Nieuwe revu, dat is ‘t

Ooit stond de School voor Journalistiek te Utrecht bekend als links bolwerk. Daar is bar weinig van over. Zelfs op de(redactie van het schoolblad Zip. De studenten over de docenten: ‘Allemaal ex-CPN'ers.’ De docenten over de studenten: ‘Hoe moeten we het kritische kind in hen wakker kussen?’ ..LE PEDOFILIE, vrouwenbesnijdenis, schizofrene zwervers, homoseksuele moslims en zelfdoding. Het is maandagochtend tien uur en de redactie van Zip vergadert over de onderwerpen voor het volgende nummer. De tijdelijke chef-redactie maakt een rondje langs zijn medestudenten in de journalistiek die dit trimester het maandblad onder hun hoede hebben. Er komen geen verhalen over politiek, want dat wil de doelgroep niet. Stond de School voor Journalistiek in de jaren zeventig nog bekend als ge‰ngageerd links bolwerk, nu is het een ‘gewone beroepsopleiding’.

De redactie van Zip verandert iedere drie maanden en moet daarom steeds opnieuw het wiel uitvinden. Aan de hand van een aantal ‘pijlers’ wordt aan het begin van een trimester bepaald welke onderwerpen ter hand kunnen worden genomen. Sport, cultuur en sociaal-maatschappelijke problemen zijn de belangrijkste thema’s die in ieder nummer moeten terugkomen. 'Doelgroepschrijven’ lijkt het toverwoord; de hele studentenpopulatie moet het blad interessant vinden. 'Jongeren 17 tot 25, brede interesse’, klinkt het voortdurend in marketingtaal.
(DERDEJAARSSTUDENT Pascal de Gier is twintig en zit op dit moment in de redactie. Hij heeft een artikel geschreven over hackers en zint nog op een achtergrondbeschouwing over de Bijlmerramp. Met politiek heeft hij bij Zip nog niks gedaan: 'Het is er nog niet van gekomen.’ De Gier: 'Ik heb even het idee gehad om een verhaal te maken over links-extremistische clubjes in Amsterdam. Helaas kwam ik daar niet zo gemakkelijk tussen. Bovendien past het niet in de formule van Zip. Je kan wel over politiek schrijven, maar je moet altijd een andere invalshoek kiezen. Politiek an sich komt er niet zo snel in.’
Collega-redacteur Ronald Janus (23) vult De Gier aan: 'We kijken altijd wat de doelgroep wil. De meerderheid hier op school voelt zich verbonden met de Nieuwe Revu en de meeste mensen zijn dan ook in Nieuwe Revu-verhalen geãnteresseerd. Zip probeert dit soort verhalen te maken. Het idee van iemand uit de redactie om op basis van verkiezingsprogramma’s een analyse te maken van wat de grote politieke partijen voor jongeren doen, is gestrand. Voor dit verhaal was bij de groep niet de minste animo te vinden.’
'We kiezen liever voor een verhaal van de onderkant van de samenleving dan voor een historische beschouwing over het kabinet-Cals’, vervolgt Janus. Pascal de Gier doet een gok: 'Kabinet-Cals, was dat niet jaren vijftig?’ Dat Cals in de jaren zestig regeerde, is hun op school niet verteld, verontschuldigen ze zich. Janus: 'Historische en politieke kennis ontbreken hier volledig.’
DAT BEAAMT Nadine Ancher (20) hartgrondig. Als eerstejaarsstudent volgde ze stiekem het vak democratie, dat eigenlijk als keuzevak voor tweedejaars op het programma staat. 'Het is merkwaardig hoe weinig aandacht er op deze school aan politiek bestuur wordt besteed, zeker in het eerste jaar. Politiek is alles, maar er zijn hier maar een paar mensen die werkelijk een mening hebben over wat er in Den Haag gebeurt. Dat stoort me behoorlijk.’
Ancher hoort bij de kleine groep studenten die koos voor het vak openbaar bestuur, dat op actuele thema’s uit de politiek ingaat en enige theoretische achtergronden belicht. De jonge docent Remko van Broekhoven doceert het vak. Hoewel openbaar bestuur veel minder mensen trekt dan richtingen als criminaliteit, buitenland en gezondheidszorg, heeft hij niet het idee dat er op zijn school een tanende politieke interesse is. Van Broekhoven: 'Politiek bewustzijn is tegenwoordig wat anders. Het is niet meer het modieuze links van de jaren zeventig. De populatie van de School voor Journalistiek is een afspiegeling van de maatschappij: er wordt niet meer gesproken over ideologie, maar het actiegroepenwezen en het chequeboekactivisme vieren hoogtij.’
Het vak openbaar bestuur moet volgens Van Broekhoven vooral 'het kritische kind in de student wakker kussen’. Nadine Ancher beseft dat. 'Bij politieke vakken leer je kritisch nadenken en dat is voor journalisten het grootste goed. Het is daarom krankzinnig dat de school er zo weinig aan doet. Mijn medestudenten vinden dat alleen niet zo'n probleem.’
Ancher probeert zich via opiniebladen en kranten goed te informeren. Lid van een politieke partij is ze niet: 'Daarvoor weet ik gewoon nog te weinig.’
PASCAL DE GIER is wel lid van een partij: de Socialistische Partij van Jan Marijnissen. Deze partij komt het meest in de buurt van zijn levensvisie. Het 'tegendraadse karakter’ van de partij trekt hem. De Gier: 'Het is de meest linkse partij die meedoet aan de verkiezingen. Als de CPN nog zou meedoen, dan zou ik daarvoor kiezen.’
Hij volgt de politiek 'redelijk’, vindt hij. “s(Ochtends op de Zip-redactie begin ik altijd even met koppensnellen in de Volkskrant. Eerst de opening, dan buitenland en de 'man bijt hond’-berichten op de binnenlandpagina. Met politiek eindig ik dan.’
'Het verschil met de jaren zeventig’, zegt De Gier, 'is dat wij niet meer direct op de barricaden springen als we iets vreselijks lezen. Daar hebben studenten nu gewoon geen tijd meer voor.’
Ronald Janus vindt het niet nodig om de politiek nauwgezet te volgen, omdat hij zijn voorkeur al bepaald heeft. 'Ik ben nooit zwevende kiezer geweest. Alleen dan is het interessant om het Haagse gedoe te volgen. Als je het nog niet weet, moet je er dichter op zitten. Ik hang al jaren liberale idee‰n aan en er is in Nederland maar ÇÇn liberale partij, de VVD dus.’
Ook uit algemene belangstelling volgt hij de politiek niet: 'Sinds ik in de redactie van Zip zit, besteed ik nog maar heel weinig tijd aan kranten en aan nieuws in het algemeen. Ik heb het te druk.’
Terwijl opinieonderzoekers met enige regelmaat de noodklok luiden omdat het opkomstpercentage onder jongeren bij de verkiezingen van volgende week tot een dieptepunt zal dalen, zeggen vrijwel alle ouderejaarsstudenten op de School voor Journalistiek naar de stembus te gaan. Dat is logisch, vinden de redacteuren van Zip. 'In de journalistiek zitten toch overwegend mensen die nadenken. Zij zijn bezig met wat er om hen heen speelt. Journalisten weten in algemene zin wel wat de problemen zijn.’
Maar als de Zip-redacteuren dit soort problemen proberen op te rakelen, realiseren ze zich dat journalisten-in-opleiding geen wezenlijk andere thema’s aansnijden dan andere jongeren. De Gier: 'Jongeren, en ook studenten journalistiek, zijn niet zozeer geãnteresseerd in politiek, maar wel in de onderwerpen die de politiek behandelt.’ Janus: 'Het zijn dingen die henzelf aangaan. Vluchtelingenbeleid, milieu, woningnood - allemaal onderwerpen die direct op jongeren betrekking hebben. Ik maak deel uit van de maatschappij en voel me geen aparte doelgroep.’
DOOR TIJDGEBREK worden er geen opstanden meer ontketend. Bezettingen, ellenlange politieke discussies en hele en halve revoluties, waarmee aan het begin van de jaren zeventig de school nog de landelijke pers haalde, zijn nu uitgesloten. Ronald Janus: 'De studenten op de school zijn nu veel jonger dan toen en meestal nog helemaal niet zelfstandig. Ze hoeven zich geen zorgen te maken over de wereld omdat ze nog kunnen terugvallen op hun ouders. De politieke bevlogenheid is helemaal verdwenen.’
Bevlogenheid was er zeker nog wel in de jaren dat Ger Jochems op de school zat. In de Algemene Schoolvergadering debatteerden communisten begin jaren zeventig om het hardst met gematigder studenten, herinnert hij zich. Maar hoewel de school naar buiten toe een links en politiek ge‰ngageerd imago had, een beeld dat ook bij de huidige studenten nog bekend is, was het in feite slechts een kleine groep die zich ermee bezighield. Jochems, tegenwoordig programmamaker voor de VPRO-radio: 'De meeste mensen deden gewoon hun ding. Ze volgden de vakken en interesseerden zich niet voor de politieke discussies die plaatshadden. Ze stemden waarschijnlijk wel, maar misschien was dat voor veertig procent op de KVP. Dat wisten we niet. Die kleine groep die het karakter van de school bepaalde, had gewoon de grootste bek.’
Samen met Mark Kranenburg, nu redacteur van NRC Handelsblad, richtte Jochems in 1975 de Werkgroep 070 op. Er moest op school meer aandacht komen voor de Haagse journalistiek. Door het radicale jarenzestigdenken van de docenten was de Nederlandse politiek not done op school. De politieke discussie ging vooral over streng ideologische details.
KRANENBURG en Jochems nodigden met de werkgroep parlementair journalisten uit voor gastcolleges. Er bleek voldoende animo voor en na het afstuderen van de initiatiefnemers heeft de school het vak zelf voortgezet. Onder directeur Peter Schrurs is het kortgeleden weer afgeschaft. De belangstelling was nog maar mimimaal. Toch vindt Schrurs dat parlementaire journalistiek wel weer zou moeten terugkeren, alleen moet het aantrekkelijker gemaakt worden, het moet opgeleukt. Excursies en interessante gasten zouden de belangstelling voor politiek bij de aankomende journalisten moeten 'oppoken’, vindt hij.
Schrurs: 'Studenten komen tegenwoordig om andere redenen naar de School voor Journalistiek. Waar vijftien jaar geleden de meeste mensen naar sociale academies gingen omdat ze "iets met mensen” wilden, loopt het nu storm op opleidingen die “iets met communicatie” te maken hebben. Een groot deel hiervan komt bij ons terecht. En hoewel het totaal aantal studenten veel groter is geworden, is het aantal mensen dat op de traditionele manier de journalistiek in wil, gelijk gebleven.’
Met deze toeloop van studenten veranderde de school behoorlijk. Sinds 1993 wordt het vak actualiteiten gegeven, waarbij studenten tweewekelijks getoetst worden op hun kennis van de krant. Voordien werd door de school uitgegaan van een zekere algemene interesse, zegt Schrurs. 'Bij de actualiteitencolleges komt de politiek ook aan de orde. De zaken die vast op de politieke agenda staan zoals Prinsjesdag en de Algemene Beschouwingen pikken we altijd even mee.’
VEEL VAN DE redacteuren van Zip kwamen min of meer toevallig op de school terecht. Interesse in de journalistiek kregen ze pas tijdens de opleiding. 'De opleiding is lekker breed’, klinkt het vaak. Pascal de Gier deed op de havo een beroepentest en daar rolde uit dat hij iets met schrijven moest doen. Ronald Janus wilde zijn liefde voor auto’s professionaliseren: 'Als je iets met auto’s wil, dan kan je ze gaan verkopen of je kan erover schrijven. Handelsbloed heb ik niet, dus werd het de School voor Journalistiek. Ik ben hier op school gekomen om te leren schrijven en niet om politiek te leren denken.’
De docenten van de school, 'allemaal oud-CPN'ers’, hebben het dan ook opgegeven om de politiek er koste wat het kost 'in te rammen’. Janus: 'Wij worden niet opgeleid in politieke idee‰n. In vier jaar tijd moeten we afstuderen en dan is er geen ruimte meer voor politiek gewauwel. Vroeger kon dat, toen werden hele lesgroepen verknald met dat eeuwige politieke gepraat. Het is eigenlijk wel goed zo.’
ROND ZES UUR ’s avonds loopt de redactie van Zip leeg. In Belgi‰ is Marc Dutroux ontsnapt en weer opgepakt, maar op de redactie van het blad van de School voor Journalistiek is dat bericht dan nog niet aangekomen.