H.J.A. Hofland

Nieuwe moordenaars

Zouden we de statistiek als bewijsmateriaal beschouwen, dan zou er voortaan in Nederland één maal in de drie jaar een politieke aanslag worden gepleegd. In 2002 Pim Fortuyn; in 2004 Theo van Gogh; in 2009 de koninklijke familie. In de laatste helft van de vorige eeuw is er geen enkele poging tot moord uit politieke motieven ondernomen en als we de oorlog buiten beschouwing laten, is er in de hele twintigste eeuw hier geen politiek geweld van dit genre geweest. Er moet dus wel iets ingrijpends in de natie veranderd zijn, zou je zeggen.
Maar had Karst T. wel politieke motieven? Een keurige vrijgezel, een eenzame man volgens zijn buren. Reed wat hard in zijn auto, maar hij was de enige niet. Ontslagen, had geen nieuw baantje kunnen vinden, kon zijn huur niet meer betalen, moest zijn huis ontruimen. Door het mechanisme van de maatschappij aan de rand geschoven; buiten zijn
schuld tot een slachtoffer van de crisis geworden. Soms kreeg hij, volgens mensen die hem hebben gekend, een dwangbevel met het opschrift ‘In naam der Koningin’. Hij zou zich hebben laten ont-vallen dat hij een bijzondere hekel had aan prins Willem-Alexander en prinses Máxima .
Op Koninginnedag is de maat vol, hij stapt in zijn auto en pleegt zijn aanslag. Is dat een politieke daad? Ik denk het wel. Mensen in totale wanhoop plegen zelfmoord. Hij stikte van wrok, hij wilde wraak, op de hele samenleving, door de hoogste symbolen te raken.
Doodsbedreigingen zijn tot de nationale communicatie gaan horen. Na de moord op Fortuyn kwam de zomer van de kogelbrieven. Voor die aanslag bestond dit woord niet. Het bleef niet tot de politiek beperkt. In juli 2004 werd in Portugal het Europees kampioenschap voetbal gehouden. De bondstrainer Dick Advocaat wisselde een speler terwijl Oranje de overwinning in zicht had. Oranje verloor. Advocaat werd doel van een dusdanige haatcampagne dat hij ontslag nam. De moord op Van Gogh heeft hier een chaos ontketend waarin ik toen een staatsgreep voor niet onmogelijk heb gehouden. In hetzelfde jaar werd Geert Wilders beveiligd in Kamp Zeist, nadat hij de oorlog had verklaard aan het moslimfundamentalisme, en van die kant met onthoofding was bedreigd. Hij had er toen al om gevraagd in de Tweede Kamer met kogelvrij glas beschermd te worden.
Ik noem niet meer dan een paar hoogtepunten. Als je een grafiek van doodsbedreigingen tussen 1990 en nu zou maken, zou je waarschijnlijk tegen de eeuwwisseling een lichte stijging zien. Daarna gaat de lijn scherp omhoog en blijft dan ongeveer op hetzelfde niveau tot op de dag van vandaag. Wie zijn dan de bedreigers? Moslimfundamentalisten die uit godsdienstige overwegingen handelen. Voetbalsupporters die de kluts zijn kwijtgeraakt. Nederlandse eenlingen die wraak willen nemen op de maatschappij waardoor ze zich in de steek gelaten voelen. Al dit soort mensen – zeloten, fanaten, miskenden – waren er vroeger waarschijnlijk ook al. Maar ze slaagden er niet in het openbare leven te ontregelen. Wat is er gebeurd waardoor ze nu met duidelijke regelmaat succes hebben?
In 1986 verscheen het boek Risikogesellschaft: Auf dem Weg in eine andere Moderne, van de Duitse socioloog Ulrich Beck. Het gaat, zeer in het algemeen gezegd, over de ontwrichtende risico’s van de moderne maatschappij. Het maakte grote indruk, ook al omdat de kerncentrale in Tsjernobyl juist was ontploft en radioactief stof zich door de dampkring verspreidde. Toch was het toen nog relatief rustig op de planeet: de grote machtsblokken in het keurslijf van de Koude Oorlog, China en India in staat van ontwikkeling, de Arabische wereld verscheurd door interne ruzies en de mondiale, digitale snelweg bestond nog niet. Van e-mail had niemand gehoord. Wat een rust.
Na de Koude Oorlog is de oude politieke en sociale samenhang in het Westen geleidelijk afgebroken. Het individu kroonde zichzelf tot de nieuwe almachtige en bevestigt deze revolutie liefst dagelijks op internet. Aan zijn veeleisendheid wordt zelden voldaan en dan wordt hij kwaad en begint te schelden. Het gemakkelijker en vaker schelden is een van de tekenen dat Becks risicomaatschappij in een nieuw stadium terecht is gekomen. De uiterste vorm van schelden is de doodsbedreiging.
Daarmee wil ik volstrekt niet zeggen dat de dreigers ook potentiële moordenaars zijn. Het gaat om de frequentie. Hoe hoger die is, hoe lager de drempel wordt. In principe werkt het niet anders dan een reclamecampagne. Daar gaat het erom potentiële klanten tot de daad van de koop over te halen. In dit geval wordt het voor psychopaten gemakkelijker de daad van het geweld serieus te overwegen, en ten slotte misschien tot handelen over te gaan. Het blijft een grote zeldzaamheid, maar in betrekkelijke zin wordt die waarschijnlijker. Had Karst T. een computer? Dan zou ik graag zijn e-mail willen lezen. En ten slotte: het geweldig betoon van solidariteit met de koningin is ook een uiting van heimwee naar een vrediger vroeger.