Commentaar: Nieuwe politiek (18-slot)

Nieuwe politiek (18-slot)

Terwijl de oude politiek druk doende is te vernieuwen, lijkt de voornaamste representant van de nieuwe politiek ook in week achttien (de laatste week waarin deze rubriek verschijnt) nog weinig gesetteld. Het gekonkel zat riep fractievoorzitter Wijnschenk van de LPF maandag on verwacht Heinsbroek uit tot partijleider. Bij de «ge ves tigde partijen» PvdA en VVD wordt toevallig juist gediscussieerd over hoe dit soort benoemingen in de toekomst aan te pakken, maar bij de LPF wordt een partijleider kennelijk tot zijn ambt geroepen. Leden komen er in elk geval niet aan te pas.

Eigenlijk is dat niet eens zo heel gek, want de functie «partijleider» bestaat in wezen niet. Althans, niet in staatsrechtelijke zin. De Tweede-Kamerfractie heeft een voorzitter, van regeringspartijen zijn ministers vertegenwoordigd in het kabinet, maar de «partijleider» kan overal doorheen fietsen. Hij is meestal de lijsttrekker bij de verkiezingen (of was dat), kan in het kabinet zitten of in het parlement en probeert conflicten te voorkomen en de boel bij elkaar te houden. Bij regeringsfracties komt het niet vaak meer voor dat de partijleider in de Tweede Kamer zit. Behalve bij de VVD: Bolkestein bleef in 1994 in de Kamer, ondanks regeringsverantwoordelijkheid van zijn partij, en ook Zalm is in de Kamer gebleven om na het grote verlies van 15 mei de liberalen weer een gezicht te geven.

Het resultaat is ernaar: meer dan de onervaren Verhagen (CDA), slaagt Zalm erin het kabinet kritisch te bejegenen. Balkenende was nauwelijks een halfjaar partijleider toen hij de verkiezingen won en in weerwil van een deel van de CDA-achterban premier werd. Van dualisme komt niets als Jan Peter naar het kabinet gaat, luidde de kritiek. Het zou bovendien beter zijn geweest in plaats van de conservatieve Verhagen iemand met een helder sociaal-christelijk profiel als fractievoorzitter te hebben, verzuchtten enkelen. Iemand als Balkenende. Maar die zit al in het kabinet en heeft daar zijn handen vol aan.

Je zou denken dat Heinsbroek ook zijn handen vol heeft aan kabinetsactiviteiten, maar Wijnschenk meent dat de minister van Economische Zaken tijd genoeg heeft om de kakelende kamerfractie in het gareel te houden. Hoewel Heinsbroek voor een groot deel van de LPF-achterban de gedroomde opvolger van Pim Fortuyn is en hij ongetwijfeld in staat zou kunnen zijn de neuzen in de kamerfractie weer dezelfde kant op te krijgen, moet toch worden aangenomen dat zijn prioriteiten liggen bij het landsbestuur. Daarvoor is hij in de eerste plaats aangesteld. Om Fortuyn maar weer eens uit de kast te halen: een kabinet moet bestaan uit vakministers en niet uit politici. Het debat moet plaatshebben in de Kamer. Heinsbroek is zo’n vakminister, maar als hij buitenlandse vergaderingen moet onderbreken om het belang van zijn partij te dienen, dan is het landsbestuur daar weinig mee geholpen.

Net als bij de algemene beschouwingen lijkt de LPF het zicht kwijt op het onderscheid tussen kabinet en parlement. Heinsbroek mag de LPF-kamerfractie gaan controleren, of moet althans orde op zaken stellen, terwijl het idee was dat de regeringspartijen zich juist meer onafhankelijk zouden gaan opstellen ten opzichte van het kabinet. Dit werd pijnlijk duidelijk toen vorige week de «evaluatie» van het optreden van Wijnschenk tijdens de algemene beschouwingen van de kerngezonde beleidsmedewerker van Winny de Jong naar buiten kwam. Zonder enige toevoeging wordt daarin droogjes uitgelegd dat Wijnschenks bijdrage volgens plan aan de bewindslieden van de LPF is voorgelegd. Sterker nog, de bewindslieden hebben per departement inhoudelijke passages geleverd ten behoeve van de parlementaire bijdrage van Wijnschenk. Bewindslieden die orde herstellen in de Kamer, bewindslieden die teksten schrijven voor kamerleden: het moet niet veel gekker worden.

Toch zal het gekker worden. Maar niet meer op deze plaats. De slijtage van de nieuwe politiek behoeft geen verdere duiding. Onder werpen genoeg, maar achttien weken na de verkiezingen bewijst de nieuwe politiek zichzelf.