Nieuwe democratie

Met de vrijheid van meningsuiting is het in Nederland in ieder geval goed gesteld. Nog nooit in de vaderlandse geschiedenis hebben zo veel politici met de hartelijke medewerking van zo veel media elkaar zo hartgrondig uitgescholden, verdacht gemaakt, elkaar ervan beschuldigd de aanstaande ondergang van de natie op hun geweten te hebben.

Nooit zijn de gevolgen van deze escalerende ontwikkeling zo nauwkeurig door zo veel opiniepeilers bijgehouden. En ten slotte, nooit zijn de strijdende dames en heren door zo veel instanties zo nauwkeurig op hun waarheidsliefde gecontroleerd. Naar deze campagne te oordelen is de Nederlandse democratie in optima forma. Beter dan ooit, met meer kennis van zaken kon de kiezer zijn hokje rood maken.

Waar kwam dan die groeiende ontevredenheid vandaan? De eerste oorzaak is de crisis waarvan iedereen op de een of andere manier het slachtoffer dreigt te worden of dat al is, terwijl niemand er een oplossing voor weet die voldoende geloofwaardig is om een meerderheid te overtuigen. In zulke gevallen hadden we vroeger een uitweg. De meest verwante partijen gingen na de verkiezingen in onderhandeling en daaruit ontstond een coalitie. Die was dan weer mogelijk omdat de Nederlandse politiek in het algemeen naar het midden neigde. Zo hebben we een stabiel rooms-rood kabinet gehad en daarna hebben de liberalen bewezen ook goed met de christenen overweg te kunnen als het op regeren aankwam.

Is deze periode langzamerhand voorbij? Is met de komst van Fortuyn niet zomaar het poldermodel opgeblazen maar feitelijk onze politieke traditie, het sluiten van compromissen, teniet gedaan? Mocht dat zo zijn, dan liggen er nog veel spannender tijden voor de boeg. Gezien de ervaring van de afgelopen tien jaar lijkt me dat niet onwaarschijnlijk.

Een van de belangrijkste oorzaken is dan de rol van de media. De verkiezingscampagne wordt meer en meer behandeld als een geweldige sport­gebeurtenis waarbij de partijleiders op de televisie in discussie gaan en door de gedrukte media geïnterviewd en besproken worden alsof ze belangrijke voetballers zijn. Ja! Roemer is doorgebroken! Maar daar komt Samsom! Wat een prachtige tackle heeft die man! Maar hij onderschat Rutte. Wat een uit-stee-kende verdediger! Enzovoort. Door de concurrentie tussen de media onderling ontstaat dan op de achtergrond een soort subcompetitie. Frits Wester had de grootste kijkdichtheid. De opiniepeilers houden de tussenstanden bij. Er zijn critici die dat een misstand vinden. Ze zijn van mening dat de peilingen op de een of andere manier ‘aan banden’ moeten worden gelegd. Dat is een slecht denkbeeld. Alsof je, kijkend naar een voetbalwedstrijd, geen tussenstand mag weten en ten slotte alleen van de einduitslag op de hoogte wordt gesteld.

Intussen heeft deze nieuwe gang van zaken wel invloed op het gedrag van de spelers en het publiek. Naarmate het eindsignaal dichterbij komt, neemt de opwinding toe, zowel op het veld als op de tribunes. Ook in de sport van de politiek gaat het nu deze kant op. In de politiek zijn de problemen misschien talrijker en ingewikkelder dan ooit – Syrië, Iran, de hypotheekrenteaftrek, vergrijzing, verhoging van de pen­sioengerechtigde leeftijd, de euro, de graaiers en zakkenvullers in Brussel – maar de politieke competitie dwingt tot simplificaties. Een bom op Iran. Uit de euro, de gulden terug. De Europese Unie hebben we uiteindelijk aan de nazi’s te danken, las ik ergens.

De politici en de media zijn de grote voorgangers in deze algemene vereenvoudiging, maar ze worden in dit opzicht overtroffen door een groeiend aantal kiezers. Raadpleeg de websites met het nieuws op internet, en dan vooral de reacties. Niet allemaal, dat is langzamerhand ondoenlijk. Het zijn er vele duizenden, en een toenemend aantal wordt gekenmerkt door miskenning, wraakzucht, zelfs regelrechte bloeddorst. Je zou eens een enquête moeten houden om vast te stellen hoeveel nuchtere Nederlanders weer voorstander zijn van de doodstraf.

Dit is in het kort de toestand van het ooit zo bedaarde en nog altijd welvarende Nederland aan het einde van deze verkiezingscampagne. Is onze democratie wezenlijk aan het veranderen? Het lijkt me te vroeg om daar iets over te zeggen. Maar er is een troost. We zijn de enigen niet. Omstreeks deze tijd begint de verkiezingscampagne in Amerika. Daar gaat het vanouds harder en directer toe. Je hebt er bijvoorbeeld de attack ads, spotjes op de televisie waarin de partijen proberen elkaar zo hard mogelijk onder de gordel te raken. In de strijd van vier jaar geleden waren er georganiseerde leugencampagnes waarin de ultrarechtse Tea Party bijvoorbeeld probeerde te bewijzen dat Obama een geheime moslim was. Zo ver zijn we in Nederland nog lang niet. Maar na het escalerend verloop van onze verkiezingsstrijd zou het me niet verbazen als we hiermee de grondslag voor nieuwe politieke omgangs­vormen hadden gelegd. Absolute vrijheid van meningsuiting.