Naomi Klein

Nieuwe apartheid in Zuid-Afrika

Onlangs belandde ik op een feestje ter ere van Nelson Mandela waar geld werd ingezameld voor zijn kinderfonds. Het was een geweldige gebeurtenis en alleen een grote botterik zou erop hebben gewezen dat er op het feestje heel veel bank- en mijnbouwbestuurders rondliepen die tientallen jaren lang weigerden hun investeringen terug te trekken uit het door apartheid geregeerde Zuid-Afrika.

Nelson Mandela was in Canada om de hoogste eer te ontvangen die mijn land te bieden heeft: hij was de tweede persoon in onze geschiedenis die de titel van ereburger ontving. Alleen iemand zonder gevoel voor timing zou hebben opgemerkt dat de Liberale regering, terwijl ze Mandela eerde, een antiterrorismewet erdoor drukt die de anti-apartheidsbeweging op verscheidene fronten zou hebben gesaboteerd als hij in die tijd had gegolden. (Veel andere landen zijn vergelijkbare wetten aan het aannemen.)

De anti-apartheidsbeweging in Canada en elders heeft actief geld ingezameld voor het African National Congress (ANC), dat uitstekend zou hebben voldaan aan de rommelige definities die in de meeste antiterrorismewetten worden gegeven van een terroristische organisatie. Anti-apartheidsactivisten veroorzaakten daarbij opzettelijk «ernstige verstoringen» voor de activiteiten van bedrijven die in Zuid-Afrika investeerden, waardoor ze op lange termijn veel van die bedrijven dwongen zich terug te trekken. Deze verstoringen zouden eveneens onwettig zijn geweest onder de meeste voorgestelde antiterrorismewetten.

Veel mensen in Zuid-Afrika houden vol dat apartheid nog steeds bestaat, en dat het land een nieuwe verzetsbeweging nodig heeft, met nieuwe acties. Begin deze maand ontmoette ik in Londen Trevor Ngwane, een voormalig ANC-gemeenteraadslid, die zich in het voorste gelid van die nieuwe beweging bevindt. «Apartheid op basis van ras is vervangen door apartheid op basis van klasse», zei Ngwane. «Wij zijn de meest ongelijkwaardige samenleving ter wereld.»

Over een land waar acht miljoen mensen dakloos zijn en bijna vijf miljoen hiv-positief stellen sommigen dat groter wordende ongelijkheid een betreurenswaardige maar onvermijdelijke erfenis van raciale apartheid is. Trevor Ngwane zegt dat het een direct gevolg is van een bepaald economisch «herstructurerings»-programma, aangehangen door de huidige regering en begeleid door de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds.

Toen Mandela werd vrijgelaten uit de gevangenis had hij een Zuid-Afrika voor ogen dat zowel economische als democratische vrijheid bood. In primaire levensbehoeften — huisvesting, water en elektriciteit — zou worden voorzien door uitgebreide overheidsprojecten. Maar toen het ANC de macht binnen bereik kreeg, zo schrijft de Zuid-Afrikaanse hoogleraar Patrick Bond in zijn nieuwe boek Against Global Apartheid (University of Cape Town Press) werd er enorme druk op de partij uitgeoefend om te bewijzen dat ze een «degelijk macro-economisch beleid» kon voeren. Het werd duidelijk dat als Mandela werkelijke herverdeling van welvaart zou proberen te bereiken, de internationale markten zouden terugslaan. Binnen de partij waren er velen die, begrijpelijk genoeg, vreesden dat een economische ineenstorting in Zuid-Afrika zou worden gebruikt als aanklacht niet alleen tegen het ANC, maar tegen een zwarte overheid op zich.

Dus aanvaardde het ANC, met name onder president Thabo Mbeki, in plaats van zijn politiek van «groei door herverdeling» het «cookie-cutter»-programma waarin wordt geprobeerd de economie te «doen groeien» door buitenlandse investeerders te behagen: massaprivatiseringen, ontslagen en loondalingen in de publieke sector, belastingverlaging voor bedrijven en dergelijke.

De gevolgen zijn verwoestend geweest. Een half miljoen banen zijn verloren gegaan sinds 1993. De lonen voor de armste veertig procent zijn met 21 procent gedaald. In arme regio’s zijn de kosten van water met 55 procent gestegen, en die van elektriciteit met maar liefst vierhonderd procent. Veel mensen werden gedwongen verontreinigd water te drinken, wat leidde tot een uitbraak van cholera die honderdduizend mensen besmette. In Soweto wordt elke maand in twintigduizend huishoudens de elektriciteit afgesloten.

En de investeringen? Ze wachten nog steeds.

Dit is het soort prestaties dat de Wereldbank en het IMF tot internationale paria’s heeft gemaakt, die duizenden mensen de straat op doen gaan tijdens hun bijeenkomsten onlangs in Ottawa, met «solidariteitsdemonstraties» overal ter wereld, waaronder een in Johannesburg.

Onlangs kwam de Washington Post met het hartverscheurende verhaal van een inwoner van Soweto, Agnes Mohapi, die verwikkeld was in de privatiseringsstrijd in Zuid-Afrika. De verslaggever merkte het volgende op: «Hoe verdorven het ook was, de apartheid heeft nooit dit gedaan: het ontsloeg haar niet van haar werk, joeg de rekening voor haar voorzieningen niet omhoog, om haar vervolgens af te sluiten toen ze onvermijdelijk niet kon betalen. ‹De privatisering heeft dat gedaan›, zei Mohapi.»

Met het oog op dit systeem van «economische apartheid» is de nieuwe verzetsbeweging kracht en energie aan het verzamelen. Er was een driedaagse algemene staking tegen privatisering in augustus, zo gepland dat de regering te schande kon worden gemaakt tijdens de Wereldconferentie tegen Racisme. In Soweto sluiten werkloze arbeiders het afgesloten water van hun buren weer aan en het Elektriciteits Crisis Comité van Soweto heeft in duizenden huishoudens illegaal de stroom weer aangesloten. Ze doen ook een oproep aan inwoners van Soweto om hun elektriciteitsrekeningen te boycotten totdat de prijzen onder controle zijn gebracht.

Waarom arresteert de politie deze activisten niet, die per slot van rekening «ernstige verstoringen» veroorzaken (wat blijkbaar hetzelfde is als terrorisme)? «Omdat», zegt Trevor Ngwane achteloos, «wanneer de stroom van de politieagenten wordt afgesloten, wij hen ook weer aansluiten.»

Vertaling: Rob van Erkelens