Menno Hurenkamp

Nieuwe pacificatie

Er is in korte tijd een consensus ontstaan over een hernieuwde aanpak van de integratie van nieuwkomers. Het idee is dat dit komt doordat links zich harder opstelt richting migranten. Nu komt er eindelijk ruimte voor een normaal gesprek over wat het betekent om Nederlander te zijn. Dat hierdoor de hindernis voor de serieuze integratie van minderheden is genomen, klinkt te mooi om waar te zijn. Dat is het dan ook. De andere kant van het verhaal is dat ter rechterzijde van de Nederlandse politiek weinig tot geen interesse bestond voor het gedeelte van de maatschappij waar nu voortdurend de discussie over gaat — met Frits Bolkestein als de uitzondering die de regel bevestigt. Net zoals de progressieven hebben afgeleerd om al te positief na te denken over migranten hebben de conservatieven inmiddels geleerd om überhaupt na te denken over migranten.

Die normalisering maakt dat inmiddels weer een stevige consensus mogelijk is over de sociaal-economische aspecten van integratiebeleid — een grotere nadruk op de eigen verantwoordelijkheid met betrekking tot inburgeren, vertaald in hogere drempels tot de verzorgingsstaat voor nieuwkomers. Deze uniformiteit in meningsvorming is weer een ouderwets staaltje Hollands denken: een erkenning van het feit dat we met z’n allen meer op elkaar lijken dan van elkaar verschillen. En ook op het normatieve vlak lijkt weer een consensus te ontstaan. Tot in de commentaren van De Telegraaf kun je lezen dat je zonder respect voor anderen of voor andere religies zelf ook geen respect kunt verwachten.

Er heerst nog wel ruis, veroorzaakt door opiniemakers, waardoor in de krant het herstel van de pacificatiedemocratie verder weg lijkt dan in de politieke praktijk. Die ruis wordt veroorzaakt door rechtse schrijvers die zich bedreigd voelen, zoals de conservatief Bart Jan Spruyt en de orthodoxe atheïst Paul Cliteur. Maar ook door het leed van linkse schrijvers die ontdekken dat ze de alleenheerschappij over de charge kwijt zijn. Die zich stilletjes zitten te verbijten omdat ze al wéér nuance aanbrengen in een discussie, of zelfs het regentendom verdedigen. Is dit een vooraankondiging van de heropleving van een discussie? Zal na beslechting van de strijd over sociaal-economische integratie nog eens het debat over normatieve vraagstukken opflakkeren?

Wanneer één malloot een bom legt, zal de nieuwe pacificatie inderdaad schijn blijken. Allicht óók omdat we massaal onzeker zijn over de islam en zijn aanhangers. Maar die onzekerheid komt van twee kanten. Onderscheid tussen gematigden en orthodoxen is ingewikkeld. Daarvoor moet je eerst met iemand van gedachten wisselen — en dat is sinds Fortuyn het vrijuit spreken op de agenda zette eerder minder dan meer vanzelfsprekend geworden. Bovendien, als kardinaal Simonis, een vat vol agressieve en vervelende opvattingen over vrouwen, homo’s en ongelovigen, FC Utrecht komt zegenen, grinnikt iedereen. Het is de vraag wat er moet gebeuren voor we een orthodoxe moslimleider ook de Mickey Mouse-status van Simonis geven. Moet die imam inderdaad zijn rol als publiek leidsman opeisen en hardop zeggen dat hij tegen aanslagen is? Of willen we hem gewoon vaker op tv bij voetbalwedstrijden zien?