Hoofdcommentaar

Nieuwe hypocrisie van oud kapitaal

Voor de gesproken versie: klik hier
Wilt u reageren op dit commentaarklik hier
Wat er ook te zeggen valt voor of tegen de wereldwijde handel in financiële derivaten, de interesse van een private-equityfonds voor een bedrijf betekent in eerste instantie dat goed ingevoerde investeerders menen dat er meer winst valt te halen met dat bedrijf dan de huidige leiding voor elkaar krijgt.

Dat is zeker bij ABN Amro het geval. Niet alleen het hedgefonds TCI gelooft dat er bij ABN Amro momenteel niet het onderste uit de kan wordt gehaald. Weinigen in de financiële wereld prijzen de bedrijfsvoering van topman Rijkman Groenink. Enkele jaren geleden, bijvoorbeeld, schreef hij een brief aan het gehele personeel om iedereen op voorhand te danken die zo spoedig mogelijk zou opkrassen (een lumineus plan om de motivatie der werknemers te stimuleren) en vorig jaar incasseerde zijn bank een recordboete in Amerika omdat ABN Amro, ondanks herhaalde waarschuwingen, zaken bleef doen met witwasbankjes uit de voormalige Sovjet-Unie. Maar belangrijker in de huidige context is dat de bank, in haar zucht naar overnames die ze ten dele financiert met aandelenemissies, zich kwetsbaar heeft gemaakt voor hedgefondsen en private equity.

Daarom is het opmerkelijk dat president Wellink van De Nederlandsche Bank de man te hulp is geschoten nu Rijkman Groenink zijn trekken thuis krijgt. De kapitaalmarkt is op papier grenzeloos, lijkt Wellink de spaarder te willen zeggen, maar als investeerders dreigende brieven naar een belangrijke Nederlandse bank sturen, dan krijgen ze ook met hem te doen. Wellink heeft inderdaad de taak om te voorkomen dat banken als ABN Amro door onverstandig beleid zichzelf naar de ondergang werken, zoals Van de Hoop Bankiers vorig jaar deed. Maar dat doet Wellink door controle uit te oefenen op die banken, niet door legaal opererende aandeelhouders terug te fluiten.

Maar er is meer aan de hand. Na jarenlang stoer pochen over hun marktconforme prestaties blijkt dat ondernemers als Rijkman Groenink en zijn voorganger Kalff, inmiddels president-commissaris van Stork, onzekerheid alleen dulden als die henzelf niet treft. Kalff kwam onlangs in het televisieprogramma Buitenhof het vaderland waarschuwen tegen de boze wolven die solide Hollandse bedrijven als Stork leeg komen zuigen. Hoewel ook Kalff heeft meegedaan aan de ‘exhibitionistische zelfverrijking’ van ex-premier Kok heeft hij het tij nu mee. De publieke opinie is door de mondialisering bang. Het eerste ‘ja’ in een referendum moet nog worden gehoord. Nu zijn het de boze wolven van de private equity. Het was afgelopen weekeinde koddig om te horen hoe Jan Marijnissen het behoud van de bank ABN Amro bepleitte. Toen de interviewer hem vroeg wat het Nederlandse volk aan die bank heeft te danken, was hij voor het eerst in maanden even uit het veld geslagen. Al zijn het vuile kapitalisten, leek Marijnissen te zeggen, ze zijn wel van ons en daar blijf je met je hedgefondspoten van af. Daarom steunt hij nu wel de Kalffs van deze wereld als die te maken krijgen met een nieuwe kaste topmannen.

Maar is het zo erg voor ABN Amro als Rijkman Groenink zijn baan verliest? Voor de medezeggenschapsraden of de toezichthouders is het minder erg dan het lijkt. Ook de nieuwe eigenaren, of dat nu hedgefondsen of private-equityconsortia zijn, moeten zich aan de wet houden. De vraag is wel of deze nieuwe bazen ABN Amro eindelijk beter gaan managen dan Rijkman Groenink en of die verbetering wel recht doet aan de steeds meer exhibitionistische toeslagen die de investeerders aan de uitbaters van hedgefondsen betalen. De belangrijkste conclusie uit het recente gejeremieer is dat globalisering niet alleen een bedreiging blijkt voor laagbetaalde werknemers, maar ook voor Kalff en consorten.

Afgelopen week werd bovendien duidelijk dat de boemannen in verschillende soorten en maten komen. In de grootste aankoop door private equity ooit ging de Texaanse elektriciteitsproducent TXU voor 45 miljard dollar over naar een consortium geleid door Kohlberg Kravis Roberts en Texas Pacific Group. Ook Goldman Sachs, Lehman Brothers, Citigroup en Morgan Stanley namen deel aan de deal en betaalden 69,25 dollar per aandeel, oftewel vijftien procent meer dan de slotkoers van TXU van de vrijdag daarvoor. Wat bleek vervolgens? Dit consortium zal het ‘klassieke’ Texaanse bedrijf niet in stukken knippen en aan de haaien voeren, maar de prijs voor de consument met tien procent verlagen en de bouw van acht van de elf geplande kolencentrales afblazen om daarmee 56 miljoen ton aan co2-emissies te besparen. Het consortium zette William Reily, voorzitter van het Wereldnatuurfonds, in het bestuur omdat het – op advies van onder anderen James Baker en tegen de wil van het Witte Huis – alsnog de bepalingen van Kyoto wil naleven.

Natuurlijk heeft niet ieder private-equityconsortium dezelfde nobele doelstellingen als de slachters van TXU. De nu scheidend eigenaar van uitgeverij PCM, het Britse Apax, heeft dat in Nederland in de afgelopen vier jaar pijnlijk duidelijk gemaakt. Een vermogend en rijk krantenconcern werd in sneltreinvaart aan de bedelstaf gebracht. Al is onloochenbaar dat PCM zelf de kat op het spek bond door de oude ideële aandeelhouder te willen uitkopen.

Nee, dan die andere Nederlandse bankier: bestuursvoorzitter Bert Heemskerk van de Rabobank. Zijn financiële instelling is nooit naar de beurs gegaan en was daarom nog niet zo lang geleden het lachertje van de Haute Finance. Nu is het de enige Nederlandse bank met een ‘triple A’-status op de internationale kapitaalmarkt, een status die betekent dat haar kredietwaardigheid een 10 heeft. Alleen Heemskerk kan daarom met enig recht zeggen, zoals hij in het afgelopen kerstnummer van De Groene Amsterdammer deed, dat de wetgever iets moet doen tegen hedgefondsen die ‘samenspannen’ om ‘als een hyena’ bedrijven op te kopen en te verslinden. Mede omdat hij meer vertrouwen heeft in het tragere Rijnlandse model, waarin het kapitaal zich gedraagt als een stakeholder, dan in het flitsende Angelsaksische model waarin shareholders het laatste woord hebben. Want daarom gaat het. Niet om de blaren waarop Rijkman Groenink zit omdat hij tot voor kort dacht dat nou net híj nooit zijn achterwerk zou branden.