Deelnemers van de Climate Miles en leden van Grootouders voor het Klimaat met Dick van Elk die elke dag een stuk met zijn rollator mee loopt in het midden, Rotterdam, 25 oktober © Romy Arroyo Fernandez / NurPhoto / Getty Images

Wahe-Guru ji ka Khlsa (‘Sikhs behoren tot god’), zegt een man in pak en tulband in de smetteloze gebedsruimte, waarop een handvol gelovige vrouwen in sari, die net als wij op anderhalve meter afstand van elkaar op de grond zitten, antwoordt: ‘Wahe-Guru ji ki Fatah’ (‘Victorie aan de almachtige god’). Marjan Minnesma schuifelt net op tijd op natte kousenvoeten binnen om als laatste leider een witte sjaal met gouden bies omgehangen te krijgen, er wordt gewoven met een witgepluimde waaier en dan is de ceremonie alweer voorbij.

De aankomst bij de gouden koepel van de Sikh-tempel Gurdwara Singh Sabha in Glasgow had de apotheose moeten worden van de ClimateMiles, de klimaatmars van ruim vijfhonderd kilometer naar de klimaattop COP26 in Glasgow – maar de tempelgang verloopt wat rommelig. Hier zou een deel van de ‘klimaatpelgrims’ uit Zweden, Polen, Duitsland, Spanje, België, het Verenigd Koninkrijk en ook Nederland ceremonieel verwelkomd worden. Maar omdat wij vandaag vanuit Cumbernauld een paar keer verdwaald zijn én nog snel een coronatest moesten doen bij een officiële testlocatie strompelen we veel te laat en zonder tussenkomst van een douche de helverlichte tempel binnen. Vies, stinkend, doorweekt en moe. Op bergschoenen met kluiten Schotse modder, met druipende outdoorkleding en uitpuilende rugzakken.

‘We’ is een groep van zo’n vijftig man, bestaande uit (heel veel) bezorgde grootouders, een handvol jongeren, maar ook leraren, wetenschappers en ondernemers, een duurzame bloemiste die de moed dreigt te verliezen, één boer en de als tovenaar uitgedoste ‘klimaatvluchteling’ Dick met rollator, die in navolging van de Dwaze Moeders de Grootouders voor het Klimaat bedacht, de club die iedere twee weken op het Binnenhof in Den Haag aandacht vraagt voor de klimaatcrisis.

Allemaal zijn ze in hun persoonlijke en werkzame leven bezig met duurzaamheid, maar ze hebben het gevoel dat het bij lange na niet genoeg is. Het zijn volgens Marjan Minnesma, directeur van Urgenda en initiatiefnemer van de ClimateMiles, ‘gewone burgers’, de grote middenmoot die geen grote bek opentrekt maar wel wil dat er nu eens iets gebeurt: zeventig procent van de Nederlanders maakt zich inmiddels zorgen over klimaatverandering, zo bleek onlangs uit onderzoek van I&O Research.

De vraag blijft waarom ze meelopen met wat je volgens Minnesma wel een ‘klimaatpelgrimage’ kunt noemen. Waarom zo’n barre tocht ondernemen door heel Nederland om daarna het Schotse noodweer te trotseren, om uiteindelijk een dag vóór het begin van de conferentie in deze tempel te belanden? Heeft dat zin?

Drie weken voor het begin van de COP26 zijn we met ongeveer honderd wandelaars op 6 oktober vertrokken vanuit het Groningse Eemshaven. Het is de dag dat de gasprijzen door het dak gaan en media waarschuwen voor energiearmoede. Het is ook de dag dat er door hevige regenval een recordaantal files staat. Schizofrenie die past bij dit landschap van stomende kolencentrales naast reusachtige windturbines, nodig om straks groene waterstof te produceren waarmee de industrie kan verduurzamen. Maar als we tussen de schapen over ‘het randje’ van Nederland lopen, op de dijk met links industrie en rechts de Waddenzee, wil de stemming maar niet uitgelaten worden. Het ijzingwekkende spoken-wordlied Your Ancestor waarmee de Friese zangeres Nynke Laverman ons zojuist heeft ‘uitgezongen’, resoneert nog na: ‘Hello there/ This is your ancestor speaking/ Your predecessor from the 21st century/ When you emerged repressing me/ Remember? That was us/ The Homo Economicus.’ Ze probeert de toekomstige generatie uit te leggen waarom we de boel zo verprutst hebben.

Voor me lopen twee krasse opa’s van die toekomstige generatie, met geplastificeerde A4'tjes op hun rugzakken geprikt: ‘Ik loop drie dagen mee voor mijn kleinkinderen Britt, Niek, Quin en alle andere kleinkinderen van deze wereld’, luidt de tekst van Bert Runhaar (70) uit Amsterdam. Hij maakt zich grote zorgen. ‘We kunnen dit niet in ons eentje, dan gaan mensen elkaar de maat nemen en werkt klimaatontwrichting als een splijtzwam. Het moet politiek geregeld worden. Daarom is deze top zo belangrijk.’ Hij gelooft in de kracht van lopen. Dat ontdekte hij ooit met zijn vriend Wim – de andere opa: ‘Het brengt rust in je hoofd. De invloed van het landschap… Gesprekken worden dieper, het tempo zet aan tot reflectie. Mensen gaan niet voor niets op weg of op bedevaart als ze antwoorden op vragen zoeken. Ook dit heeft wat van een bedevaart.’

Het is opvallend hoeveel grootouders er meelopen. De inspanning die ze leveren om de 25 tot dertig kilometer per dag af te leggen in niet altijd even gemakkelijk begaanbaar gebied ontroert. Sommigen hebben al weken van tevoren getraind. Al zullen er in het Schotse deel enkelen moeten afhaken. Ook in radicaliteit doen ze soms niet onder voor de jonkies, alsof ze niets meer te verliezen hebben. Neem opa Jan, met zijn witte, wijduitstaande haardos het evenbeeld van Jan Wolkers. Eenmaal in Glasgow hoopt hij aan te kunnen sluiten bij een ‘disruptieve actie’ van Extinction Rebellion. Of Dick van Elk (76) – ooit werkzaam bij een multinational – die met zijn rollator elke dag een stuk meeloopt (en dat alle dagen tot Glasgow zal volhouden), gehuld in een tovenaarspak en met een hoge hoed omdat hij op die manier ‘impact’ kan maken. ‘Ik ben vandaag al door verschillende mensen aangesproken – allemaal door dat rare pak van mij’, zegt hij in Roodeschool, waar we in het dorpshuis koffie, koek en een appel krijgen aangeboden. ‘Mensen vragen waarom ik zo ben uitgedost en dan vertel ik dat ik een klimaatvluchteling ben en vannacht buiten zal slapen om aandacht te vragen voor het klimaat.’

Dat lukt aardig. De ochtend erop rukken politie en hulpdiensten uit omdat hij slapend in zijn sheltersuit op een bankje op station Loppersum is aangetroffen. Boer Piet Hermus (55), ook een deelnemer, twittert: ‘#climatemiles BREAKING! Klimaatvluchteling gespot op station Loppersum. Politie en ambulance ter plaatse. Het bleek loos alarm. De 76-jarige man maakt het goed. Het klimaat niet.’

Piet is een geval apart. Als Brabantse akkerbouwer kon hij in 1998 zijn aardappeloogst weggooien omdat die verrot was door de hevige regenval. ‘Dat kan. Maar als het steeds vaker gebeurt, moet je je achter je oren krabben. Boeren waren de eersten die schade ondervonden van de klimaatverandering. En je denkt natuurlijk – boeren, dat zijn van die viespeuken, die alles doodspuiten – maar wij merkten het als eerst. En je moet het probleem eerst voelen om iets te gaan doen.’ En dus dacht hij zes jaar geleden: we moeten ons aansluiten bij Urgenda. Er moest iets gebeuren. Maar toen hij dat in een column schreef voor het vakblad Nieuwe Oogst kreeg hij doodsbedreigingen en een dode rat opgestuurd.

Nu appt zijn vrouw op de eerste dag tijdens de lunch hoe het met de voeten is. Hij is volgens haar te laat begonnen met trainen: vorige week zes kilometer naar de kapper. En meteen blaren. Hij plakt nu preventief hielpleisters, want hij is vast van plan de hele mars uit te lopen. De suikerbiet en aardappels had hij net gerooid. Hij heeft alleen nog een perceel wortelen staan, dus dat zou net moeten lukken. ‘Thuis zit ik in een boerenbubbel. Hier ontmoet ik mensen van allerlei pluimage. Maar je deelt wel dezelfde zorg.’

Volgens Marjan Minnesma is dat ook precies de bedoeling: contact met gelijkgestemden, inspiratie opdoen, hoop houden. ‘Daarom lopen we in Nederland ook langs allerlei plekken waar aan oplossingen wordt gewerkt, zoals de zonnedijk in Eemshaven of Land van Ons, een coöperatie van burgers in de buurt van Assen die samen grond koopt en een boer inhuurt.’ Er vinden tijdens de wandelingen ook allerlei kruisbestuivingen plaats. ‘Dat lange lopen doet iets met je, je komt in een reflectieve modus, gesprekken gaan dieper.’

Suzanne van der Beek is wetenschapper aan Tilburg University en doet al jarenlang onderzoek naar de Camino en andere, nieuwe vormen van pelgrimeren zoals de Fridays for Future. Bij pelgrims, zowel religieuze als seculiere, zie je dat ze vaak gaan lopen als ze ‘overweldigd worden door het leven’. Ze ervaren een crisis (verliezen iemand of een baan of hun gezondheid) of staan op een keerpunt in hun leven (bijvoorbeeld doordat ze net afgestudeerd zijn, met pensioen gaan of scheiden). ‘We kennen dat ook uit de literatuur: in sprookjes trekt “de jongeling” bij een probleem “de wijde wereld in”. Bij de huidige klimaatpelgrimages gaat het niet om persoonlijke crises, maar een mondiale. Pelgrimeren kun je volgens haar dus zien als een ritueel om handelingsperspectief te krijgen bij iets wat groot en onhanteerbaar lijkt. ‘Rituelen worden vaak gebruikt op het moment dat iemand gebrek aan betekenis ervaart; ze geven waarde aan een hermeneutische leegte: wie ben je zonder iemand, of hoe moet je verder nu we bezig zijn de wereld te vernietigen? Wat kun je doen?’

Lopen is zo’n ritueel. Je treedt in een traditie waarin miljoenen je voorgingen. Daardoor krijgt zoiets extra betekenis, maar het geeft je ook het gevoel: ik ben niet de enige. Tijdens de etappe tussen Maarn en Utrecht ontmoet ik Iris (44), de duurzame bloemist (en communicatiedeskundige) die de moed dreigde te verliezen. Ze loopt deze dag met dochter Fieke (12) en wordt helemaal gek van al die mensen in haar omgeving die na de coronacrisis gewoon weer een weekendje Mallorca boekten alsof er niets aan de hand is. Dat hier zoveel andere bezorgde types rondlopen die hun steentje bijdragen maar met wie je daar ook lekker over kunt kletsen, dat geeft haar weer vertrouwen.

Advocaat Manon (34), die een jongetje op haar rug heeft, moet eerlijk bekennen dat ze op haar werk niet zegt dat ze de ClimateMiles loopt – collega’s zijn er enkel oppervlakkig mee bezig. ‘Het lopen met gelijkgestemden in mooie natuur doet me goed.’

Op deze route lopen er ook redelijk wat jongeren mee met de ClimateMiles en als ik een tijd met ze doorpraat, schrik ik van de manier waarop de klimaatcrisis hun levenskeuzes nu al beïnvloedt. Thijs Jacobs (27), een boomlange wiskundige die werkt bij een adviesbureau voor maatschappelijke vraagstukken, bezette deze week nog een kruispunt in Den Haag met Extinction Rebellion. Hij heeft periodes gekend dat de klimaatcrisis hem hevig raakte. Nu gaat hij er ‘rationeler’ mee om. ‘Wij zijn de eerste generatie die het niet beter gaat krijgen. Ik voel tegenwoordig vaker dankbaarheid als ik een bord eten voor mijn neus heb, omdat ik vrees dat er een tijd komt dat dat niet meer zo vanzelfsprekend is. Ik merk dat ik vaker apocalyptisch over de toekomst denk, terwijl het handiger zou zijn om juist aan die mooie toekomst te denken waarvoor we strijden.’

Dat toekomstbeeld speelt ook een rol bij de keuze voor kinderen. ‘Mijn vriendin en ik zijn er nog niet uit. Maar ik vind het ongelooflijk ingewikkeld: je wil je kinderen een mooi leven geven, terwijl de toekomst dat niet gaat zijn.’ Hij is kwaad op de politiek, maar mediteert twee keer per dag. ‘Dat helpt. Het is de beste manier om te leren dealen met een onzekere toekomst.’ Bij Extinction Rebellion heeft hij het niet zo vaak over gevoelens. ‘Daar hebben we het vooral over hoe lang we ergens blijven, waar de politie is – het kat-en-muisspel, zeg maar. Nu ik hier rustig loop, merk ik dat ik daar meer ruimte voor heb.’

In de berm van een landweggetje staat een grote bak met appels klaar voor de wandelaars en een bord met ‘Jans Fruit’. Thijs zet zijn handen aan zijn mond en roept: ‘Bedankt Jan!’ waarop anderen luid applaudisseren en op hun vingers fluiten.

Studievriendin Esther Bliek (31) voelt zich soms ‘echt overmand en verdrietig door de toekomst’. Ze gaf haar baan op bij de Universiteit Leiden om opnieuw te gaan studeren, zodat ze zich kan specialiseren in duurzaamheid. ‘Ik zou heel graag meedoen met acties van Extinction Rebellion, maar ik durf het gewoon niet. Dit past me beter. Ik voel me gesteund door al die mensen die blijkbaar dezelfde zorgen hebben.’

Ook Noor, de dochter van Marjan Minnesma, die ik later spreek, voelt zich persoonlijk geraakt. ‘Het is mijn toekomst die op het spel staat’, zegt ze tussen twee regenbuien in. Ze heeft tijdens haar bachelor aan een university college veel bèta- en klimaatvakken gevolgd en gaat waarschijnlijk een master chemie doen, om zo te kunnen onderzoeken hoe je chemische processen kunt verduurzamen. Maar dat is niet de enige manier waarop de klimaatcrisis haar toekomst bepaalt: ‘Als er niets verbetert tussen nu en tien jaar, ga ik geen kind op de wereld zetten.’

Jessy (34), projectleider bij Urgenda, denkt er min of meer ook zo over, al vindt ze het verschrikkelijk dat haar generatie hierover moet nadenken. ‘Dat zou toch niet moeten mogen?’

Uit een recente wereldwijde studie onder tienduizend jongeren van onder andere de University of Bath naar klimaatangst bleek dat zes op de tien jongeren extreem bezorgd is en dat tweederde gevoelens van angst, boosheid en wanhoop voelt. Ze hebben het gevoel geen toekomst te hebben. 45 procent geeft aan dat de klimaatcrisis hun dagelijks leven beïnvloedt.

Maar als jongeren (en ouderen) die collectieve eco-angst niet mogen uiten ‘blijven we hangen in een emotionele verlamming’, schrijft Evanne Nowak in het boek Nu het nog kan. Het is noodzakelijk om die angst of het verdriet toe te laten om klimaatverandering onder ogen te kunnen zien. Op een congres over klimaatpsychologie stelden honderd Britse psychotherapeuten volgens haar dat we minder gebaat waren bij nog meer cijfers en adviezen, ‘maar juist safe spaces nodig hadden waar mensen twijfels en angsten collectief konden delen’.

Marsen als de klimaatpelgrimages staan in een lange traditie. ‘Kijk maar naar de tochten die de Anglo-Amerikaanse gemeenschap onder leiding van Martin Luther King organiseerde, of de Zoutmarsen van Gandhi’, zegt Suzanne van der Beek, die zelf de klimaatspijbelaars in dat licht bestudeerde. Zo’n perspectief kan zinvol zijn, denkt ze. ‘Als je ze ziet als demonstratie, dan gaat het om de boodschap, het doel waarvoor je loopt: wat zijn de oplossingen? Maar dat doet geen recht aan het emotionele proces. Door zo’n mars als een ritueel te zien kantel je het perspectief en vraag je aandacht voor onze omgang met dit probleem, voor klimaatangst en ecorouw.’

In Utrecht loop ik ook Kees Blase (68) tegen het lijf, die in 1972 een soortgelijke mars organiseerde van Londen naar Parijs, tegen kernwapens en voor een beter milieubeleid. Inspiratie waren de marsen van Gandhi, die mensen hoop gaven omdat het mogelijk was om iets te doen. ‘De bevolking in Frankrijk was buitengewoon aardig en geïnteresseerd. Ze gaven ons eten, sloten zich aan. Het effect van de mars was daardoor gigantisch. Greenpeace is er zelfs uit ontstaan.’

Ik ben verrast als ik ook boer Piet hier in Utrecht weer tegenkom – op gympen inmiddels, maar nog altijd in spijkerbroek en corduroy colbert. Hij peinst: ‘Het is mooi om het landschap te zien veranderen – het is anders als je dat lopend doet: je ziet veel meer. De snelheid van het systeem is natuurlijk ook medeoorzaak van de klimaatcrisis. Vroeger had je een trekker van twee pk, nu van zeshonderd. Die schaalvergroting jaagt de productie op maar ook de investeringen, waardoor je wel weer nog groter moet om die terug te verdienen. Maar dat geldt niet alleen voor boeren, maar voor iedereen. We moeten drie keer op vakantie naar Bali. Meer voor weinig is ons verdienmodel geworden. We zijn een verwend landje: we willen alleen rechten, geen plichten.’

Hij zingt een stukje Schubert, ‘Ich hört’ ein Bächlein rauschen’, en zegt dan: ‘Ik was er ook aan toe mijn kop leeg te maken, nieuwe ideeën op te doen.’ Hij is te oud om de overstap naar biologisch te maken, denk hij. Hij gaat vijftig hectare verkopen en dan op drie hectare keutelboeren. Misschien start hij een soort experimenteerboerderij.

Deelnemers van de Climate Miles tussen Gouda en Rotterdam, een tocht van klimaatorganisatie Urgenda van Groningen naar Glasgow waar de internationale klimaattop COP26 plaats vind, 23 oktober © Branko de Lang / ANP

Het landschap is ook van invloed op de ervaring, zeggen veel pelgrims als ze ernaar gevraagd worden. Catrien Notermans deed als antropoloog lange tijd onderzoek naar pelgrimages aan de Nijmeegse Radboud Universiteit. ‘Mensen beschrijven dat ze geroerd worden door landschappen. De aanblik van een kale vlakte of juist een lieflijk heuvellandschap kan iets triggeren, iets losmaken wat je weggestopt hebt. En dat geldt ook voor de fysieke inspanning.’ Bij christelijke pelgrims had dat vaak de functie van boetedoening. ‘Tegenwoordig gaat het meer om het bij elkaar brengen van hoofd en lichaam. Door het lichaam uit te dagen word je gedwongen om te voelen.’

Ik moet aan haar woorden denken als we in Schotland zijn aangekomen en een loodzware tweede etappe lopen, van Livingston naar Falkirk. Twee dagen ervoor hadden we de trein genomen van Rotterdam naar Edinburgh, van waaruit we de volgende dag langs de randen van het regional park Pentland Hills richting Livingston liepen.

De dag daarna giet het onophoudelijk. De omgeving is fantastisch: heuvels, bos, modderpoelen, heide zonder paden; verlatenheid – we wanen ons in een aflevering van The Crown – maar na een paar uur houden de regenjassen niets meer tegen en soppen we in onze waterdichte Goretex-bergschoenen. Tot overmaat van ramp raakt een deel van de groep verdwaald en moeten zij uiteindelijk tot de knieën waden door een ondergelopen viaduct. ‘Terwijl ik daar liep’, vertelt een van hen later in het restaurant, ‘door dat overstroomde riool in die tunnel, kon ik alleen maar denken: zo gaat het worden. Zó beklemmend.’

Ondernemer Joost schildert met gevoel voor ironie en drama een al even apocalyptisch tafereel. ‘Ik vroeg de weg. Het raam van de SUV ging open en daar zetelde de bestuurder, linkerhand aan het stuur, de rechter losjes in een bak nootjes. Een warme, comfortabele cocon, bijna gezellig met die dashbordlichtjes. Ik stak mijn verzopen kop in die gele regenponcho naar binnen en vroeg naar het hotel. Hij schudde zijn hoofd en liet het raampje weer opgaan. Niet: ik breng je even, of zoiets. Ik dacht: dit is het. Zo gaat het worden: de haves en de have-nots.’

Joost loopt mee om inspiratie op te doen. Maar hij heeft vooral mensen getroffen die net als hij op hun kleine eilandje iets proberen te veranderen. ‘Ik mis de grote vergezichten’, zegt hij. ‘We denken altijd dat we iets moeten toevoegen – windmolens, innovatie – nooit dat we iets moeten weglaten, iets niet moeten doen. Ik zie in mijn tuin het effect van niets doen: dat is van een dorre vlakte een paradijs geworden. Het economisch systeem houdt ons gevangen in oplossingen binnen het systeem die ons niet verder brengen.’

Aanhangers van technische oplossingen zijn net zozeer vertegenwoordigd. ‘We zijn veel en veel verder dan zes jaar geleden’, zegt Gerrit Jan, manager bij een academisch groen energieadviesbureau. ‘Het moet alleen sneller. Er moet duidelijkheid komen. Hou op met mensen vertellen dat ze misschien hun huis op waterstof kunnen verwarmen. Dat gaat niet gebeuren. Daar is al lang consensus over. We hebben alle waterstof nodig voor de industrie. Huizen verwarmen gaat veel efficiënter met warmtepompen.’

Uitwisseling tussen al die verschillende standpunten gebeurt tijdens de tocht alleen toevallig, als lopers hetzelfde tempo hebben of zich vergapen aan Falkirk Wheel – een soort waterlift voor boten die vroeger de kolen verscheepten. Reden waarom sommige deelnemers vinden dat de tocht te vrijblijvend is.

Yvonne, directeur van de Erfgoedacademie, en Chris, die aan zonnepanelen voor de ruimtevaart werkt, hebben daardoor het gevoel dat ze bijna voor spek en bonen meelopen; dat Urgenda niet echt gebruikmaakt van de expertise en het netwerk van de deelnemers. Dat wordt versterkt doordat er geen einddoel is – een document dat overhandigd wordt zoals de pelgrims van de Groene Kerken dat wel doen. Sterker nog: we vertrekken als de deelnemers aan de top nog moeten arriveren. Dat vinden sommigen een gemiste kans. Via het platform Human Hotel (‘horst a climate warrior’) proberen ze een bijna gratis slaapplek te regelen om nog mee te kunnen demonstreren.