Nieuwe oude vormen

Aan iedere goede toneeltekst kleven eindeloos veel toneelanekdotes. Zo ook aan Tsjechovs ‘n Meeuw (ook wel: De meeuw). Het stuk ging ergens aan het eind van de vorige eeuw in een provincietheater in Rusland in première. De voorstelling werd een fiasco, Anton Tsjechov is tijdens de voorstelling weggelopen en heeft in een treurige hotelkamer gezworen nooit meer toneel te schrijven - een belofte waaraan hij zich godzijdank niet heeft gehouden. Het was regisseur Konstantin Stanislavski die Tsjechov overhaalde hem en zijn kersverse gezelschap Het Moskous Kunsttheater (Mchat) het stuk een tweede kans te geven. Dat werd in 1898 een doorslaand succes. De schrijver was gestreeld door de ellenlange rijen voor de kassa, maar tevreden was hij allerminst. Tegen regisseur en hoofdrolspeler Stanislavski sprak Anton Tsjechov de dodelijke woorden: 'U heeft prachtig geacteerd. Maar u heeft een heel ander personage gespeeld dan ik heb geschreven.’

Controleren kunnen we dat niet meer, maar waarschijnlijk klopte de observatie van de schrijver wel. Zijn muzikale stijl van ‘toneelcompositie’ was de traditie van het toenmalige acteren ver vooruit. Acteurs begrepen aanvankelijk niet hoe ze Tsjechovs teksten moesten spelen. En dat is de oorsprong van een andere anekdote rondom 'n Meeuw: de rol van de wanhopig ploeterende toneelvernieuwer Kostja in het stuk werd in 1898 gespeeld door Vsevolod Meyerhold, iemand die toen al driftig op zoek was naar de 'nieuwe vormen’ waar zijn personage hartstochtelijk over spreekt. Hij zou ze later zelf gaan zoeken - en vinden. Stalin zou hem daarom (in 1940) vermoorden. Tsjechov was toen allang dood.
'n Meeuw gaat eigenlijk over het geploeter van kunstenaars in de driehoek ambitie, liefde en leven. Arkadina is een beroemd actrice in het 'traditionele’ theater. Haar minnaar Trigorin is een beroemde schrijver in de traditionele literatuur. Haar zoon Kostja wil schrijver worden maar niet in een traditie passen. Zijn vriendin Nina wil actrice worden, speelt aanvankelijk in Kostja’s als 'vernieuwend’ bedoelde toneelstukken, maar valt daarna in de armen van Trigorin, om, na het mislukken van de verhouding, aan lager wal te raken in zo'n armoedig provincietheater waar 'n Meeuw ooit haar mislukte première beleefde.
Zoals gebruikelijk bij Tsjechov zwerven om de vierhoek van centrale personages een aantal randfiguren, net als zij eeuwige verliezers. Regisseur Els Dottermans heeft heel goed op die bijrollen gelet. Daar zijn theaterprestaties van hoge klasse uit ontstaan. Het ensemble (zeven aspirant-spelers en twee gastacteurs) tovert in de eerste twee bedrijven met iets waar Tsjechov vurig naar verlangde maar wat hij tijdens zijn leven niet te zien kreeg: hogeschoolkomedie waar een verstikkende huilbui onder ligt. De doodzieke broer van de steractrice Arkadina, Sorin - bij Tsjechov nog met wandelstok, hier zit hij in een rolstoel - krijgt door Stijn van Opstal een vertolking die een godswonder mag heten: hij bakt uit zijn mankement een fenomenaal komedienummer. Datzelfde geldt voor de ondankbare rol van Sjamrajev, de ongelukkige rentmeester van het landgoed waar dit drama zich afspeelt - een prachtige gastrol van Koen van Kaam.
De centrale vierhoek van het stuk is ook prachtig bezet: een magnifiek naïeve Nina door Veva de Blauwe, een vonkende Kostja door Ben Segers, een vals-sympathieke Trigorin door Geert van Rampelberg, en een dodelijk hysterische Arkadina door Brechtje Louwaard. De meeuw was een onvergetelijke toneelavond, op een mooi kale toneelvloer van tegels, waarvan de beplakking al een beetje aan het scheuren was. Ik brand kaarsjes voor de reprise.

  • Minpuntje voor het Internationaal Theaterschool Festival: wel een grote broek aantrekken en willen scoren voor de publieke tribune, maar niet zorgen voor beeldmateriaal. Daarom geen foto van deze prachtproductie, maar een uit het archief: Anton Tsjechov leest zijn tekst van 'Een meeuw’ voor aan het Moskous Kunsttheater. De auteur zit in het midden, links van hem regisseur Konstantin Stanislavski.