Commentaar: Nieuwe politiek (5)

Nieuwe politiek (5)

De nieuwe politiek begint in week vijf al enige haarscheurtjes te vertonen. Tegen de wens van de Lijst Pim Fortuyn (LPF) en het door vernieuwingsdrift aangeraakte CDA in heeft informateur Donner de kamerfracties een regeerakkoord voorgeschoteld van liefst 28 pagina’s. Dat is iets heel anders dan het A4’tje waar CDA-voorman Jan Peter Balkenende het in zijn boek Anders en beter over heeft. Van dat boek verscheen onlangs de vierde druk en met meer dan tienduizend verkochte exemplaren begint Balkenende Pims Puinhopen aardig bij te halen. Het nieuwe kabinet lijkt, op die 28 A4’tjes na dan, op veel terreinen méér gebaseerd op het evangelie van Balkenende dan op de geschriften van Fortuyn.

Althans, als we weten wat die geschriften precies behelzen. Daarover lijkt wederom enig misbaar ontstaan. Terwijl Mat Herben dooronderhandelt, kibbelt zijn partijbestuur voort over de precieze interpretatie van de woorden van Fortuyn inzake vroegtijdige partijopheffing. Politiek leider Herben kreeg het behoorlijk op de neus toen hij in een interview dat zaterdag in de GPD-bladen werd afgedrukt, zei op termijn een fusie of opheffing van de partij voor te staan. Op de website meldde het bestuur zonder Herben vooraf te raadplegen «met verwondering» van zijn uitspraken kennis te hebben genomen. «Uit alles blijkt dat Pim Fortuijn nooit heeft overwogen dat Lijst Pim Fortuyn een politieke beweging van tijdelijke aard zou zijn», schrijft het bestuur. Fortuyn — of is het Fortuijn, zoals de partij tegenwoordig consequent schrijft? — zou hebben aangegeven dat hijzelf slechts voor enkele jaren beschikbaar was. Hoe het ook zij, de geschriften van Fortuyn zijn kennelijk voor velerlei interpretaties vatbaar.

En dat terwijl die geschriften wel als leidraad gelden voor het parlementaire werk. In de Haagse wandelgangen zijn kamerleden van de LPF te herkennen aan hun geelblauwe stropdas óf aan het tussen de dossiers geschoven grijzige Fortuyn-handboek. Of de anesthesioloog Milos Zvonar zijn exemplaar al ter hand had genomen voordat hij zijn maidenspeech hield in een debat met demissionair minister Borst over vrije heroïne verstrekking aan verslaafden is de vraag. Geheel volgens de nieuwe politieke mores hield hij het kort in dat debat. Voorkomen is beter dan genezen, zei hij slechts, en daarom is de LPF tegen voortzetting van de proef. Hij werd deze week door zijn fractie echter tot de orde geroepen. Precieze uitleg is niet gegeven, maar interpretatie van de visie van de vermoorde grote leider heeft volgens betrokkenen ook nu weer meegespeeld. Door de ommezwaai van de LPF werd het ondanks de geringe fractieomvang dramatisch verdeelde Leefbaar Nederland (twee zetels) voor een stemming over voortzetting van de proef van niet geringe betekenis.

Nog korter dan Milos Zvonar hield fractiegenoot Jan van Ruiten het. In het debat over de mislukte Arbeidsvoorziening, vorige week woensdag, koos hij «de rol van sprakeloos toehoorder». De uitgelezen kans om ook inhoudelijk op vooral paars falen in te gaan liet Van Ruiten aan zich voorbijgaan. In De puinhopen van acht jaar Paars staat over de «Arbvo» dan ook niets vermeld.

Zoals iedere kamerfractie staan de LPF middelen ter beschikking om een wetenschappelijk bureau op te zetten. Vooralsnog heeft niemand zich over dit soort hopeloos gedateerde oud-politieke instituties uitgelaten. Toch zou het politieke spel er voor de eigen fractie, voor andere partijen én voor journalisten een stuk eenvoudiger op worden als de partij straks haar complete wetenschappelijke staf enkele jaren aanwendt om diepgravend en waardevrij onderzoek te doen naar de praktische politieke stellingnamen die terugkeren in het werk van Fortuyn. Dat zou het politieke handwerk er zoveel gemakkelijker op maken.

Heeft Fortuyn immers niet duidelijk laten doorschemeren dat hij de enige was die mocht zeggen wat hij dacht?