Commentaar: Nieuwe politiek (11)

Nieuwe politiek (11)

Het is op zijn minst opmerkelijk te noemen dat het aftreden van Mat Herben als fractievoorzitter van de LPF zo weinig emoties heeft losgemaakt. Ook het Haagse journaille, dat Herben na de dood van For tuyn in de armen had gesloten, maakte zich nauwelijks druk over de zoveelste crisis in de nieuwbakken politieke partij. Terwijl het toch niet dagelijks gebeurt dat de op een na grootste politieke partij haar politiek leider afserveert.

De wijze waarop een en ander plaatsgreep, mag eveneens opmerkelijk worden genoemd. Herben was met vakantie en liet telefonisch aan de Haagsche Courant weten de handdoek in de ring te gooien. Moegestreden, zei hij. De kritiek beu. Niet het gesjoemel met zijn curriculum vitae — een in oud-politieke tijden afdoende reden om het veld te ruimen — was de oorzaak van die kritiek, maar zijn matige optreden in het debat om de regeringsverklaring en het, naar het oordeel van zijn partijgenoten, bescheiden onderhandelingsresultaat dat hij wist binnen te slepen rond de tafel met Donner, Zalm en Balken ende. Die kritiek werd pas openlijk geuit toen Herben het land uit was, en het enige verweer dat hij kon geven was direct gekoppeld aan zijn aftreden.

Natuurlijk wist iedereen dat Herben niet van plan was de vier jaar als fractieleider vol te maken. Hij zag zijn vooruitgeschoven rol hoofdzakelijk als een tijdelijke lotsbestemming. Bovendien kwam het goed uit dat juist hij, als voormalig voorlichter van Fortuyn, de boeken van de meester tot in detail kon navertellen. De meeste in de haast bij elkaar gesprokkelde LPF-kandidaten hadden eind maart nog geen paarse puinhoop of verweesde samenleving onder ogen gehad toen ze werden gevraagd zich beschikbaar te stellen voor een kamerzetel. Bovenal is het voor de toch al in verwarring verkerende Nederlandse politiek een zegen geweest dat de brave Herben, die een zeker ontzag koesterde voor de gevestigde machthebbers («Ik mag nu Piet Hein zeggen», vertrouwde hij begin juni zijn Hollands Dagboek in NRC Handelsblad toe), en niet een onbesuisde hardliner als Ferry Hoogendijk het roer van Fortuyn na de moord overnam.

Terwijl Herben, net als Ad Melkert bij de PvdA, plaats zal nemen in een van de achterste bankjes van de LPF-fractie woedt in de partij inmiddels een harde strijd over de opvolging. De nieuwpolitieke suggestie van Herben zelf om uit een roulerend voorzitterschap bij de volgende verkiezingen de beste politiek leider te kiezen, werd direct afgeschoten. Wie terugtreedt moet zijn mond houden, ook bij de LPF.

De meest voorname kandidaten voor de opvolging zijn Gerard van As, Fred Schonewille en Harry Wijnschenk. Maar zoals het er nu naar uitziet, lijken alle 25 LPF-fractieleden er zin an te hebben Herben op te volgen. Dat is wel enigszins merkwaardig. Binnen de kortste keren zullen achterban en kamerfractie ook de nieuwe politiek leider beschouwen als deel van het establishment, als heersend gezag waartegen in de huidige schopstoeldemocratie krachtig geageerd moet worden.

Coalitiepartner CDA, en vooral het gereformeerde smaldeel in die partij, heeft de ijzeren bijbeltekst uit Romeinen 13, waarin Gods onderdanen worden aangespoord zich te onderwerpen aan de overheden die boven hen staan. «Want er is geen overheid dan door God en die er zijn, zijn door God gesteld. Wie zich dus tegen de overheid verzet, wederstaat de instelling Gods, en wie dit doen, zullen een oordeel over zich brengen.» De ideologische basis van de Lijst Pim Fortuyn lijkt vooralsnog gestoeld op een idee dat hieraan lijnrecht tegenover gesteld is: verwerpt het gezag dat boven u staat!

De opvolger van Mat Herben zal dat spoedig merken.