Nieuwe liefde bij Dirk

Iris koppe
Rosiri
De Bezige Bij, 140 blz., € 12,90

Een bescheiden hypeje. Iris Koppe debuteert bij De Bezige Bij, een uitgeverij waar het niet weggelegd is voor jan en alleman om te debuteren, en zeker niet voor iemand uit het bouwjaar 1985. Dat is één. Punt twee is dat er nu al over een verfilming wordt gesproken.

Hypes zijn dikwijls gebakken lucht, dus dan is de vraag of Koppe’s roman, Rosiri, de hype waarmaakt. Hij verscheen als feuilleton van oktober 2005 tot oktober 2006 in NRC Handelsblad en volgde opgewekt de dagelijkse beslommeringen van de Amsterdamse middelbare scholiere Rosiri, achttien jaar oud, op de drempel van de volwassenheid.

Voor iemand van Koppe’s leeftijd en met gescheiden ouders is Rosiri een maar al te herkenbaar boek. Doordat de gezinsstructuur door de scheiding is opengebroken, krijgt het meisje een overdaad aan vrijheid, terwijl vader en moeder zich met moeite schikken in het nieuwe rolpatroon waarin ze de ene keer de strenge ouder moeten spelen en de andere keer in populariteit niet willen onderdoen voor de ander. Koppe schrijft dit lekker lullig op. ‘Papa koopt ook altijd string maandverband. Dat heb jij nog nooit gehaald’, klaagt de dochter, waarop haar moeder het enige goede antwoord geeft: ‘Zeg, anders ga jij toch gewoon bij je vader ongesteld zijn. Waar wacht je op als alles daar beter is?’

Stilistisch schrijft Koppe goed vormvast, maar ze drukt zich zelden echt origineel uit en komt soms ietwat plomp over. Voorbeeld: ‘Hij opende de deur van de woonkamer en keek recht in drie open wonden. Toen zag hij de schilder. De man was bezig met een naaktportret van drie meisjes die met gespreide benen op de diva zaten.’

Maar dat is dan ook echt het enige wat je op Rosiri kunt aanmerken. Koppe is op haar best als ze vér van het poëtische blijft en zich op de triviale zaken richt, iets wat haar personages menselijk maakt. Haar vader ontmoet zijn nieuwe vrouw bij de Dirk van den Broek. Rosiri kijkt zelf met lede ogen naar de blijkbare ontheemdheid van de babyboomers, haar ouders. Ze is cynisch en autonoom, een kind van de grote stad, zo lijkt het, maar als ze gedumpt wordt door haar vriendje gaat ze prompt over haar nek.

In de slotscène ligt ze in de armen van haar nieuwe liefde. ‘Voor altijd zou ze bij deze jongen blijven.’ Het sentiment is net zo oprecht als het kansloos is. Maar je gunt het haar wel.