Mode

Nieuwe Nederlandse mode

Kunst: Fashion NL: The Next Generation

Echte mode is nooit helemaal serieus. Ze knipoogt, spot, of giechelt. Bas Kosters, enfant terrible van de Nederlandse mode, heeft dat goed begrepen. De levendigheid en het lef waarmee hij mode (en trouwens ook muziek) maakt, doen denken aan de anti-establishment-slogans van de jaren-tachtigpunk. Tegelijkertijd zijn de kledingstukken, tassen, poppen en performances die hij ontwerpt doordesemd van een kinderlijke naïviteit die het onmogelijk maakt ze al te serieus te nemen: modellen dragen clowneske geruite jasjes, een muts in de vorm van een kattenhoofd, of glittertjes op de wangen. Kosters’ universum is daarom zowel rebels als naïef en speels.
In het Haags Gemeentemuseum wordt momenteel werk getoond van Kosters en van een aantal van zijn generatiegenoten. Fashion NL: The Next Generation toont in feite een dwarsdoorsnede van nieuwe Nederlandse mode, maar met een nadruk op creaties van wat de tentoonstelling poneert als een nieuwe generatie: jonge ontwerpers die nog maar net (of zelfs nog niet) afgestudeerd zijn aan modeacademies en worden overladen met aanmoedigingsprijzen.

Volgens de tentoonstelling onderscheiden de jonge honden zich van hun voorgangers doordat ze realistischer en pragmatischer zijn. In tegenstelling tot de conceptuele tierlantijnen van gevestigde Nederlandse ontwerpers als Viktor & Rolf – van wie overigens om onbegrijpelijke redenen geen werk wordt getoond – staat de nieuwe generatie met beide benen op de grond, en streeft zij naar draagbare, verkoopbare kleding die aansluit bij het straatleven van nu.

Gek genoeg krijgt de argeloze bezoeker van de expositie vooral de indruk dat de nieuwe generatie niet bepaald uitblinkt in het maken van draagbare couture of H&M_-fähige_ kleding. De voorbeelden van Edwin Oudshoorns ontwerpen, Russisch-folkloristische jurkjes met grof gebreide afwerkingen, zijn niet erg streetwise. De uit postzakken gefabriceerde colberts van Jan Tamineau lopen ook het risico door de Modepolitie te worden bekeurd.

Belangrijker dan het gebrek aan draagbaarheid is misschien wel dat veel van de getoonde ontwerpen van de startende ontwerpers je weinig doen. De nieuwe generatie is druk doende met ingewikkelde combinaties, constructies en herdefiniëringen van mode, kleding, en styling. Maar helaas roept dat gepriegel bij de toeschouwer weinig emotie op. In hun pogingen zich te onderscheiden lijken de nieuwe talenten de rol van mode als alledaags evocatief expressiemiddel uit het oog te verliezen. In hun pogingen tot innovatie (en soms regelrechte rebellie) wordt de nieuwe generatie kennelijk blind voor de prestaties van hun leermeesters, die er, zoals bijvoorbeeld in het geval van Francisco van Benthum en Spijkers & Spijkers, in slagen om conceptueel én draagbaar te ontwerpen.

Er zijn dan ook vraagtekens te plaatsen bij de door de tentoonstelling geforceerde kloof tussen de jonge generatie en de bekende Nederlandse ontwerpers. Vooral omdat er ook zeker overeenkomsten te zien zijn. De invloed van Viktor & Rolf is bijvoorbeeld voelbaar bij verschillende aanstormende talenten: Hamid Ed-dakhissi’s bruidsjurk, het op de kop gehangen model van Joff, en de linten en strikken op Claes Iversens breedgeschouderde colbert. En een aantal jonge ontwerpers, die in de tentoonstelling als representanten van de volgende generatie worden opgevoerd, is al zo succesvol – Percy Irausquin kleedt talloze BN’ers – dat ze het predikaat «gevestigd» best verdienen.

Fashion NL: The Next Generation, Gemeentemuseum Den Haag, tot en met 5 juni