Nieuwe joden

‘Wij zijn de nieuwe joden’ kopt het artikel van Mohamed el-Fers in De Groene van 24 augustus. Hij schrijft dat Marokkaanse jongens in Amsterdam zijn uitgeroepen (door wie?) tot ‘probleemgroep nummer een’. In een behandel-unit met een ‘Marokkaans regime’ probeert de gemeente de ontspoorden weer op het rechte pad te krijgen. ‘Het wachten is op welzijnsreisjes naar de uit Amnesty- rapporten bekende detentiecentra (…) om daar de toepassing van traditionele Marokkaanse methoden als de falaga (stokslagen onder de voetzolen) te bestuderen.’

Ook ik verwacht weinig heil van speciale Marokkaanse gevangenissen. Dat werkt erg discriminerend, en eenmaal weer vrij, lopen de jongens toch weer tussen de kaaskoppen. Het geld had dus beter besteed kunnen worden aan reclassering, begeleiding, scholing en banen. Of aan het verbeteren van de onderlinge omgang tussen Marokkanen en Nederlanders.
Ook ware het beter geweest als El-Fers zijn betoog daarmee had besloten. Door Marokkaanse jongens op een lijn te stellen met joden schiet hij zijn doel beslist voorbij. Zo'n statement berust op een historische denkfout. Speciale gevangenissen zijn beslist nog geen concentratiekampen. De teneur van de door El-Fers verzamelde uitspraken verschilt verder weinig of niet van de kwaadsprekerij die de HP, Het Parool en De Telegraaf regelmatig over Marokkaanse en andere allochtone jongens spuien. Afgezien van een enkele Marokkaanse welzijnswerker citeert El-Fers in totaal drie Marokkanen, van wie er maar een lijkt te werken, en dan nog illegaal en zwart ook. ‘Het verhaal van Samir is typerend voor veel Noordafrikanen’, merkt de auteur op, vergetend dat legale Marokkanen nog steeds de overgrote meerderheid vormen.
Amsterdam, PAUL VAN GELDER