Nieuwe nederlanders

De multiculturele samenleving dient te worden geproblematiseerd in plaats van gedogmatiseerd. Politici en beleidsmakers beschouwen het multiculturalisme ten onrechte als de zaligmakende heilsleer voor alle inter-etnische spanningen. Maar deze sociaal wenselijke houding is verraderlijk.(

MIN OF MEER tegen wil en dank is Nederland al sinds de zestiende eeuw een immigratieland. Zie alleen al de drie categorale gymnasia in Amsterdam die zijn vernoemd naar buitenlanders: Barlaeus, Vossius en Ignatius. Geholpen door de globalisering en internationalisering hebben honger, ellende en volkerenmoorden nieuwe migratiegolven op gang gebracht: elke dag nog kloppen vluchtelingen op de poort van Nederland om, na een martelende procedure, hun verdriet voort te zetten in kamertjes in asielzoekerscentra, op de achtste etage in een flat in Venlo of in een lekkende tent in Ermelo. Het meest eigene aan deze ‘Nieuwe Nederlanders’ is dat zij niet in Nederland zijn geboren, maar er naartoe zijn gekomen; zij hebben het land niet bij geboorte meegekregen, maar uitgekozen. De een - de gastarbeider - dacht dat hier het goud tussen de straatstenen groeide en de ander - de vluchteling - wilde weg van de plek waar lamenterende vrouwen, rottende lijken, dolle zwerfhonden en bebloed zand het straatbeeld bepalen. Intussen hebben deze Nieuwe Nederlanders allesbehalve stilgezeten en vormen ze samen met hun - veelal talrijke - kroost een samenleving van hete tjaptjoi en opzwepende raïmuziek, van dampende couscous en torenhoge minaretten, van swingende hoofddoekjes en snelle Afro-Amerikaanse ritmes. Een samenleving die in de volksmond is ingeburgerd als de 'multiculturele samenleving’. Althans, de zonnige kant ervan. Bezien we de schaduwkant, dan krijgen we de dreigende driedeling, de criminaliteit, de getto’s, de werkloosheid. Maar over deze schaduwkant hebben we het liever niet, want in een land waar het al zo vaak regent, zijn zonnestralen het meest welkom. En als die zonnestralen er niet zijn, dan roepen we die gewoon op onder het motto: 'If this story ain’t true, it should have been’, als het allemaal niet is zoals we zeggen dat het is, dan had het zo moeten zijn. Als de theorie niet strookt met de werkelijkheid, dan is dat jammer voor de werkelijkheid. NAAR MIJN MENING wekken veel politici, bestuurders, beleidsmakers en belangenbehartigers iets te veel de indruk dat het multiculturalisme de zaligmakende heilsleer is voor alle inter-etnische spanningen. Alsof het uitsluitend een kwestie is van sociaal-economische (kansen), politieke (macht) en culturele gelijkwaardigheid (identiteit) om de problemen van en met allochtonen op te lossen, alsof er aan de zijde van allochtonen geen problemen en beletselen bestaan. Alleen al de wapenfeiten rond criminaliteit spreken dit tegen. Echter, als we bereid zijn om even afstand te nemen en even verder te kijken dan de neus van een verkiezingsprogramma lang is, als we bereid zijn ons te begeven naar een werkelijkheid die op een hoger plan ligt dan die van de politieke waan van de dag en die dieper reflecteert dan de hectiek van de alledaagse besturingsmechanismen, dan schuilt het grote gevaar van de multiculturele samenleving hierin dat we haar te veel dreigen te dogmatiseren in plaats van te problematiseren. En dit is funest. De kritische en rebellerende geest zou niet geamputeerd mogen worden ten behoeve van de moraliserende geest, de emotie dient ook plaats te krijgen naast het zakelijk fatsoen, er dient naast het correcte ook oog te zijn voor het dilemma; de tegenstelling is interessanter dan de gemene deler en de nuance spannender dan het gemiddelde. Behalve dat deze sociaal wenselijke benadering en houding jegens de nieuwe samenleving verraderlijk is - kijk maar hoe de rauwe werkelijkheid in de wijken een weerbarstig beeld laat zien van schrille contrasten, van onoverkomelijke dilemma’s, van vulgariteiten en ongeleide sentimenten - is deze benadering de dood in de pot. Want terwijl het marxisme thans verzonnen heet te zijn om de lagere klassen gelukkig te maken en de van Noord-Amerika afkomstige rock 'n’ roll in Europa is geïntroduceerd om de jeugd van de klassenstrijd af te houden, zo lijkt het van staatswege gepredikte multiculturalisme vooralsnog op een staccato van holle frasen en goede bedoelingen teneinde de gemoederen zand in de ogen te strooien en politiek te scoren. HET GEVAAR van de grote poel van gelijkheid en broederschap is dat het heldere zicht op de wereld wordt belemmerd. We willen het samenleven van de diverse bevolkingsgroepen niet meer als probleem zien maar als een vanzelfsprekendheid. Voor het slechte nieuws zoals dat dagelijks uit de radio klinkt of in de krant te lezen is, sluiten we ons af en we geven de media de schuld van een negatieve beeldvorming. We willen de tegenstellingen niet meer zozeer verklaren als wel oplossen door ze sluw uit de weg te gaan; we willen geen morele dilemma’s op ons bord, we vermijden ze door aan universele acceptatie te doen. En dat allemaal onder de allesoverheersende criteria van erkenning, diversiteit en afspiegeling. Zo zien we de meest recente vorm van erkenningspolitiek belichaamd in de nieuwste nota’s van de staatssecreataris voor Cultuur, we zien hoe het diversiteitsideaal zich manifesteert in de nieuwe wet 'Samen’; en in politieke gremia en andere colleges klinkt de afspiegelingsmoraal luider dan ooit. Wie de wereldgeschiedenis enigszins beheerst, begrijpt dat het huidige multiculturele streven nog iets te veel gebaseerd is op een nostalgisch, exotisch en haast utopisch ideaaltype. Wie de toestanden in het vroegere én het huidige Zuid-Afrika beschouwt, voor en na het afschaffen van het apartheidsregime, ziet nog immer hoe verschillende groepen elkaar naar het leven staan. We herinneren ons allen nog Rwanda; de etnische zuiveringen in het multiculturele Kosovo liggen nog vers in het geheugen; de genocide van de Koerden in Irak en in Turkije vindt nog steeds plaats; en zo kan ik nog wel even doorgaan. Zelfs dicht bij huis. In een beschaafde natie als België kunnen Walen en Vlamingen elkaar slechts dulden in een bestuurssysteem dat gebaseerd is op een strikte scheiding van het culturele leven. Zo hebben ze er twee ministers van Cultuur, ze hebben er twee anderstalige zenders en ook geografisch, met uitzondering van Brussel, liggen ze strikt gescheiden. WAT BETEKENT het voorgaande allemaal? Dat ik een tegenstander ben van een samenleving waarin de verschillende bevolkingsgroepen naast en met elkaar leven? Geenszins. Evenredigheid is een groot goed maar gaat niet altijd op voor waardenstelsels. De balans tussen retoriek en reflectie is uit z'n evenwicht. Zo is bijvoorbeeld de populaire leuze 'integratie met behoud van eigen cultuur’ vooral gebaseerd op retoriek. Immers, voor de meeste Marokkanen en Turken betekent integreren gemengd zwemmen; met behoud van eigen cultuur houdt in: niet gemengd zwemmen. Integreren betekent meedoen met pakjesavond, met behoud van eigen cultuur daarentegen: niet meedoen met pakjesavond. Als veertig en vijftig procent allochtonen in de wijk komen wonen, komt die beruchte 'white flight’ op gang, hoe je het ook wendt of keert. Het blijkt een soort natuurwet te zijn waar geen politicus, ambtenaar of postbus-51-spotje tegen bestand is. Zelfs het door velen bejubelde panacee van gemengd bouwen in achterstandswijken is recent ontmaskerd als politieke retoriek. Betekent het voorgaande dat ik tegen een tolerante houding ben jegens anderen of dat ik tegen het gelijkheidsprincipe ben? Nonsens, ik ben een gelovige en alleen bij God is iedereen gelijk. Maar we dienen ons te realiseren dat achter tolerantie een soort hoogmoed schuilgaat. Iemand schreef eens dat tolerantie in feite neerkomt op het verdragen van een toestand die men afkeurt, maar die men uit gebrek aan interesse nalaat te veranderen. Zo zou je politieke correctheid ook kunnen uitleggen als het oplossen van problemen door stilte. Zou ik hiermee willen suggereren dat ik tegen het idee ben dat de Marokkaanse en Antilliaanse jeugd betere kansen moet krijgen? Niets van dat. Maar zolang segregatietendensen als cholerabacillen om ons heen grijpen en gehele wijken worden ingenomen door allochtonen en in toenemende mate scholen het predikaat 'zwarte school’ krijgen, wordt het begrip 'integratie’ hoe langer hoe leger. Want de vraag die zich dan opdringt, is wie waarin moet integreren en waaraan integratie afgemeten moet worden? Het grote probleem met de Marokkaanse boefjes is dat ze over-geïntegreerd zijn; ze zijn lid van Veronica, spreken plat Rotterdams, gaan naar Feyenoord en zijn niet weg te slaan bij houseparties. Hun ouders daarentegen hadden en hebben nauwelijks tot geen banden met de Nederlandse samenleving en dat heeft hen gemaakt tot de meest brave burgers die we kennen. Wat deze jonge boefjes nodig hebben is meer duidelijkheid en eenduidigheid, een groter besef van hun eigen achtergrond, hun eigen religie en hun eigen set van normen en betekenissen. Je moet ze dus niet in hechtenis nemen - alwaar ze meer vrijheid en zakgeld toekomt dan ze ooit thuis hebben mogen genieten - maar je moet ze moskeearrest geven. EN HOE KUNNEN we een omslag bewerkstelligen in het denken over de nieuwe muticulturele samenleving, wat hebben we daarvoor nodig? Laat ik beginnen na te gaan wat we daarvoor in ieder geval niet nodig hebben. Mij dunkt dat allochtone bedrijfskundigen, managers en economen niet de meest interessante succesgroep zijn voor een evenwichtige multiculturele samenleving die zich van binnenuit zal moeten doen gelden. Deze academici zijn veelal louter gebrand op een persoonlijke materiële toekomst en laten zich gek maken door de westerse tijdsgeest. Hun maatschappelijke inbreng reikt vaak niet verder dan de poorten van het bedrijf of de organisatie waar ze werkzaam zijn. Waar we ook niet al te veel van moeten verwachten is de overmaat aan boeken en adviezen op het gebied van inter-, intra-, trans-, multi- of wat-voor-cultureel management dan ook, een schier sektarische industrie die tot nog toe in de praktijk vooral degenen heeft gediend die er hun broodwinning van hebben gemaakt. Van de illusie dat geslaagde allochtonen massaal een voorbeeldfunctie of voortrekkersrol op zich zullen gaan nemen, moeten we ook af. We hebben het gezien in Amerika, waar de zwarte middenklasse zich als een Bill Cosby alleen nog afficheert met de blanke welgestelde wereld en op die manier haar armoedig zwarte verleden vergeet en verdringt. En hier zien we hetzelfde. De veelbelovend geachte allochtone studenten blijken niet of nauwelijks aan de verwachtingen te voldoen; zij blijken met name uit te munten in het organiseren van chique gala’s voor wulpse jongens en meisjes. Neen, wat er nu vooral van node is, is een allochtoon intellectueel en alfa-wetenschappelijk kader dat een verdieping geeft van zowel het Afrikaanse, oosterse als westerse erfgoed en dat zich actief mengt in het publieke debat ten overstaan van een gehoor van krantelezers, televisiekijkers en boekenkopers. WAT WE NODIG hebben zijn niet imam-opleidingen, maar vooral Turkse theologen, die aan het Nederlandse volk uitleggen wat Pinksteren ook alweer inhoudt en hoe goed bevriend Jezus en de profeet Mohammed waren; wat we nodig hebben zijn creolen die ’s(middags in zwarte wijken neuzen, ’s(avonds in witte salons hun oren te luisteren leggen en ’s(morgens hun flamboyante speeches schrijven; wat we nodig hebben zijn Marokkaanse historici die in VPRO-documentaires vertellen over het Nederlands-Marokkaans bondgenootschap gedurende de Tachtigjarige Oorlog en die op vier mei bij Nova komen vertellen over de Marokkaanse militairen die in de strijd tegen het Duitse rijk zijn ingezet en van wie er duizenden zijn gesneuveld op Nederlands grondgebied en een groot deel thans begraven ligt in Zeeland; wat we nodig hebben zijn Koerdische schrijvers die het niet meer hebben over 'de vluchtelingen’ maar die in staat zijn om het migratievraagstuk invoelbaar, bezweerd en dienstbaar te maken waardoor de ontheemde migrant een naam krijgt, een gezicht, een stem en een persoonlijkheid; wat we nodig hebben zijn Arubaanse wijsgeren die het slavernijvraagstuk in z'n diepste ziel ontrafelen, die de Cariben hun verleden, identiteit en trots terug kunnen geven en die in staat zijn het racismevraagstuk op een hoger plan te trekken dan het jaarlijks terugkerende ritueel over het al dan niet afschaffen van het sinterklaasfeest. Kortom, wat we nodig hebben zijn allochtone denkers, intellectuelen en schrijvers met een substantiële, onvervangbare bagage, mensen die bereid zijn tot telkens hernieuwde twijfel, die bereid zijn tot innerlijke kritiek en zelfherziening en die beschikken over overtuigingskracht op grond van kennis, spitsvondigheid, zelfspot en hartstocht. ZOALS SOCIALISTISCHE politiek en beleid gebaseerd zijn op ideeën van marxistische filosofen en andere linkse intellectuelen, zo ook dient een considerabel vraagstuk als het multiculturalisme gegrondvest te zijn op fundamentele inzichten en weldoordachte, glasheldere analyses van schrijvers, filosofen en andere wetenschappers. Want terwijl communistische en socialistische politici hun vergeelde bijbel Das Kapital nog altijd op hun nachtkastje hebben liggen en terwijl kapitalisten en liberalen hun Adam Smith onder hun kussen hebben verstopt, zo hebben de Multiculti Jehova’s niets dan enkele glossy partijprogramma’s en een grijze muis op hun bureaudesk. En dat is wat armoedig. De kosmopolitische wereld en haar multiculturele vraagstuk dient niet zozeer teruggegeven te worden aan schrijvers, kunstenaars en filosofen als wel zou er gezocht moeten worden naar een soort van interactie tussen hen en ambtenaren en politici. Want daar waar politici, ambtenaren en managers (functioneel-rationalisten) soms neigingen vertonen tot karikatuurvorming en versimpeling, voelen kunstenaars, intellectuelen en wetenschappers (substantieel-rationalisten) zich geroepen om áchter de werkelijkheid te speuren, de details te ontdekken, de complexiteit te ontrafelen en te jongleren met accenten; daar waar de functionalisten zeggen dat de nazi’s zes miljoen joden hebben vermoord, daar zegt een substantionalist als Abel Herzberg dat nazi’s zes miljoen keer één jood hebben vermoord. Daar waar de functionalisten zich gebonden voelen aan de praktijk van alledag, daar pogen substantionalisten de multidimensionaliteit en de meerduidigheid aan het licht te brengen. Er zou dus gezocht moeten worden naar werkwijzen waardoor een soort wederkerigheid, een soort interactieve bevruchting ontstaat tussen aan de ene kant het politiek-ambtelijke domein en aan de andere kant het artistiek-intellectuele domein. Hierdoor kan een aanzet gegeven worden tot een nieuw en gezond evenwicht tussen aan de ene kant de macht van het politieke primaat en de bureaucratie en aan de andere kant de kracht van de reflectie, de ontroering en de verbeelding.