJburg 2 is de tweede fase van de duurste Vinex-wijk van Nederland. Tot nu viel vrijwel alles tegen aan het enorme project. Maar nieuwe ronde, nieuwe kansen? De ex-wethouder: ‘Doe dat IJburg 2 nou even niet.’

‘DIT IS TOCH prachtig?’ Vanuit de vergaderruimte van zijn kantoor kijkt architect Felix Claus uit over de skyline van IJburg. Aan zijn voeten ligt de jachthaven, een van de pronkstukken van het splinternieuwe eilandenrijk in het IJmeer. Hij gaat zitten en klapt zijn laptop open. 'Ben je wel eens in Hoofddorp geweest? Of in Kattenbroek in Amersfoort?’ De plaatjes van het bijbehorende stedenbouwkundig plan verschijnen op het beeldscherm. 'Hier gruwel ik van. Dat is toch geen stad? Stel je voor dat je daar geboren wordt. Wat is dan je referentiekader?’ IJburg moest dan ook anders. 'We wilden stedelijk gebied maken, geen nieuwe buitenwijk. En zeker geen nieuwe slaapstad.’
Recht tegenover zijn kantoor, aan de andere kant van het haventje en direct aan het IJmeer, ligt een grote kale vlakte. Een lange rij kavels aan de goudkust van IJburg, waar in plaats van de honderden geplande luxe appartementen nu vooral onkruid de grond uit schiet. Ze staan symbool voor de moeizame ontwikkeling van de Vinex-wijk, die vooral geen Vinex-wijk mag heten. Twee crises op de woningmarkt en een moeizame samenwerking tussen de gemeente en de marktpartijen hebben ervoor gezorgd dat de bouw en de verkoop ver achterlopen op schema. Volgens de oorspronkelijke plannen zou de ontwikkeling van de zogenaamde eerste fase, bestaande uit het Haveneiland, de Rieteilanden en Steigereiland al volledig voltooid moeten zijn. Ook de eilanden uit de tweede fase, Centrumeiland, Strandeiland, Middeneiland en Buiteneiland, zouden al voor een groot deel bebouwd en bevolkt zijn. Maar van de tweede fase is nog niets te merken, afgezien van een baggerschip dat voor het kantoor van Claus alvast wat zand opspuit.
Bijna tien jaar geleden legde Claus samen met stedenbouwkundigen Ton Schaap en Frits van Dongen de laatste hand aan het stadsontwerp voor IJburg. Het slotstuk van een decennialange discussie over bouwen in het IJmeer. In 1964 waren architecten Bakema en Van den Broek de eersten die op het idee kwamen om het water voor de noordoostkust van de stad te gebruiken voor woningbouw. Het Plan Pampus, dat voorzag in een reeks woonwijken op drie kunstmatige eilanden rondom het bestaande eilandje Pampus, werd nooit gebouwd. Samen goed voor 350.000 inwoners, ongeveer de helft van het huidige inwonertal van Amsterdam. Maar Plan Pampus ging niet door. In plaats daarvan koos de stad voor de ontwikkeling van de Bijlmermeer, tot de bouw van IJburg de laatste grootschalige stadsuitbreiding. Door de massale leegloop van de stad in de jaren zeventig en tachtig leek het er ook lang op dat het de laatste zou zijn. Gezinnen kozen massaal voor suburbia, voor groeikernen als Purmerend, Lelystad en Almere. De omslag in de jaren negentig kwam dan ook als een complete verrassing. Onder invloed van de nieuwe populariteit van de stad, koos het rijk in de Vierde Nota Extra (Vinex) niet langer voor wonen buiten de stad, maar voor stadsuitbreiding. Voor Amsterdam betekende dat honderdduizend nieuwe woningen, waaronder achttienduizend in de geheel nieuwe Vinex-wijk IJburg. Plan Pampus in een modern jasje. De eilanden samen moeten goed zijn voor 45.000 inwoners, twaalfduizend werkplekken en veel winkels, horeca en andere voorzieningen.
Het duurde niet lang voordat de eerste obstakels zich aandienden. Milieuactivisten en liefhebbers van het IJmeer probeerden de aanleg tegen te gaan door zich te beroepen op de rechten van de vogels en de mossels die er thuishoorden. Een referendum en het eerste serieuze tijdverlies volgden. Hoewel een meerderheid van de stemmers tegen de aanleg was, werd het benodigde aantal tegenstemmers niet gehaald. Binnen de gemeenteraad was er ondanks het milieuverzet weinig twijfel over IJburg. Zelfs Hansje Kalt, het enige raadslid van de lokale partij Amsterdam Anders/De Groenen stemde voor. 'Er moest nu eenmaal gebouwd worden. Ik wilde absoluut niet dat de landelijke gebieden in Amsterdam-Noord of de groene scheggen, de buitengebieden van Amsterdam, zouden worden opgeofferd. Want dat zou de dood van de stad zijn geweest. De Bovenkerkerpolder bij Amstelveen viel af wegens gebrek aan openbaarvervoer-opties en in de Bloemendalerpolder bij Weesp zouden we maar vierduizend woningen kwijt kunnen. IJburg was de beste optie.’ Maar wel onder duidelijke voorwaarden.
Al direct werd duidelijk dat een slaapstad taboe was. De ambities waren torenhoog. De gemeente deed de eerste duit in het zakje door in de startnota IJburg 'Buiten wonen in de stad’ duidelijk te maken dat IJburg geen tweede Almere zou worden. In plaats daarvan had ze een echte Amsterdamse wijk voor ogen, wat betreft uiterlijk vergelijkbaar met de lommerrijke buurten Oud-Zuid en Watergraafsmeer. Het alom aanwezige water zou een gevoel van vrijheid geven en door de gunstige ligging aan de rand van de stad moest er een unieke combinatie ontstaan van buiten wonen en de stad. Om er zeker van te zijn dat van slaperigheid geen sprake zou zijn, moest IJburg worden bebouwd met een exceptioneel hoge dichtheid, vergelijkbaar met die van de Jordaan. Op die manier werd direct het ontstaan van een homogene middenklasse-gezinswijk voorkomen.
Diversiteit was dan ook het sleutelwoord. Jong en oud, arm en rijk, autochtoon en allochtoon, gezinnen en alleenstaanden moesten op IJburg samen leven. Daarmee werd ook direct een signaal afgegeven aan projectontwikkelaars die dachten van IJburg een villawijk te maken, waar snel en makkelijk geld mee kon worden verdiend. Kalt: 'Want dat had ook gekund. De ligging is natuurlijk prachtig, zo aan het water. Maar IJburg moest wat betreft woningprijzen en bevolkingssamenstelling juist geen Oud-Zuid worden.’ Om die reden werd vastgesteld dat dertig procent van de woningen zou worden gebouwd als sociale huur, veertig procent in het middensegment, zowel koop als huur, en dertig procent in de vrije sector. Toch al veel meer marktgericht dan de vijftig-vijftig-verdeling op het Oostelijk Havengebied en een wereld van verschil met de negentig procent sociale woningbouw in de Bijlmer.
Door aan de achttienduizend woningen ook nog eens veel bedrijvigheid en ouderwets veel voorzieningen toe te voegen, leek het ontstaan van een levendige stadswijk gegarandeerd. Het Stadsontwerp IJburg van Claus, Van Dongen en Schaap borduurt met verwijzingen naar Manhattan, Chicago, het Londense West-End en het succesvolle Oostelijke Havengebied voort op de hoge ambities. In een grand café aan dezelfde jachthaven vertelt Claus over het ontwerp: 'We hebben gekozen voor een zogenaamde grid-structuur. Zoals ook veel Amerikaanse steden dat hebben. Dus rechte straten en rechte hoeken met veel uitzicht. Je ziet hier vanaf elke straathoek en vanuit bijna elke woning het water. Vaak is dat het buitenwater, het IJmeer, maar soms ook een van de grachten die we hebben gemaakt. Het water is overal, precies zoals we dat voor ogen hadden.’ Zoals ze ook voor ogen hadden dat IJburg zou bestaan uit veel verschillende sferen. 'We wilden hofjes, straten, een boulevard, drijfwoningen. Het moest blijven verrassen, vooral niet saai zijn.’
Maar niet alleen het plan moest de middelmaat overstijgen, ook de gebouwen moesten dat. Net als op het Oostelijk Havengebied zou per bouwblok worden gewerkt met verschillende architecten en zouden de besten uit het vak worden ingehuurd. 'We wilden de mooiste wijk van Nederland bouwen’, blikt directeur Frank Bijdendijk van woningcorporatie het Oosten, nu gefuseerd tot Stadgenoot, terug.

OP 21 NOVEMBER 2002 krijgt de eerste bewoner van IJburg de sleutel overhandigd van zijn gloednieuwe woning. Met ruim een jaar vertraging is het eindelijk zo ver. Maar een echte feeststemming ontbreekt. IJburg blijkt niet in trek, niemand wil er wonen. Het is zelfs zo erg dat de eerste woningen met flinke kortingen moeten worden verkocht. 'Een geweldige domper. We zijn ons rot geschrokken’, zegt Bijdendijk.
Dat gold ook voor Igor Roovers, projectleider van IJburg: 'We hadden het totaal niet verwacht. Toen net bekend werd dat we een nieuwe wijk in het IJmeer gingen bouwen, was er vreselijk veel interesse. Niet alleen uit Nederland, maar uit heel Europa, de hele wereld zelfs. We hebben toen speciale inschrijflijsten gemaakt waar dertigduizend namen op pasten. We waren er helemaal klaar voor. Maar toen de verkoop begon, bleef het stil.’
De tegenvallende verkoop lag niet alleen aan IJburg zelf. In heel Nederland maakte de woningmarkt na de aanslagen van 11 september 2001 een flinke dip door. En een nieuwbouwwijk is in een dergelijke crisis nu eenmaal kwetsbaarder dan andere wijken. Dat merkte ook makelaar Geraldine Hallie, oudgediende op de Amsterdamse woningmarkt en sinds het prille begin betrokken bij de verkoop van IJburg: 'Mensen durfden het gewoon niet aan om tijdens een economische crisis een nog niet bestaand huis op een kale zandvlakte te kopen. Ze konden zich nog niet voorstellen hoe het eruit ging zien. Terwijl wij wisten wat een mooi plan er lag en het helemaal voor ons zagen.’
Om het enthousiasme over te brengen op potentiële kopers, ging projectleider Barbara de Rijk van Hallie Van ’t Klooster Groep de boer op. 'Barbara is potentiële kopers met bussen over het lege eiland gaan rondleiden. Dan vertelde ze precies hoe het eruit zou komen te zien. Daar komt de haven, daar het winkelcentrum, daar de boulevard. En daarna ging ze koffie met ze drinken bij café Kaap Kot op het Zeeburgereiland. Want daar vandaan had je een heel mooi uitzicht op IJburg. In die tijd heb ik erop aangedrongen dat er een strandtent zou komen. Om de mensen alvast hierheen te krijgen en de beeldvorming te veranderen. Dat werd Blijburg. Een doorslaand succes.’ Tegelijkertijd schakelen de consortia adviesbureau Berenschot in om de branding van de wijk te verzorgen. Nog meer dan voorheen wordt IJburg vanaf dat moment aangeprezen als stad in het water, als idylle van buiten wonen in de stad. Met je bloten voeten in het zand en de stad om de hoek.
Terwijl makelaars en projectontwikkelaars zich zorgen maken over het gebrek aan kopers, zit wethouder Duco Stadig er warmpjes bij. Juist uit angst voor een dergelijke crisis op het moment van oplevering, had hij gekozen voor een experimentele ontwikkelingsconstructie van IJburg. Normaal gesproken maakt de gemeente Amsterdam de grond bouwrijp om het daarna per kavel te verkopen aan een marktpartij. De kosten van de aanleg van de kunstmatige eilanden zouden bijzonder hoog zijn en de tijd tussen begin en eind van het project erg lang. Stadig: 'We vonden het risico daarom te groot om als gemeente te dragen. De aanleg van de eilanden plus de bruggen, straten en kades zouden ongeveer driehonderd miljoen euro kosten. Wat nu als er een crisis uitbreekt als je net klaar bent om kavels te gaan verkopen? Om dat risico te voorkomen hebben we de grond van het Haveneiland, het overgrote deel van de eerste fase van IJburg, al van tevoren aan de marktpartijen verkocht. Zodat niet wij, maar zij het risico moesten dragen.’
De gronddeal vindt plaats terwijl de woningmarkt hoogtijdagen doormaakt en er is veel interesse bij projectontwikkelaars, woningcorporaties en investeringsmaatschappijen. Om te komen tot een vruchtbare samenwerking verenigen zij zich in drie consortia: Groep Waterstad, de IJburger Maatschappij en IJ-delta. De eerste partij ontwikkelt op het Haveneiland en de Rieteilanden zestig procent van de woningen. De anderen nemen elk twintig procent voor hun rekening. Als grondeigenaren zijn zij niet alleen verantwoordelijk voor het realiseren van de afgesproken woningproductie, maar ook voor de openbare ruimte: de wegen, het riool, gas, elektriciteit enzovoort. En dat blijkt een probleem. Stadig: 'Ze bleken totaal niet te weten hoe ze dat moesten aanpakken. Daardoor duurde het een eeuwigheid.’ Ook Bijdendijk was ongelukkig met de constructie: 'Wij hadden daar helemaal geen ervaring mee, terwijl het voor de gemeente een routineklus is.’ Al snel wordt daarom besloten de verantwoordelijkheid weer over te hevelen naar de gemeente.
Maar als het ene probleem is opgelost, staat het volgende al weer voor de deur. Uit dezelfde onervarenheid kiezen de consortia ervoor om als eerste de dure woningen op het Rieteiland te bouwen. Dure rijtjeswoningen, twee-onder-een-kap of semi-vrijstaand, met grote oppervlaktes en een ligging aan een van de vele binnenwateren. Dom, vindt Stadig: 'Je moet altijd eerst beginnen met goedkopere woningen. Dat hebben ze wel gemerkt. Niemand wil namelijk een dure woning kopen als er verder nog niets staat. Een kale vlakte spreekt niet aan.’
Bovendien verloopt het proces veel langzamer dan gepland. De bouwende partijen hebben moeite met de strikte regelgeving van de gemeente. Bijdendijk: 'Het feit dat wij eigenaar waren van de grond betekende niet dat we ook vrij waren om te bouwen wat we wilden. Er lag een strikt programma over wat voor woningen er moesten komen en aan welke uiterlijke kenmerken die moesten voldoen. Geen schuine daken, geen balkons aan de voorgevel. Er waren voorschriften voor materiaalgebruik, de grootte van de parkeergarages, de menging van huur en koop, van sociaal en vrije sector. Daardoor vertraagde alles. En dat kostte weer veel geld.’

OOK BOB JANSEN verhaalt over de strakke regels waar hij zich als projectontwikkelaar aan moest houden. De huidige directeur van corporatie Lingotto was destijds medewerker van Amvest: 'Er was een kwaliteitsteam, een supervisieteam en een welstandscommissie met allemaal regels en eisen. Bovendien werkten we met heel veel architecten binnen een blok, omdat het de opdracht van de gemeente was om divers te bouwen. Een architect mocht maximaal veertig aaneengesloten woningen ontwerpen. Als ontwikkelaar had je het gevoel dat je niks te zeggen had. Een onhoudbare situatie.’
Terwijl de meest extravagante ontwerpen zich opstapelen, komt van bouwen weinig terecht. Dan slaat de crisis toe. De dure woningen die als eerste zullen worden opgeleverd, blijken nog moeilijker te verkopen dan al het geval was. Sommige worden uit arren moede verhuurd, andere voor een bodemprijs verkocht. 'Ze hebben die woningen als een haas goedkoper moeten maken’, aldus Stadig. 'Dat heeft bakken met geld gekost. Maar ja, dat kwam bij hen terecht, want het was hun probleem.’ En een probleem voor IJburg, want de consortia besluiten af te zien van de hoge ambities en te kiezen voor goedkopere en meer sobere bouw. Dure projecten worden geschrapt en vervangen door meer standaard woningen. Bijdendijk: 'We hebben onze ambities toen bij moeten stellen, maar hebben daarmee wel IJburg gered.’
Toch is de paniek nog niet voorbij. Omdat de bouw nog altijd bijzonder traag verloopt, lopen de verliezen voor de consortia steeds verder op. Om dit te compenseren en om de ontwikkeling van de wijk vlot te trekken eisen ze van de gemeente dat het bouwprogramma wordt aangepast. Met tegenzin gaat Stadig overstag. Ook de gemeente heeft immers geen enkele baat bij de grote vertraging en de verliezen die door de marktpartijen worden geleden. 'Het had niet alleen met IJburg te maken’, legt de oud-wethouder uit. 'In de hele stad was de woningproductie in elkaar gezakt. Het kon zo niet langer. Er moest nu echt gebouwd gaan worden. Ik heb in 2003 een week in een heel duur hotel in Lausanne gezeten en heb daar het plan “de grote vereenvoudiging” geschreven. Daarin waren de plannen minder gedetailleerd en kwam er meer vrijheid voor de ontwikkelaars.’ Zo sneuvelde de wens om de sociale woningen en vrije sectorwoningen te mengen op het laagste niveau, verdwenen enkele energievriendelijke maatregelen en werd het ontwerpproces versimpeld. Niet langer was het verplicht om een bouwblok door meerdere architecten te laten ontwerpen. Alles bij elkaar een verademing voor de marktpartijen, maar een grote aanslag op de kwaliteit van de nieuwbouwwijk.
Vanaf 2004 verloopt de aanleg van de wijk voorspoediger en raken de woningen in trek. Eind 2010 staan er 6380 woningen op IJburg. Hoewel het schril afsteekt bij de aanvankelijke ambitie om zelfs al de andere vier eilanden aangelegd te hebben, is het een vooruitgang.
Dat de architectuur op het Haveneiland als gevolg van de versobering niet altijd even hoogstaand is, lijkt de kopers niet af te schrikken. Relatief stedelijk wonen in Amsterdam voor veel minder geld dan in de binnenstad compenseert dat gebrek. Hallie: 'Het is gewoon een heel goede optie voor mensen die niet naar Almere willen verhuizen, maar die het niet kunnen betalen om met twee kinderen in de binnenstad te blijven wonen. Of voor mensen die in een vrijstaande woning aan het water willen wonen, zonder er meer dan een miljoen voor te betalen.’

FELIX CLAUS TUURT met een zorgelijke blik naar de braakliggende lap grond aan de Bert Haanstrakade. 'Dat is echt een drama voor IJburg’, zegt hij. 'Die lege kavels staan gelijk aan drieduizend bewoners die er niet zijn. En dan ook nog zeer kapitaalkrachtige bewoners, want dit had echt het neusje van de zalm moeten zijn. Bedenk eens wat dat alleen al betekent voor de ondernemers op het eiland. Die redden het grotendeels niet omdat deze luxe appartementencomplexen nog niet zijn gebouwd.’
IJburg maakt opnieuw zware tijden door. De kredietcrisis en de crisis op de Nederlandse woningmarkt eisen hun tol. Investeringsmaatschappijen zijn failliet, de gemeente heeft geen geld meer voor bouwprojecten en kopers zijn bijna niet te vinden. In december 2010 stond twaalf procent van de woningen te koop, terwijl het Amsterdamse gemiddelde zes procent is. Op zich geen verrassend gegeven, stelt vastgoed hoogleraar Ed Nozeman van de Rijksuniversiteit Groningen en de Amsterdam School of Real Estate: 'De woningmarkt in Amsterdam is verdeeld in het gedeelte binnen de ring en buiten de ring. Prijsontwikkeling en leegstand laten twee verschillende markten zien. IJburg behoort duidelijk tot de markt waar leegstand op een veel hoger niveau ligt en de prijsontwikkeling zich als gevolg daarvan minder gunstig ontwikkelt. Dat lot deelt het met stadsdelen als Nieuw-West en Zuidoost. Uitgerekend het duurdere prijssegment ondervindt momenteel grotere afzetproblemen dan het goedkopere segment.’
Sinds 2008 liep het aantal verkochte woningen terug. Projecten die nog op de rit stonden, werden in de ijskast gezet. Zoals ook de geplande complexen aan de Bert Haanstrakade. Want bouwen terwijl er geen kopers zijn, heeft weinig zin. Maar hoe moet het dan verder? Het is een vraag waar ook woningbouwcorporatie Stadgenoot met directeur Bijdendijk mee worstelt: 'Als ontwikkelaar krab je jezelf nu achter de oren. De grond is al betaald en daar zit heel veel geld in. We hebben nu twee opties. We kunnen wachten totdat de markt aantrekt of we gaan de plannen in fases realiseren.’
Volgens Nozeman is er maar één mogelijkheid: plannen aanpassen en bouwen. 'De braakliggende kavels kosten de ontwikkelaars, die eigenaar zijn van de grond, miljoenen. En deze crisis kan nog wel flink wat jaren duren. Het ligt voor de hand dat de gemeente en de ontwikkelaars de bouwplannen zullen aanpassen.’ Ook projectleider Igor Roovers kan niet tot een andere conclusie komen. Al doet het hem pijn: 'Oorspronkelijk zouden het forse woonblokken worden met 160 woningen per blok. Maar geen enkele partij heeft nu het geld om dat te bouwen en je vindt daar nu nooit genoeg kopers voor. Ik denk dat we het gefaseerd moeten aanpakken. Eerst maar eens tien mooie zichtappartementen aanbieden en dan hopen dat er beweging in komt.’ Bovendien moet hij er nog uit zien te komen met de eigenaren van de grond: 'Want dat zijn wij als gemeente niet.’
Misschien nog wel belangrijker is de vraag wat er moet gebeuren met de plannen voor de tweede fase van IJburg. In het voorjaar van 2011 beslist de gemeenteraad of er in deze collegeperiode nog eens vier nieuwe eilanden opgespoten en bebouwd gaan worden. Deze eilanden moeten plek bieden aan dertigduizend bewoners, maar ook aan het echte centrum van IJburg. Met bioscoop en een groot winkelcentrum. Financieel gezien ziet het er echter slecht uit voor de gemeente. In de zomer kondigde de gemeente gedwongen door geldgebrek een totale bouwstop af en onlangs moest verantwoordelijk wethouder Maarten van Poelgeest van grondzaken een nieuwe tegenvaller van tientallen miljoenen incasseren op de kantorenmarkt. Terwijl dat jarenlang juist een van de belangrijkste inkomstenbronnen was van Amsterdam. Zelfs het vereveningsfonds, waar de gemeente jarenlang onrendabele projecten uit financierde, staat diep in de min. Daar komt bij dat de gemeente tot nu toe al een verlies heeft geraamd van vierhonderd miljoen euro voor het hele project IJburg. De duurste Vinex-wijk van Nederland is in tegenstelling tot andere behoorlijk verliesgevend.
Met de marktpartijen gaat het niet veel beter. Corporaties zijn vooral bezig de verliezen te beperken en investeringsmaatschappijen hebben geen geld meer. Van ING Real Estate, de grootste vastgoedonderneming van de wereld, is nog maar een fractie over. Toch is het de vurige wens van Van Poelgeest dat IJburg 2 op een verantwoorde manier doorgaat: 'De druk op de woningmarkt in Amsterdam blijft heel groot, dus je moet hoe dan ook bij blijven bouwen. IJburg heeft het voordeel dat het een springplank is naar Almere en daar willen we graag dichter naartoe groeien.’
Nozeman heeft begrip voor de ambities van de gemeente om IJburg hoe dan ook af te bouwen, 'want de noordelijke Randstad zal inderdaad blijven aantrekken’. Hij zet alleen zijn vraagtekens bij de financiële haalbaarheid. 'Zolang deze crisis duurt blijft bouwen een heel moeilijke opgave. Als je gaat bouwen, wil je zeker weten dat er kopers zijn. Maar kopers, zeker starters, krijgen moeilijk geld van de bank. Het is een vicieuze cirkel.’
Volgens Van Poelgeest ligt de oplossing in een gefaseerde aanpak: 'Het is duidelijk dat we nu niet in één moeite IJburg 2 gaan aanleggen. Daar is geen geld voor en het risico is te groot.’ En de gemeente zal er niet opnieuw voor kiezen om de grond van tevoren uit te geven. Al is het alleen maar omdat de marktpartijen daar in de verste verte het geld niet voor hebben. 'We willen beginnen met een stukje van 45 hectare. Dat gaan we zelf aanleggen en bouwrijp maken en we zullen werken met veel particulier opdrachtgeverschap. Want dat is nu de grote partijen blut zijn de beste oplossing.’ Volgens de berekeningen van Van Poelgeest hoeft de gemeente dan niet meer dan vijftig miljoen euro op te hoesten: 'En dat moeten we kunnen betalen.’ Voor zijn plannen is veel enthousiasme bij andere direct betrokkenen als Bijdendijk en Hallie. Volgens de laatste zou het doodzonde zijn als de resterende eilanden er niet komen: 'Dat zou vreselijk zijn voor IJburg. We hebben het de bewoners en de ondernemers beloofd. Ik vind ook dat de gemeente ergens een verplichting heeft naar de marktpartijen die zo veel geïnvesteerd hebben in het eerste deel van IJburg om de wijk als geheel af te bouwen.’
Een totaal ander geluid komt van Duco Stadig, als wethouder twaalf jaar lang een van de voornaamste voorvechters van IJburg. Met de kennis van nu en met de huidige financiële crisis ziet hij even niets in de aanleg van IJburg 2: 'Het is gewoon een te duur project. Van Poelgeest heeft het over een eerste kostenpost van vijftig miljoen voor de gemeente, maar dat bedrag ligt in werkelijkheid misschien wel drie keer zo hoog. Het is erg duur om nieuw land te maken. Tien jaar geleden was er geld in overvloed, nu zijn er alleen maar tekorten. Wie gaat dat bedrag dan betalen? De marktpartijen in ieder geval niet.’ Volgens Stadig doet de gemeente er beter aan om pas op de plaats te maken: 'Doe dat IJburg 2 nou even niet. Je hebt nog het hele Zeeburgereiland braak liggen. Begin daar nou eens mee. Dan hebben alle partijen de tijd om hun wonden te likken. In de toekomst kun je altijd nog besluiten het toch te voltooien.’

HET ZEEBURGEREILAND is niet de enige plek waar Amsterdam nog woningen kwijt kan. Binnen de stad is nog ruimte en ook de Bloemendalerpolder en de Bovenkerkerpolder blijven alternatieven. Net als het Westelijk Havengebied, waar maar weinig havenactiviteiten plaatsvinden. In verdere verdichting van de stad en een geleidelijke bebouwing van het Westelijk Havengebied kan Van Poelgeest zich vinden. 'Maar dat is niet genoeg’, zegt hij.
Felix Claus loopt van het ene muurvullende raam naar het andere. Hij kijkt uit over het IJmeer en, helemaal rechts, de contouren van Almere. In het water beneden ligt nog steeds de baggerboot. 'Ik vind IJburg wel af zo. Het is mooi geweest, maar dat hoor je niet te zeggen. Zeker niet in het wereldje waarin ik werk.’ Claus ziet niets in de dubbelstad Amsterdam-Almere: 'En dat is de enige echte reden waarom IJburg 2 de voorkeur krijgt boven andere locaties in de stad. Maar waarom zou je als Amsterdam aan Almere vast willen groeien? Het probleem is dat het een plan is waarin de volkshuisvestingsdroom van de linkse partijen en de vastgoedwereld elkaar vinden. Het begon met Plan Pampus en het is nooit uit hun gedachten verdwenen. Zie het dan nog maar eens tegen te houden.’

Dit is het tweede deel van een tweeluik over IJburg. Bekijk hier het eerste deel. De artikelen kwamen tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten