FILM

Nieuwe meesters

New Italian Cinema Events

In het laatste nummer van het Britse filmblad Sight & Sound stelt de vooraanstaande producent Domenico Procacci dat het beeld van de Italiaanse cinema ingrijpend verandert door werken als de gangsterfilm Gomorra (2008) van Matteo Garrone en Il Divo (2008) van Paolo Sorrentino, over oud-premier Giuilo Andreotti. De vernieuwing zit ’m vooral in het feit dat regisseurs er nu in lijken te slagen het juk van de rijke filmgeschiedenis, geschreven door de maestro’s Fellini, De Sica of Antonioni, van zich af te schudden, zodat de geijkte reactie steeds minder legitiem is, namelijk: ‘Mooie film, maar La dolce vita is beter.’
De vraag is evenwel of de Italiaanse cinema na zoveel jaren nu echt op een keerpunt is beland waardoor nieuwe 'meesters’ met werken komen vergelijkbaar met bijvoorbeeld Fellini’s tijdloze meesterwerk over moderniteit en verval in Rome. Het festival New Italian Cinema Events zou antwoorden kunnen aanleveren. Na New York, San Francisco, Sint-Petersburg en Moskou doet dit reizende festival van moderne Italiaanse films nu Amsterdam aan, met werken als Pa-ra-da (2008) van Marco Pontecorvo, over straatkinderen in Boekarest, Viola di Mare (2008) van Donatella Malorca, over seksuele identiteit, en La casa sulle nuvole (2009) van Claudio Giovanessi, over twee broers op zoek naar hun vader.
Het festival opent met de romantische komedie Ex van Fausto Brizzis. Een vreemde keuze. Want de Italiaanse versie van een Amerikaanse romcom. Tragischer, het werk legitimeert nu juist de angst van producent Procacci dat de kijker bij het zien van de moderne Italianen terugverlangt naar de klassiekers. Want Ex laat mij in elk geval alleen maar hunkeren naar mijn dvd van Vittorio de Sica’s onvergetelijke Ieri, oggi, domani (1968) met Sophia Loren en Marcello Mastroianni. Dat klinkt oubollig, maar dat is het niet. Want: wat De Sica al in de jaren zestig deed, probeert Brizzi nu eens dunnetjes over te doen, namelijk het op een breed palet schilderen van losse verhaaltjes over de liefde die samen een groot statement moeten maken.
Maar waar humor bij De Sica vooral satirisch is, ook in scènes waarin slapstick ogenschijnlijk overheerst, daar ontaarden de grappen bij Brizzi in een soort kitsch waarvan onduidelijk is of het zo bedoeld was. Het verhaal draait om personages die te kampen hebben met het einde van een relatie. Bijvoorbeeld een psycholoog wiens ex-vrouw bij een auto-ongeluk sterft. Naarmate hij meer over haar leven na het huwelijk te weten komt, onder meer door met zijn kinderen te praten, merkt hij dat zij eigenlijk verliefd op hem was gebleven. In een scène blijkt dat ze nog jaarlijks met Kerst cadeaus voor hem kocht. Terwijl hij deze uitpakt, klinkt sentimentele muziek - een fout die te veel films maken - waardoor de emotionele spanning verdampt.
Veel mooier en grappiger is een verhaallijn waarin een priester de huwelijksceremonie moet behartigen van een vrouw met wie hij ooit een relatie had. De priester volgt stiekem haar toekomstige echtgenoot tijdens diens vrijgezellenavond. Hij blijkt een onbetrouwbare flierefluiter. Zo krijgt Ex iets van een morality play, waardoor het werk uiteindelijk redelijk verteerbaar is.
Een De Sica is het niet, en dat blijft een probleem in de nieuwe Italiaanse cinema. Ja, er is vernieuwing, ja de films zijn populair. Maar wanneer was de Italiaanse cinema níet vernieuwend en populair? Waarom vergeten commentatoren en producenten als Procacci de enorme explosie aan genrecinema in de jaren zestig en zeventig? Dáár zijn de wortels van de New Italian Cinema Events te vinden, en niet in de nalatenschap van de oude meesters.

Te zien van 6 tot 12 mei in het Filmmuseum te Amsterdam