Nieuwe normen

Een toneelspeler die hardop tegen zichzelf praat, is niet per definitie gek. Het kan voorkomen dat hij een terzijde heeft. Dat is een algemeen geaccepteerde code die zijn vreemde gedrag reguleert. De terzijde is een handig middel om het publiek te informeren. Om snel de stand van zaken te geven, om dingen te vertellen waar de andere personages niks van af hoeven te weten. Die maken zich gedurende zo'n terzijde dan ook uit de voeten. Ze doen alsof ze niks horen, alsof ze niet zien dat de acteur tegen het publiek staat te praten.

De man die op straat hardop tegen zichzelf praat, hoeft ook niet gek te zijn. Het kan voorkomen dat hij een openbaar telefoongesprek heeft. Dat is een soort omgekeerde terzijde. De man geeft de stand van zaken door aan iemand die wij niet zien. Wij, de omstanders, zijn degenen die buiten het onderonsje van de telefonerende worden gehouden. En we doen alsof we niks horen, alsof we niks zien.
Maar intussen schrik je je soms rot. Loop je ’s avonds alleen over straat, op je hoede, luisterend naar de voetstappen van de man achter je, klinkt daar ineens die luide stem: ‘Ja met mij. Nee, nog niet. Ik kom eraan. Half uurtje. Doei.’ Al telefonerend komt de man je voorbij benen, in een tempo dat past bij zijn energieke gesprekstoon. Soepel wordt de telefoon ingeklapt en opgeborgen. Dan valt de man terug in zijn gewone loopje. Zijn voetstappen klinken alsof er niks gebeurd is. Alleen jouw op hol geslagen hart herinnert nog aan de inbreuk op je rust.
Ongepast is het het volume en de doelgerichtheid waarmee zo'n telefoongesprek de openbare ruimte binnenvalt. De telefoneerder zelf heeft daar geen erg in. Die is voor de duur van het gesprek niet meer verbonden met de openbare ruimte, maar met een gesprekspartner die heel ergens anders is. De mensen in zijn omgeving kijken toe en luisteren mee. Verbaasd, geamuseerd of geïrriteerd. De reacties zijn individueel omdat er nog geen algemene gedragscodes zijn ontstaan over het openbaar telefoneren. Die beginnen wel te komen. Restaurants hangen verbodsborden op met een telefoon erop en een streep daardoorheen. Daar kunnen mensen zich op beroepen bij hinderlijk gekwaak.
Op dit moment zijn wij dus getuige van het ontstaan van een gedragscode. Mijn oma zag de eerste auto bij haar in de straat. Ik hoorde de eerste draagbare telefoon. Het inburgeringsproces kan zich sluipend voltrekken, maar gaat vaak met sociale botsingen gepaard.
Onlangs piepte er een zaktelefoon in een overvolle tram. 'Telefoon!’ riep de conducteur lollig vanuit het hokje waarin ze zich zat te vervelen. Alle hoofden keerden zich naar de kleurloze man die zich met een vuurrode kop naar het achterbalkon drong. Op last van de breed grijnzende conducteur viel er een stilte in de tram waar de telefonerende man luid bovenuit klonk. Die wist niet hoe snel hij zijn gesprek moest beëindigen. 'Ze doen alsof je een melaatse bent’, riep hij verontwaardigd tegen niemand in het bijzonder. 'Wacht maar. Zodadelijk heeft iedereen zo'n ding!’
Filmer Atom Egoyan, van wie de VPRO momenteel drie films uitzendt, vermengt in zijn werk de oude en de nieuwe media. De telefoon, de videocamera, de televisie, het fototoestel, de bewakingscamera - zijn personages communiceren meer in terzijdes met apparaten dan met elkaar. Als zoon van een Armeense familie die naar Amerika is geëmigreerd, onderzoekt hij de conflicten die ontstaan als traditionele samenlevingsverbanden onder spanning komen te staan. Egoyan is niet geïnteresseerd in oude en nieuwe media, maar in oude en nieuwe normen. De media markeren de stappen in het verschuiven van die normen.