Nieuwe taal op de universiteiten

Onvrede werkt aanstekelijk. Na de Maagdenhuisbezetting, die vrolijk aanhoudt, heeft nagenoeg iedere Nederlandse universiteit een club studenten onder de vlag ‘De Nieuwe Universiteit’.

Medium commentaar 10 2015 maagdenhuis

Wetenschappers verenigen zich in initiatieven als het Platform Hervorming Nederlandse Universiteiten en Rethink UvA. 2015 kan zomaar de geschiedenis in gaan als het jaar van de universiteitsrevolutie. De grote vraag die volgt na het enthousiasme dat zulk engagement verdient: heeft deze protestbeweging ook daadwerkelijk een alternatief voor het bedrijfsmatige universiteitsmodel dat ze zo verafschuwt? Het antwoord is ja, maar niet van vandaag op morgen.

Op de UvA stellen de studenten hun eisen vooral in algemeenheden: meer inspraak, onderwijs en onderzoek boven winst. Voor de rest is er vooral een programma ex negativo: geen rendementsdenken, geen grote veranderingen bij de geesteswetenschappen. Toch zou het verkeerd zijn om meteen meer van ze te verlangen. Dat gebeurde ook toen Occupy werd weggezet omdat het geen concreet programma zou hebben. Het punt is juist dat hedendaagse protestbewegingen hun alternatief gaandeweg bedenken. Dat denken over hoe de UvA anders in te richten gaat in het Maagdenhuis volledig in het openbaar en met het aanhoren van iedereen. Dat is langzaam, maar wel practicing what you preach.

Dat deze protestgolf moest worden ontketend door studenten is overigens logisch. Zij zijn de enig overgebleven partij die geheel vrijblijvend onvrede kan uiten over het academisch bestel. Een bestuurder heeft de politiek in de nek hijgen. Veel docenten zitten op een tijdelijk contract. Wetenschappers moeten over elkaars werk oordelen bij het toekennen van onderzoeksgelden. Kort samengevat hangt de universiteit – die een bastion van het vrije denken moet zijn – aan elkaar van de afhankelijkheidsrelaties. In die cultuur is er niemand te vinden die zijn positie niet op het spel zet als hij in verzet komt, behalve de student.

Kort samengevat hangt de universiteit – die een bastion van het vrije denken moet zijn – aan elkaar van de afhankelijkheidsrelaties

Daarbij zitten de demonstranten op het juiste spoor met hun kritiek op het marktmodel in academia. De Nederlandse universiteiten worden als een bedrijf gerund met alle tierlantijnen die daarbij horen. De UvA heeft aparte bv’s, corporate risk managers, een ingewikkelde vastgoedportefeuille ondersteund door rentederivaten, consultants die langskomen om de organisatiestructuur tegen het licht te houden en een zware bedrijfsvoering met ruim 1800 man (m/v) ondersteunend personeel op iets meer dan 2500 wetenschappers. Blijkbaar hebben alle bestaande vormen van inspraak deze koers onvoldoende kunnen remmen.

De botsing op de UvA staat model voor de grote ideologische strijd van deze tijd. Die gaat over de grondslagen waarop instituten gebaseerd zijn, of dat nu het zorgstelsel, de banken of een universiteit betreft. In een eerdere tijd vielen de kampen grofweg uiteen in socialisten (staat!) en liberalen (markt!), maar die negentiende-eeuwse indeling past niet bij de 21ste-eeuwse situatie. De nieuwe etiketten moeten nog geschreven worden en dat is precies een teken dat de samenleving ingrijpend aan het veranderen is.

Aan de critici van het marktmodel de taak om een programma te ontwikkelen dat meer behelst dan aangeven wat er verkeerd gaat. Niet alleen de clichés herhalen over ‘het neoliberalisme’, maar een duidelijke eigen taal ontwikkelen. Wat de studenten en hun -sympathisanten daarvoor nodig hebben is tijd. Tijd om verder te praten over hoe een universiteit volgens hen moet functioneren.

Universiteitsbesturen moeten hier volop de ruimte aan geven. Pas dan vervult de academie zijn publieke rol als platform voor nieuwe ideeën.