Nieuwe taarten bakken

Sommige schrijvers blijven aan hun romans werken. Jan Wolkers herschreef in 1979 Kort Amerikaans (1962) grondig. Het verhaal bleef min of meer in stand. Sommige scènes (de dood van de broer) werkte hij uit, een paar karakters kregen meer kleur en diepgang. De hoofdpersoon heet niet meer Erik, maar Eric. En hij veranderde vrijwel iedere zin, al te ‘literaire’ uitschieters liet hij weg, beschrijvingen werden teruggebracht tot een paar woorden. In het begin klopt iemand in de nieuwe druk bijvoorbeeld ‘genotzuchtig’ op zijn kruis. In de oude druk stond daar nog een beschrijving bij van hoe hij dat deed: ‘Alsof hij vogels, die tot aan zijn schoenen genaderd waren, behoedzaam voederde.’ Ja, kan wel weg natuurlijk, maar toch, wel een fraai beeld.

Gerrit Krol ‘herschreef’ in 1997 zijn in 1969 verschenen roman De ziekte van Middleton. Het werd Middleton’s dood, een soort vervolg maar tegelijk ook een herschrijving. De zeer vermakelijke uitweidingen over wiskunde, liefde en andere ongemakken uit de oude druk zijn in de herschreven roman, wat mij betreft helaas, verdwenen. Krol wilde, net als Wolkers, een strakkere verhaallijn, ze sloten zich in hun latere werk allebei meer aan bij de Angelsaksische schrijftraditie.

Medium moor de margriet
Margriet de Moor greep in in haar eigen novelle © John Foley / Opale / Leemage

Voor schrijfopleidingen zijn dit soort herschrijvingen uiteraard een must. Je ziet de schrijver aan het werk, je voelt hem of haar peinzen over zin, toon, sfeer en verlangen van de roman. Je ziet ineens dat schrijven een kwestie is van opvattingen over schrijven, van kiezen, werken en tobben, en niet het eindproduct van magisch denken over een idee.

De Moor weet dat ze uitblinkt in de stilistische afwijking, haar hele werk huivert voor uitgesleten beelden

Margriet de Moor herschreef haar eerder gepubliceerde novelle Op het eerste gezicht (het verscheen in 1989 in Dubbelportret) en gaf het de titel Slapeloze nacht mee. Direct al een krachtige verandering in de titel. De oude titel zegt iets over de verhaalinhoud: een vrouw, weduwe, herdenkt tijdens een slapeloze nacht opnieuw haar peilloze verdriet over de zelfmoord van haar man en haar naspeuringen over de achtergrond ervan. Kende ze hem wel? Op het eerste gezicht hadden ze een prima relatie: verliefd, getrouwd, gelukkig. Maar toch. Waarom die zelfmoord? Zat er meer achter? Maar wat precies?

De Moor herschreef haar verhaal niet compleet. De verhaallijnen zijn hetzelfde, vooral het begin is op details na ongewijzigd. De vrouw gaat ’s nachts taarten bakken terwijl boven in haar bed een man ligt te slapen die ze die dag via een contactadvertentie heeft ontmoet en waar ze een gezellige dag mee heeft doorgebracht. De herinneringen aan haar gestorven man komen boven: boerenzoon, schaatstocht, de eerste keer bij hem in bed, en vervolgens de plotselinge zelfmoord. IJzersterk geschreven, De Moor blinkt zoals altijd uit in rake scènes, gelardeerd met onverwachte details, te veel om op te noemen. Maar waarom die zelfmoord? Onverklaarbaar? Een vroeger vriendinnetje dat opdook? Verhouding met zijn moeder? Zijn zus? Wat was er aan de hand? In beide versies komt De Moor niet helemaal aanzetten met ‘de’ beslissende oplossing. Je moet na peilloos verdriet nu eenmaal door. Maar toch blijft de vraag: waarom zelfmoord? Er is geen antwoord. Ja, taarten bakken. Ik vind dit geestig en ontroerend.

De Moor laat haar schrijfstijl in de nieuwe versie intact. Ze weet dat ze uitblinkt in de stilistische afwijking, haar hele werk huivert voor uitgesleten beelden en ook in de nieuwe versie laat ze haar schrijfvondsten ongemoeid. Soms zwakt ze ze wat af. In de oude versie heeft ze het over ‘wenkbrauwen als witte penseeltoetsen’, in de nieuwe over ‘wenkbrauwen door de zon gebleekt’. Soms verduidelijkt ze meer. Zo wordt in de oude versie een ‘veeboeldag’ aangekondigd, zonder verdere uitleg, in de nieuwe versie staat er ‘de grote jaarlijkse veemarkt, die ze daar veeboeldag noemen’. De nieuwe versie is concreter. In de oude versie heeft ze het over de ‘elementaire gevoelens’ van de hoofdfiguur, in de nieuwe versie noemt ze het de ‘elementaire lusten’.

Maar pas tegen het einde van de novelle greep ze echt in. Veel scènes zijn herschreven, veel details toegevoegd, De Moor was blijkbaar vooral ontevreden over de laatste veertig bladzijden. Een fraaie scène bij de kapper is in de nieuwe versie weggelaten, misschien omdat daarin de symboliek van het haar afknippen er te dik bovenop ligt. Bovendien vond ze vast en zeker de huilscène tegen het einde van dat fragment te veel van het goede. Toch jammer, huilen kan geen kwaad in een roman. De zus van de gestorven man krijgt tegen het einde een veel scherpere invulling. Blijkbaar zocht de schrijfster meer dan in de oude versie naar een min of meer concrete oplossing van het drama. Die zus wordt in een dramatische scène – ze ontbreekt in de oude versie – expliciet neergezet als een concurrente van de rouwende ik-figuur. ‘Een ogenblik stonden we als twee razende wijven tegenover elkaar. Gebalde vuisten, grimassen vol pijn en onmacht, rivalen die elkaar van haver tot gort doorhebben in hun gevecht om dezelfde man.’ Speelde dus toch een gestoorde broer-zusrelatie een rol bij het drama?

De Moor laat het uiteindelijk allemaal in het midden, je kunt het beste taarten bakken, maar ondertussen heeft ze haar lezers duidelijker dan in de oude versie op een bepaald spoor gezet. Ik aarzel, misschien was de oude versie, ondanks de verbeteringen in de nieuwe, hoe moet ik het zeggen, raarder, meer tot peinzen aanzettend. Wat juist de kracht is van De Moors werk. Maar het kan ook aan mij liggen. Blijkbaar wil ik helemaal geen oplossingen. Ook niet in literatuur.