Nieuwe ouwe lullen

Puber in de jaren zeventig. Of: wat hadden die jaren aan seks te bieden? Blote meisjes in de modder van Kralingen. Een blote kut op de voorpagina van Aloha. Blote billen in de films van Pim en Wim. Een blote piemel in ‘Turks fruit’. De volwassenheid blijkt erg ver weg.
DE EEN WIL PILOOT worden, de ander brandweerman. Toen ik elf was, wilde ik dansen met de blote vrouwen in het bos. Het was 1970 en ik zat met mijn vader in de bioscoop. We wachtten op Jungle Book en het Polygoon-journaal bracht beelden van het popfestival Kralingen. Plotseling waren daar de naakte vrouwen in de modder, dansend op een onbegrijpelijke brij van klanken van wat achteraf Jefferson Airplane bleek te zijn. Het klamme zweet brak mij uit. Mijn prille platenverzameling bestond uit Ben van Michael Jackson en Een klomp met een zeiltje van Mieke, en er was iets met de Partridge Family. Ik wist zeker dat ook ik op een dag met die blote vrouwen zou spetteren en spatteren, maar dan moest ik eerst hun muziek begrijpen.

Maar waarom wilde ik met die vrouwen dansen? Van neuken had ik geen notie. Door de grote jongens op school werd ik met een gulden naar de apotheek gestuurd om een fles Durex tegen de geilheid te kopen. Ik was nu eenmaal de kleinste van de klas, had rood haar en zat bovendien onder de sproeten. Zelfs met kilo’s snoepgoed slaagde ik er niet in een tongzoen af te kopen van het lelijkste meisje van de school. Op het toilet staarde ik urenlang naar de in ondergoed en badpakken gestoken modellen van het Rotterdamse postorderbedrijf Termeulen. Het broeide ergens in mijn onderbuik, maar ik was mij niet bewust van het verband tussen hand en leuter en de mogelijke gevolgen van die wonderbaarlijke symbiose. Dat kwam veel later, en te laat naar mijn zin.
De jaren na Kralingen werden een kwelling. Oorlogen teisterden het Midden-Oosten en Vietnam, treinen werden gekaapt en ik werd geplaagd door een onverklaarbare hunkering naar seks. De zomers waren lang en broeierig en sommige hits stonden maandenlang bovenaan in de top-40, zoals ‘Do You Love Me’ van Sharif Dean, 'Angeline, de blonde sexmachine’ van Peter Koelewijn en 'Je t'aime moi non plus’ van Serge Gainsbourg en Jane Birkin. De hele wereld draaide om seks en ik verveelde me dood op de speelweide van het zwembad, onder de rook van de glasvezelfabriek. Als je lang genoeg slijmde bij de grote jongens, mocht je onder water naar hun piemels kijken. Die grote jongens sprongen van de hoge duikplank met hun broek omlaag, bewonderd door de meisjes. Mijn zwembroek werd ook naar beneden gestroopt, daar zorgden de grote jongens wel voor. Hoon en smaad waren mijn deel op de speelweide. Seks was ontzagwekkend en onbereikbaar en nooit zou ik er ook maar van proeven, zo leek het in die jaren.
STEEDS VAKER werd ik bestookt met bloot, via maatschappijkritische televisiedrama’s van de Vara of vanuit de vitrines van de bioscoop. In de stoptrein tussen Barneveld en Ede vond ik in de prullenbak, te midden van etenswaren en lege flessen Exota, een verfrommeld exemplaar van het tijdschrift Aloha. Ik viste het er uit en was onmiddellijk verbijsterd. Op de omslag stond een foto van een enorme bos haar. 'KUT IS LEKKER’, stond er met enorme letters boven. Nu wist ik dat dropveters en koetjesrepen lekker waren, maar bij het zien van dat oerwoud dacht ik niet meteen aan eten. Hoe kon zoiets lekker zijn, wat voor geheim school er achter die geheimzinnige deurmat?
Mijn moeder graaide het kleinood uit mijn trillende handen en smeet het door het raam naar buiten. Haar gezicht was rood aangelopen van woede en schaamte. 'Weg met die viezigheid’, siste ze. Ik begreep er helemaal niets meer van. Vanuit didactisch oogpunt had ze, zo bleek achteraf, onjuist gehandeld. Als ze mij nu gewoon een cryptisch verhaal had verteld over de bloemetjes en de bijtjes was er niets aan de hand geweest. Nu moest en zou ik het weten, niets zou mij meer stoppen!
De bioscoop diende voorlopig nog als surrogaat voor het grote gebeuren. Drie keer per week ging ik naar de film, de kaartjes betaalde ik van mijn krantenwijk. Films onder de zestien jaar selecteerde ik - aan de hand van de foto’s en het filmblad Skoop - op de hoeveelheid bloot. De vijf van de vierdaagse was een absolute topper, met zeker zes keer niet-functioneel bloot. Willeke van Ammelrooy werd mijn nieuwe godin, al zou het nog lang duren voor ik haar, in Frank en Eva bijvoorbeeld, echt in actie zag. Voorlopig moest ik het nog doen met de scene uit Help, de dokter verzuipt, waarin Willeke voor een oneindig lang durende seconde staat te badderen in een vennetje, geobserveerd door een zwetende Piet Bambergen.
De quasi-broeierige films over Angelique - vol woeste zeerovers en Arabieren en de blote ruggen van vrouwen die gegeseld werden door brute slavenhandelaren - voldeden niet langer aan de voorwaarden van mijn fantasie. Willeke was Nederlands en bereikbaar; ze kon op een mooie zomerdag zomaar door mijn straat lopen. Ik was jaloers op Pim en Wim, die de vrijpartijen van Willeke en Olga Zuiderhoek mochten regisseren. Ik reageerde mijn frustraties en machteloosheid af op de foto’s in Skoop. Het grote rukken was begonnen.
De eerste, niet-eenzame zaadlozing vond plaats op een meisjeskamer, onder het wakend oog van David Cassidy. De deur kon niet op slot en de vader van het meisje vertrouwde mij voor geen cent. Ieder moment kon de boomlange, norse man de kamer binnenkomen om zijn oogappel te redden uit mijn ruwe en onhandige klauwen. Het mocht de pret niet drukken. Plotseling was daar het schokkende gevoel in de krochten van mijn onderbuik. Ik moet dezelfde blik in mijn ogen hebben gehad als die van een parend dier: een beetje ongemakkelijk maar wel voldaan. Met een vies gezicht veegde mijn eerste verkering het zaad van haar buik. Ik kreeg een lachstuip die minuten lang duurde. Eindelijk hoorde ik bij de grote jongens.
OP DE MIDDELBARE school begonnen de jaren zeventig zich steeds duidelijker af te tekenen. Muziekkrant Oor was onze bijbel en het is pijnlijk om te zien dat het toen toonaangevende blad twintig jaar later nog steeds wordt volgeschreven door dezelfde vlotte jongens. De toen vernieuwende toon van hun schrijfsels is nu hinderlijk en pathetisch.
Meer dan ooit was de muziek een onlosmakelijk deel van het leven geworden. Je had de brilletjes van het gymnasium die naar Genesis en Yes luisterden en zich urenlang over de teksten bogen. De blueskikkers rookten hasj, luisterden naar John Mayall en reden op witte Puchs. De soulkikkers - meestal Ambonezen en Indo’s - gingen naar dansles en de boeren stampten, als ze tenminste niet aan hun verchroomde Zundapp stonden te sleutelen, op het geram van Status Quo. Levi’s en Drum waren cool, Lois en Samson lullig. Ik waaide met alle winden mee, want: zoveel meisjes, zoveel smaken.
Turks fruit veroorzaakte een aardbeving op school. Wekenlang werd over niets anders gepraat op het schoolplein. Niemand had de film gezien, maar de trailer sprak boekdelen. Dank zij een bevriende kaartjesverkoper in bioscoop Buitenlust wist ik de filmkeuring te ontlopen. Bevend zat ik in de stoel, overweldigd door het uitbundige bloot. Mijn spreekbeurt voor Nederlands moest en zou over Turks fruit gaan. Het boek had ik ternauwernood gelezen en eigenlijk wilde ik het voor de klas maar over een voorval uit de film hebben: het moment dat Rutger Hauer met zijn piemel in zijn rits beklemd raakt. Hakkelend en stotterend wist ik nog te melden dat het een liefdesgeschiedenis betrof, en na twee minuten kwam het hoge woord er uit. 'De man is met Olga aan het v-v-v-vrijen in de auto en dan komt hij met zijn p-p-p-piemel…’ Verder kwam ik niet want de klas gierde van het lachen en ik kreeg een 1 voor mijn spreekbeurt.
MIJN GROTE VERLOSSING kwam kort na Turks fruit, in een duinpan op Texel. Haar naam ben ik vergeten, ik weet enkel nog dat ze uit Friesland kwam en al eerder met het bijltje had gehakt. Dieper die vingers, krijste ze, en na een hoop geknoei en gepruts werd ik naar binnen getrokken. Het was een moment van eeuwigheid, al kon ik van haar beteuterde gezicht aflezen dat mijn verblijf in de kolkende maalstroom volgens absolute tijdmetingen slechts luttele seconden had geduurd. Ik kon wel juichen. Plotseling voelde ik mij tien jaar ouder dan mijn jeugdvriend Mannis, met wie ik op een tandem naar Texel was gefietst. Triomfantelijk toonde ik hem ’s avonds in de jeugdherberg mijn verbrande billen. Het waren onze laatste dagen samen.
De tweede helft van de jaren zeventig voltrok zich in rap tempo. Na Kralingen, Turks fruit en Texel was het gedaan met mijn onschuld. Zestien jaar wachten was de moeite waard geweest. Ik werd van school gestuurd en hobbelde van het ene naar het andere uitzendbureau. Banen waren er in overvloed.
Engeland zou het definitieve keerpunt worden van mijn jaren zeventig. Ik bevond me nog steeds in de slipstream van de jaren zestig en kwaakte met de plaatselijke boheme mee, een groepje kunstenaars dat vooral demonen, elfjes en suikerkastelen schilderde. Met een van hen, een op Catweazle gelijkende BKR-fanaat die lsd bij het ontbijt nam, vertrok ik voor een lang weekend naar Londen. Gekleed in een vunzige afghaan-jas met bontkraag, een roze corduroybroek en cowboylaarzen betrad ik de Marquee, de punktempel van Londen. Daar stonden we in een nieuwe wereld, twee Hollandse boeren omringd door brullende en bier spugende punkers. Hoongelach was ons deel maar ik had het licht gezien.
Ergens in Chelsea kocht ik een paar tubes groene haarverf en veiligheidsspelden en eenmaal thuis droeg ik enkel nog de glimmende pyjamajasjes van mijn vader. Er was geen weg terug, de jaren zeventig waren afgesloten. Dood aan Abba, dood aan de hippies. Iggy Pop, de vader van alle punkers, veroorzaakte een revolutie. Tijdens de opname van Lust for Life sloopte hij de complete Toppop-studio. Dood aan Toppop en Ad Visser, en dat terwijl ik een decennium lang iedere maandagavond om zeven uur aan de buis gekluisterd lag, nagelbijtend wachtend op mijn favoriete plaat. Ad Visser draaide geen Sex Pistols, Stranglers of Television; Ad Visser draaide The Beegees. Disco sucks!
Het waren de jaren van Herman Brood. Het uitkomen van de elpee Shpritz was een openbaring. Herman werd mijn goeroe. Herman gebruikte drugs en ik dus ook. Herman had het over Lenny Bruce en William Burroughs, en dus kocht ik de biografie en de platen van Lenny Bruce en Naked Lunch en Junkie van William Burroughs. Herman had een vetkuif en ik moest ook een vetkuif. Terug naar Oegstgeest en Turks fruit maakten plaats voor Fear and Loathing in Las Vegas van Hunter S. Thompson. Het zachte deel van de jaren zeventig was definitief voorbij. Het neuken ging door, maar de verbijstering van de eerste, echte zaadlozing kwam nooit meer terug. De eerste druiper wierp een schaduw over mijn prille maar actieve seksleven.
IK KOESTER de jaren zeventig, hoewel ze achteraf bezien voor een groot deel strontvervelend waren en veel te lang duurden. Politieke en maatschappelijke ontwikkelingen zijn mij volkomen ontgaan, geobsedeerd als ik was door seks en vervolgens ook nog eens door drank en drugs. De jaren zeventig begonnen in het Kralingse Bos en eindigden met het verschijnen van de elpee Never Mind the Bullocks van de Sex Pistols. De blote vrouwen in het bos zijn oneindig ver weg. Recentelijk vertoonde de televisie de beelden opnieuw en de vrouwen bleken volmaakt onaantrekkelijk. Opgeschoten Dolle Mina’s met hennahaar en een zweem van patchouli.
Als je tegenwoordig zegt dat je nog een concert van de Sex Pistols en van Joy Division hebt gezien, kijken de twintigers je meewarig aan en voel je je een ouwe lul, net zoals de jongens van Oor zich al jaren moeten voelen. Het besef tot de nieuwe ouwe lullen te horen is tragisch. Er is slechts een troost: de eerste keer neuken blijft de eerste keer neuken. Of je het nu met zestig xtc’s achter je kiezen doet tijdens een houseparty in een fabrieksloods of in een duinpan op Texel.