Een update van Jheronimus Bosch

Nieuwe lusten

Het animeren, herinterpreteren van een kunstwerk is zo oud als de kunstgeschiedenis zelf. De drie panelen van de fameuze Tuin der lusten van Jheronymus Bosch werden door hedendaagse kunstenaars opnieuw ‘gemaakt’.

Medium beeld 20studio 20smacknieuw

Voor een van de ramen van het atelier van Eelco Brand staan zo’n twintig verschillende kamerplanten, pot aan pot. Er is geen moeite gedaan de planten nog decoratief neer te zetten, en de potten zelf zijn ook niet erg bijzonder. Wie de kunst van Eelco Brand voor het eerst ziet, zou kunnen denken dat hij planten zoals deze gebruikt als model bij het maken van zijn beelden: op al zijn beelden is natuur te zien – soms een paar bomen of een bos, soms een enkele plant. Maar vreemd genoeg gebruikt hij daar juist géén voorbeelden bij. Hij werkt puur met zijn eigen voorstellingsvermogen en de rekenkracht van de computer.

Al sinds de jaren negentig gebruikt de in 1969 in Rotterdam geboren kunstenaar computers bij het maken van zijn natuurvoorstellingen. Eerst waren die voorstellingen schilderijen, nauwkeurig nageschilderde composities van donkere bomen, een close-up van gras of een berkenbos. Die composities maakte hij al vanaf het begin met de computer. Inmiddels schildert Brand niet meer, en zijn prints of korte films van de ‘arrangementen’, gemaakt met 3D-animatiesoftware, zélf de kunstwerken. In zijn studio in Breda vertelt hij over zijn manier van werken. Dat hij vooral níet de echte natuur wil namaken, maar een benadering, precies zoals ook een schilder doet. Hij gaat achter de computer zitten en laat zien hoe je in het programma met een paar muisklikken van een perfecte bol een organisch object maakt. Daarna kun je eindeloos perfectioneren en modelleren met een overweldigende hoeveelheid submenu’s. ‘Je kunt er heel verfijnd mee werken. Je maakt de illusie met levende objecten te werken, zonder dat het zo is. Het is heel letterlijk “animeren”, tot leven wekken.’ Hij toont een werk uit 2013: het lijkt een close-upfoto van een rode bloem. Maar nee, als je heel goed kijkt zie je dat er geen echte bloem aan te pas is gekomen, de nerven op de bladeren zijn lijntjes die handmatig zijn getrokken. Zoals in een schilderij.

Medium 02

De animatietechniek is de laatste jaren steeds verder geperfectioneerd, en steeds meer kunstenaars zijn de techniek gaan gebruiken. Om, zoals Brand, zelf getekende objecten te kunnen draaien en belichten, of juist om al bestaande voorwerpen, afbeeldingen of films op een nieuwe manier te kunnen gebruiken. Voor de tentoonstelling Nieuwe lusten nodigde MOTI zeven van dergelijke kunstenaars uit – een trio, een duo en twee alleen werkende kunstenaars, Studio Smack, Margit Lukács en Persijn Broersen, Floris Kaayk en Eelco Brand. Het verzoek: een nieuwe, hedendaagse interpretatie van steeds één deel van waarschijnlijk het beroemdste schilderij van Jheronymus Bosch, Tuin der lusten. Gezien de conditie kan het drieluik het Prado niet verlaten, en is het dus niet te zien bij de grote Bosch-tentoonstelling in Den Bosch. Het schilderij heeft bovendien een bijzondere band met Breda: voordat de hertog van Alba het schilderij in 1568 naar Spanje meenam, was het te zien in het Kasteel van Breda, de huidige militaire academie. Daarnaast, en misschien wel de belangrijkste reden voor de keuze van juist dit werk, is het een schilderij dat behoort tot de bekendste werken uit de kunstgeschiedenis. In H.W. Jansons History of Art – verplichte kost voor eerstejaars kunstgeschiedenisstudenten – heet het ‘the richest and most puzzling of Bosch’ pictures’, voor cultuurfilosoof Michel de Certeau was het een kunstwerk om in te verdwalen.

Het animeren, herinterpreteren van een kunstwerk is zo oud als de kunstgeschiedenis zelf. De ene keer noemt de kunstenaar het een kopie, dan weer een citaat en in hedendaagse discussies heet het appropriatie. Marcel Duchamp wist de traditie met zijn Mona Lisa-_persiflage – _L.H. O.O.Q. uit 1919 – bondig te persifleren: teken er een snor bij en geef het bekende werk een suggestieve nieuwe titel, en je hebt een nieuw kunstwerk.

Hoe vergaat het de kunstenaars van MOTI? Nemen ze de beeldentaal van Bosch letterlijk over, of ontwijken ze die liever? Lang niet allemaal hebben ze ‘iets’ met de kunstenaar. Daar zijn ze misschien ook net iets te verschillend voor. De heren van Studio Smack (uitspreken op z’n Engels) komen eigenlijk bij elk project wel een keer bij Bosch’ absurdistische figuren uit. Het trio, bestaand uit Ton Meijdam, Thom Snels en Béla Zsigmond, kent elkaar van de kunstacademie in Breda, of misschien wel eerst uit de kroeg. Sinds 2005 werken ze samen vanuit hun studio in Breda en maken ze, simpel gezegd, ‘filmpjes’, vrijwel altijd volledig ontworpen en uitgewerkt op de computer. Eind vorig jaar maakten ze bijvoorbeeld de clip Witch Doctor voor de Nederlandse band De Staat, samen met Floris Kaayk. Ze geven beeldclichés, hedendaagse ‘iconen’ – vaak in de vorm van beeldmerken en conventies uit reclames – een nieuwe context.

Ze beginnen een project altijd met het zoeken naar beeld, en dan duikt Bosch al snel op in de zoekresultaten. Voor ‘hun’ gedeelte van het drieluik, het grote middenpaneel, maakten ze een ‘update’ van de versie van Bosch. Snels: ‘Ik zie het als een sarcastische spiegel op de maatschappij van dat moment. Aan ons, heel toepasselijk, de vraag om daar een update van te maken. We hebben ongeveer hetzelfde landschap genomen, alleen hebben we het breder gemaakt – breedbeeldformaat – en de figuren lopen rond. Het originele schilderij moet je van boven naar beneden lezen, dan is het chronologisch. Maar als Bosch het had kúnnen laten bewegen, had hij dat volgens mij wel gedaan.’

Onder in het landschap, dat in het MOTI bijna drie meter hoog zal zijn, lopen de zogeheten ‘avatar-ego’s’ heen en weer: volgens Studio Smack een verbeelding van mensen zoals ze zichzelf zien. Zo is er een ‘update’ van de Venus van Willendorf – met een ander schoonheidsideaal –, een Spybot en is er een letterlijke brulaap, agressieve gorilla met tubahoofd. Het zijn allemaal symbolische afspiegelingen van hoe ego’s in elkaar zitten – in tegenstelling tot Bosch’ versie, waar alle mensen er min of meer identiek uitzien. Volgens de makers is dat vanwege de vergelijking kerk-merk: toen was de kerk merk nummer één, nu heb je veel verschillende merken.

Teken een snor in de Mona Lisa en je hebt een nieuw kunstwerk

Voor de in Amsterdam werkende Persijn Broersen (Delft, 1974) en Margit Lukács (Amsterdam, 1973) begint een project als dit juist bij een onderzoek naar de historische en culturele achtergronden, in dit geval van Bosch’ inspiratiebronnen. Broersen en Lukács kregen het linkerpaneel toebedeeld, met de tuin van Eden. Ze kwamen een logische theorie op het spoor, die leidde naar de ontdekking van Amerika in 1492, zo’n vijftien jaar voordat Bosch zijn Tuin maakte. Een priester was op verzoek van Columbus meegereisd om de verhalen van de oorspronkelijke bewoners zo nauwkeurig mogelijk op te schrijven. Europese koningshuizen en de elite waren onder de indruk van het verslag, dat vanaf 1498 werd doorgegeven. Ook Bosch, die zich in die kringen bewoog, moet dat gezien hebben; veel van zijn motieven lijken op de afbeeldingen in het manuscript.

Medium broersen 20lukacs 20  20moti 20museum 20nieuwe 20lusten 2004

Europeanen ontdekten in de ‘Nieuwe Wereld’ een paradijs, een onschuldig landschap dat eeuwen op hun komst had liggen wachten – de oorspronkelijke bewoners speelden daarbij geen rol. Broersen: ‘Die onschuld, die per definitie verdwijnt zodra je je realiseert dat het er is, werd een van de thema’s die ook in het nieuwe werk naar voren komen.’ De zoektocht bleek ook in de hedendaagse cultuur nog gaande: in Amerikaanse films. Die stap is typerend voor het werk van Broersen en Lukács: ze maken vrijwel altijd gebruik van reeds bestaande beelden, die ze isoleren, bewerken, en in een nieuwe omgeving plaatsen, meestal als installatie. Bij de lange roltrap in het Stedelijk maakten ze in 2014 bijvoorbeeld Ruins in Reverse: een collage van beelden van toekomstvisioenen uit Hollywood-films, visioenen die vaker teruggrijpen op het verleden dan op een mogelijke toekomst, zo bleek.

Broersen: ‘Zoals Bosch de mythes van de indianen gebruikt en er een eigen verhaal mee vertelt, hebben wij de beelden ook uit Amerika gehaald, en vertellen een hedendaags verhaal over de zoektocht naar het paradijs. We hebben een selectie gemaakt uit zo’n vijftig Hollywood-films, mainstreamfilms, waar we de achtergrond in duiken. Daar maken we een nieuw landschap mee, waar we als in een jacht bezit nemen van het territorium. We monteren de beelden tot een loop van ongeveer een kwartier, op zo’n manier dat er geen mensen meer in voorkomen. Een duidelijk verhaal is er niet, wel een spanningsopbouw.’

Naast de inhoudelijke achtergrond speelde ook de compositie van het werk van Bosch mee in hun werkproces. Lukács: ‘Bij Bosch kun je moeilijk wegdromen. Er is een sterke verhaallijn, die je ook in hedendaagse cultuur veel tegenkomt. Beelden zijn zo prominent aanwezig dat je het echte verhaal niet meer ziet, je gaat van cliffhanger naar cliffhanger. In ons werk willen we die hoogtepunten weghalen: juist in de achtergrond herken je de ideologie.’

Het lijkt afgesproken werk: zoals de echte planten in het atelier van Eelco Brand een echo zijn van zijn animaties hebben Broersen en Lukács in hun atelier, de zolderverdieping van een oude school op het Amsterdamse Oostenburgereiland, panelen staan waarop planten zijn te zien. Juist geen echte planten, maar door de computer gegenereerde afbeeldingen van varens, bloemen en bomen – de panelen gebruikten Broersen en Lukács bij een eerder project. Ze leggen de door de cultuurconventies ontstane formules bloot die je in het dagelijks leven snel ontgaan.

Terwijl Broersen en Lukács de hoofdrolspelers en verhaallijnen uit bestaand filmmateriaal verwijderen om een nieuwe betekenis te geven, gebruikt Floris Kaayk (Tiel, 1982) die conventies juist wél, om houvast te geven aan een pseudo-realistische inhoud. In 2012 kreeg hij landelijke bekendheid met Human Birdwings, een project over een ingenieur die eindelijk goed werkende vleugels had gemaakt, en leek te kunnen vliegen.

Meestal werkt Kaayk dus vanuit de werkelijkheid, voor de opdracht van MOTI kon hij een andere benadering gebruiken. Het uitgangspunt is een schilderij, een kunstwerk dat de realiteit juist niet evenaart. Hij kreeg het rechterpaneel als onderwerp – dat van de hel – en moest meteen denken aan de sfeer uit de enorme game-werelden die je ziet bij spellen als World of Warcraft. Ian Cheng, een jonge Amerikaanse kunstenaar, is gespecialiseerd in het gebruiken van die gamesoftware voor kunstwerken, en Kaayk maakt voor het MOTI nu ook gebruik van de techniek.

‘Bij Bosch ga je van cliffhanger naar cliffhanger. In ons werk willen we die hoogtepunten weghalen’

Hoe ver de gamewereld ook verwijderd lijkt van de kunst van Bosch, toch heb je bij beide hier te maken met beeldconventies, zo verzekert Kaayk via de telefoon. Het landschap bijvoorbeeld, dat van voor naar achter in een vertekend perspectief is te zien. Kaayk neemt de rotsachtige heuvels van Bosch over, en laat ook een aantal herkenbare objecten uit het hel-paneel terugkomen. Zo staat er ook bij Kaayk een harp, is er hetzelfde holle wezen dat met een ladder toegankelijk is, en loopt ook Kaayks landschap tot ver achterin door.

Voor de ‘bevolking’ van zijn landschap koos Kaayk voor reeds bestaande figuren: hij downloadde ze uit de database van een 3D-appje. Daar kunnen gebruikers met een paar foto’s rondom een object – bijvoorbeeld een zelf geboetseerd poppetje – met hun smartphone via de app een driedimensionaal model van het object downloaden. Omdat iedereen toegang kan krijgen tot de database van figuren is er een brede keus. Ook de harp komt uit die database. Niet alle scans lukken even goed, een digitale imperfectie die Kaayk juist interessant vindt: het beeld van de geanimeerde figuren wordt er extra kunstmatig door. Alsof ze, als digitale wezens, toch nog een ziel hebben.

De figuren lopen min of meer willekeurig door het landschap, en volgen daarbij de regels van de spel-software. Het landschap en de figuren zijn grijs, de gekleurde ‘hoes’ die je apart bij je figuurtje uit de database krijgt, gebruikt Kaayk liever niet. De beweging wordt zo duidelijker, en het geheel is homogener. Qua compositie en vorm is het het kunstwerk dat het meest lijkt op het werk van Bosch, en tegelijkertijd met het gebruik van de database laat zien dat de wereld in vijfhonderd jaar niet zo bar veel veranderd is.

Terug naar Eelco Brand, die voor het MOTI-project bezig is met twee werken die het landschap als aanleiding hebben. Hij kreeg de buitenpanelen van het drieluik toebedeeld. Bosch verbeeldde hierop de derde dag van de schepping, de dag waarop land en water van elkaar gescheiden werden en dus het landschap ‘ontstond’. Eén nieuw werk van Brand is daarom direct geïnspireerd op dat ‘gemaakte landschap’: met de computer componeerde hij een heuvellandschap, in stroken: de coulissen waaruit ieder conventioneel landschapsschilderij bestaat. Die stroken heeft hij los van elkaar op papier gedrukt, en die worden opgesteld in negen concentrische halve cirkels op ooghoogte, met als middelpunt de toeschouwer zelf. En net als in het standaardlandschap heeft hij ook het atmosferisch perspectief toegepast in de stroken: de dichtstbijzijnde zijn het donkerste, de verste zijn licht grijsblauw. Hoe, en óf het gaat werken zoals hij hoopt, is voor Brand nog afwachten.

Dat geldt ook voor het tweede werk, zij het op een heel andere manier. Op de computer maakte hij een animatie van een graspol, die, zoals je ziet als de camera uitzoomt, dobbert in het water. Net als op het schilderij van Bosch gebruikt Brand een grote cirkelvorm bij de presentatie van het beeld: een gigantische glazen bol zal vóór de animatie komen te hangen, zodat er een sterke vervorming ontstaat. Een testmodel – een bol zo groot als een tennisbal, en het filmpje afgespeeld op een telefoon – ziet er veelbelovend uit: het is alsof het beeld ongrijpbaar wordt en zweeft in de ruimte. Precies zoals de aarde op het schilderij van Bosch.

Computeranimatie als overkoepelend thema bij een kunstproject geeft inmiddels zulke uiteenlopende resultaten dat het MOTI terecht een strak kader heeft gekozen. Maar ook binnen de perken van Tuin der lusten lopen de uiteindelijke kunstwerken sterk uiteen. De bezieling van het werk is immers net als in de tijd van Bosch nog steeds afhankelijk van de inventiviteit en overtuigingskracht van de kunstenaar.


Beeld 1: Paradise, Studio Smack

Beeld 2: Hell.exe van Floris Kaayk

Beeld 3: After Eden van Persijn Broersen & Margit LuKács