Nieuwe ambities & oude koeien

Er is in het afgelopen jaar veel gesproken over een grondige herziening van het toneelbestel, vooral over de vorming van acht sterke gezelschappen in de grote steden die mede een basis moeten vormen voor een vruchtbare ‘marge’ van kleine groepen en podia. Je zou kunnen zeggen dat het werk van het Noord Nederlands Toneel onder Koos Terpstra – een effectieve mix van vlakke vloervoorstellingen en tournees in grote zalen, van voorstellingen die aanslaan bij het publiek – zijn vruchten begint af te werpen. Ere wie ere toekomt: met name het Nationale Toneelin Den Haag maakt in zijn nieuwe zaal (in januari 2008 te openen) ruim baan voor jong talent naast een handvol reisproducties voor de grote zaal, gemaakt door gerenommeerde regisseurs. Het Zuidelijk Toneelbegint met een aarzelende herstart na een slecht verlopen seizoen. Toneelgroep Amsterdampresenteert vooral hernemingen, net als NTGent en de Paardenkathedraal.

Het komende toneelseizoen zal hoe dan ook een overgangsseizoen worden. De grote gezelschappen claimen voor de toekomst meer macht, meer geld, meer stabiliteit én: meer taken, vooral het opleiden van jong talent. Dat zal linksom of rechtsom ten koste gaan van kleine groepen, kleine podia en kleine toneelstudio’s, die bewezen hebben daartoe goed geëquipeerd te zijn. Het zal in dat opzicht ook het toneelseizoen worden van hoog ingezette ambities en de dreiging van sneuvelende verworvenheden, met name in het kleine toneelcircuit. De (rijks)overheid deelt ondertussen ‘gul’ geld uit bij de voordeur en offreert bij de achterdeur sigaren uit eigen doos: met het profijtbeginsel en generieke kortingen op subsidies wordt de achtertuin van het toneel leeg gevreten door oude koeien. De ergste kabinetten voor cultuur zijn de regeringen waarin de sociaal-democraten én de centen én de kunsten beheren. De kleine spelers in het toneellandschap hebben de minister van OCW, de heer Plasterk, een brief geschreven met veel relevante vragen. Hij heeft nog niet teruggeschreven. En ook dat is de voorbode van wat ongetwijfeld een mooi en intrigerend, maar ook een bitter en zeer wrang toneelseizoen belooft te worden.