Nieuwe strepen in het afrikaanse zand

Verlamd als konijnen in de koplamp van een auto staart de wereld naar het voorspelde drama in Burundi. Een bevolking van 85 procent Hutu’s en 14 procent Tutsi’s en een procent Twa is vergeten hoe ze ooit in vrede leefde en ziet niet meer hoe dat ooit nog zou kunnen. Extreme Tutsi’s vechten met de middelen van mensen die alleen nog maar geinteresseerd zijn in het zo duur mogelijk verkopen van hun huid. En extreme Hutu’s handhaven hun meerderheid door de Tutsi’s tot de laatste man en vrouw te vermoorden of te verjagen.

Voor de rest van de wereld is de verleiding groot om hier dezelfde metaforen op los te laten als op voormalig Joegoslavie - als excuus om niet in te grijpen. De metafoor van de veenbrand die moet uitwoeden bijvoorbeeld. Zo'n metafoor suggereert dat er een begin en een einde zit aan conflicten zoals die zich nu in Burundi afspelen. Het suggereert dat het allemaal heel naar is maar niets aan te doen, en dat de wereld straks, als het allemaal voorbij is, beter haar energie en geld kan besteden aan een wederopbouw. Maar het houdt niet op. Het verspreidt zich alleen maar. Naar de buurlanden waar de honderdduizenden vluchtelingen zitten, naar andere extreme of wanhopige groepen mensen die met een schuin oog kijken of de strategie van de extreemste groepen in Ruanda en Burundi misschien toch wat oplevert. Het zal zich, met dezelfde wetmatigheid als het zich van Ruanda naar Burundi verplaatste, verplaatsen naar Oeganda waar het net vrede is - een wankele vrede. Naar Tanzania waar de armoede de mensen toch al tot wanhoop drijft. In Oeganda liggen de verhoudingen tussen de bevolkingsgroepen weliswaar heel anders, maar de ervaring leert dat als de hypnotische toestand van geweld dat geweld oproept eenmaal is begonnen, ieder excuus goed genoeg is voor het grote bloedvergieten.
Valt er dan niets te doen? Er valt van alles te doen. Burundi heeft nu voor zolang als het duurt zijn gematigde dictator. Een vorm die eerder heeft gewerkt in Afrika en die in landen als Ghana en Oeganda in zekere zin nog werkt. Andere Afrikaanse landen kunnen legers naar Burundi sturen, en als dat niet halfslachtig maar met overmacht gebeurt, kan dat ook werken. Meer dan de helft van de bevolking in het hele gebied is inmiddels op drift, en misschien is dit wel een goed moment om de willekeurige strepen in het zand die nu de grenzen vormen, te herzien. Hutu’s een eigen land en Tutsi’s ook - het klinkt als etnisch gezuiverd en dat is het ook. Maar het valt te proberen, want zo ontstaat er in elk geval een situatie waarin opnieuw kan worden begonnen, politiek, sociaal en geopolitiek. Het gaat om het creeren van een situatie waarin de extremisten die nu de agenda bepalen het woord ontnomen wordt en de meerderheid die net als overal in vrede wil leven, een nieuwe agenda kan opzetten. Dat kan op veel manieren gebeuren. Het enige wat beslist niet helpt en wat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de toestand alleen maar verergert, is niets doen. De vraag is niet of de rest van de wereld iets doet of niet. De vraag is of er nu wordt ingegrepen of pas als de helft van Afrika in brand staat.