Nieuwe idealen de anti-nixgeneratie

Precies een jaar geleden zette De Groene de term Generatie Nix op de cover. Sindsdien spookte de term door allerlei debatten over jongeren, literatuur en engagement. Er is zelfs een heuse ‘Anti-Nixgeneratie’ opgestaan. Eerst rond het diep-serieuze tijdschrift Millennium. Nu rond de frivolere Maandkrant Div. Wat wil het jongmens van nu?

NA EEN WEEK rondtoeren door het land pikt Div-redacteur Han Hendrix potentiele lezers er zo uit: ze zijn in de twintig, een beetje alternatief, niet te modieus: ‘progressief nieuwsgierig’. Jonge kunstenaars bijvoorbeeld, of studenten van de academies voor beeldende kunsten en journalistiek. Alhoewel, in een buitengewoon trendy cafe in Nijmegen, met alleen 'heel nette mensen’, scoren ze ook aardig. Het bezoek aan de Erasmus Universiteit is minder geslaagd. In de steriele kantine zitten, zo op het oog, alleen economiestudenten. Die tonen weinig interesse.
Op de Rotterdamse Lijnbaan daarentegen oogsten ze succes. Dat blijkt ook de route naar het Filmfestival te zijn, the place to be voor kunstminnend Nederland, en voor aankomende Div-lezers. Een meisje van een-tweeentwintig, hennarood haar, gebleekt spijkerjack en versleten stoere schoenen, vindt de nieuwe maandkrant een aardig initiatief. Ze studeert maatschappijgeschiedenis, en een rijksdaalder heeft ze er wel voor over. Twee meisjes van een jaar of zeventien, die chips etend over straat slenteren, ieder een eigen gezinspak, worden overgeslagen. 'Bij hen kun je je de moeite besparen’, weet Hendrix.
Het spreekt tot de verbeelding: op tournee met een rode besteleend. Te veel nadruk willen ze daar ook weer niet op leggen. Anders krijgen ze een te groot 'Veronica komt naar je toe'gehalte. Vooral in cafes loopt de verkoop goed. Het is afwachten hoeveel exemplaren er in de boekwinkels zullen worden verkocht. Een stuk of veertig winkels hebben de krant in consignatie. 'Ze zetten ons op het schap tussen De Groene en HP/De Tijd’, meldt Peter Schuite, een van de redacteuren, triomfantelijk.
Zoveel aandacht van de media hadden ze niet verwacht: positieve recensies in Het Parool, Trouw en de Volkskrant. Een filmploeg van het VPRO-programma TV Nomaden is mee geweest voor een reportage, en ook tijdens het vraaggesprek met De Groene worden er opnamen gemaakt. Direct aansluitend gaan twee redacteuren naar de studio voor een live-uitzending van Villa 65 van de VPRO-radio. Ze zijn voor dat programma ingeschakeld als experts in 'jongeren-marketing’. 'Wat we daar precies moeten, weet ik niet’, zegt hoofdredacteur Michel Verschoor.
X, Nix, patatcultuur, verloren of onzichtbare generatie? Jongeren zijn de gekunstelde etiketten en de zelfingenomen houding van veertigers en vijftigers zat. Div brengt de creativiteit, initiatieven en betrokkenheid van “onze generatie” in kaart’, luidde de aankondiging van Maandkrant Div, opgericht door een groep ex-studenten van de School voor Journalistiek in Zwolle.
Ze zijn inmiddels bestempeld als exponenten van de 'Anti-Nixgeneratie’, de stroming van het nieuwe engagement. De term Generatie Nix, die inmiddels aardig is ingeburgerd, ontstond een jaar geleden ter aanduiding van een groep onverschillige, cynische eind-twintigers. In de literatuur wordt de Generatie Nix vertegenwoordigd door schrijvers als Ronald Giphart en Rob van Erkelens.
Hun boeken 'staan stijf van de verveling’, oordelen de Div'ers. Zijn zij gewoon handig op de Nix-discussie ingesprongen of kan iedereen die roept dat hij vertegenwoordiger is van een Nieuwe Generatie, meteen rekenen op succes?
'Van dat generatiestempel willen we nou juist af’, verzucht Schuite. 'Ik voel me helemaal geen lid van een generatie. “Div” staat voor “diversiteit”, maar wat twintigers zoals wij gemeen hebben zijn betrokkenheid en idealisme.’ En Verschoor vult aan: 'De orginaliteit van ons blad schuilt in het feit dat we persoonlijkheid en betrokkenheid in een blad stonnen zonder politiek te zijn. De activistenbladen schrijven ook wel goeie dingen, maar er zitten naweeen in van bepaalde dogma’s. Het gelijk willen hebben druipt van de pagina’s af, waardoor je een heel beperkt imago krijgt. Wij villen een breed publiek aanspreken.’
En dat publiek bestaat, volgens het essayistische voorwoord, niet uit 'archetypische alternatieven, linkse radicalen, christen-missionarissen of zweverige hippe vogels’, maar uit 'twintigers die niet vluchten voor de toekomst, meer willen zien dan alleen de schijn van beautiful people in visueel wonderland ’
In het zestien pagina’s tellende nummer brengen ze een reportage over eco-hippies van de Anti Road Movement in Engeland, een stuk over een 'trendwatcher’ die de subcultuur van jongeren in kaart brengt voor een reclamebureau, een tirade tegen de wansmaak in de kunst, het werk van een Witrussische fotograaf, en een stuk over de Tachtigers.
Ze vinden,zichzelf opstandig. Verschoor: 'Jongeren voelen zich vaak overbodig. Er is totaal geen ruimte meer voor idealisme. Dat zie je ook in de media, daar wordt alles weggerelativeerd, als archaisch afgedaan. Bullshit. Daarom maken wij een krant waarin idealisme wel kan.’
DE BARRICADEN OP, dat is toch iets wat je doet vanuit een folkloristische impuls, om met Joost Zwagerman te spreken? Div-eindredacteur Hans Buitelaar: 'Absoluut niet, wij hebben juist respect voor mensen die protesteren.’ Niet voor niets brengen ze in het eerste nummer een eresaluut aan de studenten die 'de weg naar Den Haag blijven inslaan om de verf van de Hofdeur te krabben ’.
Zelf protesteerden ze ook op het Malieveld, al moeten ze bekennen dat daar wel een stukje sensatiezucht aan te pas kwam. Het idee was dat de jaren zestig echt rebels waren. 'Daar wilde je wel een beetje aan tippen.’ De idealen zijn kleinschaliger en realistischer geworden, vinden ze. Dicht bij huis opkomen voor je eigen zaak heel concreet en pragmatisch. Dat geldt ook voor hun engagement: ze zijn betrokken bij kleine veranderingen, trends, bewegingen. Buitelaar: 'Er is een kleinschalige, informele ruilhandelachtige economie in opkomst. Dat is een teken aan de wand: een nieuwe tijd van het kleine initiatief, mensen die met hart en ziel met een klein zaakje bezig zijn. Dat is iets waar jonge mensen op in moeten springen. Zodat we eindelijk van dat onpersoonlijkemacro-stropdassengevoel afkomen.’
Verschoor: 'Idealen zijn verinnerlijkt. Mensen kopen mileuvriendelijke produkten, gaan speciaal naar de natuurwinkel, gaan niet met het vliegtuig op vakantie. Ze hoeven niet zo nodig een auto voor de deur, nemen genoegen met een halve baan of een uitkering, en zijn dan uiteindelijk een stuk gelukkiger.’
Redacteur Joop de Haan reageert ceptisch: 'Ik zie dat niet. Er is geen hond die wil leven van duizend gulden als het ook van tweeduizend kan. Mensen willen niet minder werken ten koste van hun inkomen. Het probleem is dat er niet genoeg werk gecreeerd wordt. Er zijn mensen genoeg die boordevol nieuwe ideeen zitten, maar voor die mensen is nauwelijks ruimte. Je kan wachten tot je een ons weegt, maar er verandert toch weinig op het gebied van werkgelegenheid. Het is interessant om te schrijven over jonge mensen die niet bij- de pakken neer zitten en niet met de grote stroom meedrijven.’
Met de Nederlandse kunst is het volgens Schuite beroerd gesteld. Omgekeerde vuilniszakken, als dat engagement is. Nederlandse kunstenaars houden zich volgens hem niet bezig met de ellende in de wereld. Wat gehyped wordt, moet maf en anders zijn. Om aandacht te krijgen moet je vooral het einde-eeuwgevoel uitstraon: 'Live Life to the Max’, pluk de dag.
'Onzin’, vindt Buitelaar. 'Hoewel camp nog wat nasuddert, zijn er genoeg jonge kunstenaars die daar tegen ingaan, die zich het wereldleed wel aantrekken en daar uiting aan geven. Het is natuurlijk onzeker of dat een trend gaat worden, maar Div mikt daar wel op en gaat dat soort veranderingen in kaart brengen en in beweging zetten. Niet de moralist uithangen, maar het nieuwe elan aanmoedigen.’
Hendrix is van mening dat ze geen waardeoordeel moeten vellen: “Leven op de vulkaan” is een tijdsverschijnsel en een vorm van verzet. Daar komen ook interessante dingen uit voort. Div moet een eye-opener zijn. Alles kan.’
In hun blad citeren de Div'ers de uitspraak van George Steiner: 'Er is geen raam meer met uitzEcht op morgen.’ Dat klinkt pessimistisch. Maar het Grote Onbehagen groeit, constateren ze. De druk om te veranderen zal steeds groter worden, want de maatschappij draait helemaal dol. De levensstandaard kan niet meer omhoog. Sterker nog, hij moet naar beneden. Verschoor klinkt overtuigd: 'Onze generatie is de eerste die deoffers daarvoor ook echt vil brengen.’ Buitelaar: 'Dat raam is er volgens mij nog wel. Punt is gewoon dat het stoffige gordijn eens opengeschoven moet worden.’
DE GLANZENDE tekstverwerkers, printers en blauwfluwelen vloerbedekking in het pand aan de Herengracht waar het tijdschrift Millennium een onderkomen heeft gevonden, vormt een aardig contrast met de rommelige huiselijkheid van Div in het oude schoolgebouw achter het Muiderpoortstation. Op de redactie van Millennium, een onderdeel van Kunstgroep Lage Landen, wordt hard gewerkt aan het vijfde nummer dat evenals de vorige nummers ook in de Digitale Stad verkrijgbaar zal zijn. Het tijdschrift van ongeveer honderdvijftig pagina’s lijkt meer op een boekje. Voor de vormgeving is dit keer beeldend kunstenaar Harmen de Hoop aangetrokken. Binnenkort wordt de nieuwe aflevering gepresenteerd tijdens een house-party in de Amsterdamse Arena. Er zullen dan ook video’s die door beeldend kunstenaars zijn gemaakt, op een groot scherm worden vertoond.
Het eerste nummer van het 'hemelbestormende tijdboek’ Millennium verscheen in maart 1993. De leden van het kunstenaarscollectief willen, zoals uit de verantwoording van het nulnummer blijkt, 'op een kruispunt staan van reflectie en creatie, van politiek en cultuur, van denken en schrijven’. Ze stellen zich ten doel 'kunst en dagelijks leven op een zinvolle en inspirerende manier met elkaar in verband te brengen’ en 'te bekijken wat de moeite waard is om mee te nemen naar de eenentwintigste eeuw’. Dan is het afgelopen: halverwege het jaar 2000 zal de groep zichzelf opheffen.
Net als bij Div, ging bij de oprichting van Millennium een filmploeg van TV Nomaden mee voor een reportage. Programmamaker Rob Smits herinnert zich een opname die de situatie treffend in beeld bracht: 'In de Makro, die gigantische winkel, werden inkopen gedaan voor het eerste presentatiefeest. Daar stonden ze eindeloos te treuzelen of ze nou een hele of een halve brie zouden nemen en of een fles perzikenchampagne wel genoeg zou zijn.’
SERGE VAN DUIJNHOVEN, zo'n beetje de initiator van het geheel heeft het razend druk, en valt daarom direct maar zelf met de deur in huis: binnenkort verschijnt z'n nieuwe roman Dichters dansen niet. Niet alleen vlot geschreven - 'in elf dagen’, meldt hij trots - maar naar eigen zeggen ook vlot leesbaar. Het gaat over een boheme-dichter die onderduikt in het Amsterdamse nachtleven om een verloren liefde te vergeten. 'De snelheid en de pulserende beat van house-muziek keren terug in de vorm van het boek’, ratelt hij met een scheef oog op de printer waar een indrukwekkende hoeveelheid poëzie voor het komende nummer uitrolt. Ik krijg een kopie van het gedicht 'De generatieziekte’; dat kan dan mooi bij het interview worden geplaatst, meent hij. Hij heeft het gedicht geschreven 'met een knipoog naar de Generatie Nix’.
Eerlijk gezegd heeft hij geen zin om het over de Generatie Nix te hebben: 'Die schrijvers pleiten voor een literatuur met “meer kloten”. Dat is op zich een goed uitgangspunt. Maar het thema van de verveling, dat in hun boeken zo'n grote rol speelt, is niet origineel. Het is altijd al een lievelingsthema geweest van schrijvers die van een wat lijzige fin de siecle-literatuur houden. Rob van Erkelens is wat dat betreft een beetje blijven steken in de jaren tachtig. Hij doet wel alsof hij nog jong is, maar hij is al in de dertig.’
Met de overgave aan de pulserende house-beat van zijn te verschijnen roman lŸkt Van Duijnhoven terug te komen op eerdere opvattingen. 'Hel verleden is nu nog de enige betekenishorizon, het enige “grotere patroon” op de rand waarvan onze levens zich voortbewegen’, schreef hij in het derde nummer van Millennium. 'De schoonheid, het waardevolle uit het verleden levend houden en doorgeven, dat is een van de essentiële verantwoordelijkheden van de kunst op dit moment.’ Jaap Goedgebuure vroeg zich in HP/De Tijd af of dit de woorden waren van een erudiet cultuurcriticus of een politicus op zoek naar een missie. Is het niet een beetje hoogdravend wat ze voor ogen hebben? Van Duijnhoven: 'Wij lieten een nieuw geluid horen. Dat waren de critici niet gewend. Je ziet het aan de onderwerpen waarmee wij gekomen zijn. In het eerste nummer hadden we het over de monarchie (we zijn het enige anti-monarchistisch tijdschrift in Nederland), waarmee we ons de kritiek op de hals haalden van een stelletje oude zeuren in de Volkskrant. Nu kun je geen blad meer openslaan of het gaat over de monarchie. Het nummer daarop ging over engagement: nu loopt iedereen te mekkeren over engagement, worden er thema-avonden over georganiseerd. Ik wil niet zeggen dat wij dat hebben aangezwengeld, maar het hing in de lucht. Wij waren gewoon eerder dan de rest.’
Miliennium-redacteur Joris Abfing - schreef in het themanummer over cynisme en engagement: 'Er liggen grofweg twee “uitwegen” uit de impasse van nergens meer in geloven: of wel de terugweg naar iets dat al geweest is, ofwel de overgave aan het grote Consumeren.’ Heeft Millennium werkelijk voor dat eerste gekozen?
Abeling neemt rustig de tijd om het uit te leggen: 'We proberen een middenweg te vinden tussen de grote idealen uit de jaren zestig en het pragmatisme van vandaag de dag. Historisch bewustzijn is belangrijk maar het moet niet ontaarden in een pathetisch deja vu: de onwil van mensen om op een gegeven moment nog ergens in te geloven. De “milieumoeheid”, zo'n vreselijke kreet, is daar een voorbeeld van. Dat betekent niet dat je er dan helemaal geen aandacht meer aan moet besteden.
Het is een soort zoektocht: we proberen te signaleren wat belangrijk is, en zijn betrokken bij wat er om ons heen gebeurt. Daarmee beweren we niet dat we ook de antwoorden hebben op de problemen, maar we stellen ze wel aan de kaak.’
Er wordt wel beweerd dat het idealisme van twintigers van nu realistischer en kleinschaliger is dan bijvoorbeeld dat in de jaren zestig.
Abeling 'Realistischer wel, maar niet per se kleinschaliger. Iemand die zich inzet voor de leefbaarheid van de Bijlmer, dat kun je kleinschalig noemen. Je kunt je ook richten op de overbevolking in de wereld, of oplossingen proberen te verzinnen voor het autogebruik in Nederland of de almaar toenemende mobiliteit. Nederland groeit helemaal dicht met wegen, auto’s en files. Neem bijvoorbeeld die Air Miles: je krijgt tegenwoordig zegeltjes in de supermarkt. Daarmee willen ze de mobiliteit nog eens extra stimuleren. Dat is echt belachelijk.’
Engagement en kunst, gaat dat samen, bijvoorbeeld in de literatuur?
Abeling 'Ja, maar dan op een indirecte, afstandelijke manier, het moet er niet te dik bovenop liggen. In een roman als De buitenvrouw van Joost Zwagerman worden op een lichtvoetige manier toch zaken aan de orde gesteld. In de journalistiek zou wat meer betrokkenheid niet misstaan. Trends gaan in een golfbeweging: na het ideologische gekraai en het verweer daartegen in de vorm van allesoverstemmende ironie neemt de behoefte aan geëngageerdheid nu weer toe. Journalisten hoeven niet het antwoord op alle grote vragen te geven, maar moeten ze ten minste serieus stellen.’
MILLENNIUM HEFT zichzelf op ir het jaar 2000. Tenminste, als het blad tegen die tijd nog bestaat. Dat hangt af van de financiële omstandigheden de redactie mag weliswaar gebruik maken van de faciliteiten van uitgeverij Prometheus, geld krijgen ze niet. Aan de bevlogenheid zal het in ieder geval niet liggen.
Hoe zien op hun beurt de Divers de toekomst tegemoet? Verschoor 'Een tweede nummer komt er in elk geval. Maar we moeten de zakelijke kant nu gaan organiseren. Zelf met de besteleend op pad is leuk, maal veel te duur en tijdrovend. We gaan een uitgeverij zoeken en er moeten advertenties komen.’
De eeuwwende zien ze slechts als een psychologisch beladen moment. Grote mentaliteitsveranderingen zullen zich niet voltrekken. Buitelaar. 'Het jaar 2000 halen we sowieso wel. Al was het alleen maar omdat de hele Champs Elysees nu al is volgeboekt.’