Nieuwe tucht ‘men hield informatie achter omdat dutroux een rijkswachtinformant was’ ‘minstens veertig procent van de rijkswachtofficieren is corrupt’

De meest wilde komplottheorieën over de Belgische rijkswacht blijken allemaal waar. De corruptie, de manipulatie van elk onderzoek naar het eigen functioneren, de extreem-rechtse steungroepen - alles. Zal de ‘nieuwe tucht’ helpen?
‘WIE NIET INTEGER is, vliegt eruit!’ waarschuwde de nieuwe commandant van de rijkswacht, luitenant-generaal Willy De Ridder kort na zijn aantreden in 1992. Met gespierde taal en reorganisaties tracht het oudste politiekorps van België sindsdien zijn imago te verbeteren.

En dat is hard nodig na alle affaires van de laatste 25 jaar. Om de ‘culturele revolutie’ kracht bij te zetten heeft de korpsleiding zelfs zijn traditionele politieke patroons, de Waalse christen-democraten (PSC), verruild voor de Vlaamse socialisten (SP).
Maar de jongste Belgische schandaallawine bewijst dat er nog veel moet gebeuren. De machtspositie van het korps is enorm. In de beruchte guerre des flics tussen rijkswacht, gerechtelijke parketpolitie (GPP) en gemeentepolitie heeft de rijkswacht om te beginnen het voordeel van zijn omvang. Het Belgische politieapparaat bestaat uit 589 gemeentelijke korpsen (in totaal een kleine twintigduizend man), 23 brigades (samen veertienhonderd man) en de rijkswacht (17.500 man), maar alleen de laatste is op nationale grondslag georganiseerd. Tot 1992 was de rijkswacht zelfs een militair commando onder beheer van de minister van Landsverdediging. Dank zij de krijgstucht leefden de meeste rijkswachters in een volstrekt maatschappelijk isolement, iets waar de leiding overigens niet rouwig om was. De laagste rangen, die voor een deel werden gevuld met dienstplichtigen, hadden nog enige voeling met de burger. De officieren echter werden van jongs af aan gedrild in kazernes waaruit ze volkomen wereldvreemd en blakend van arrogantie te voorschijn kwamen. De onder oudere Belgen vertrouwde karikatuur van de rijkswacht als een bende sabelslepers en beroepssadisten was nooit ver bezijden de waarheid.
De eerste resultaten van de demilitarisering zijn soms spectaculair, vooral op straatniveau. 'Sinds twee jaar hebben wij een uitstekend contact met de rijkswacht,’ verzekert een sociaal werker in Antwerpen: 'Sommige rijkswachters gaan beter om met drugsverslaafden dan wij.’ Woordvoerster Magda Viville van Ouders van een Vermoord Kind, een grote non-profitorganisatie en mede-organisator van de Witte Mars, prijst de slachtofferhulp van de huidige rijkswacht. Om het racisme en de vrouwvijandigheid in de gelederen terug te dringen, recruteert het korps tegenwoordig jaarlijks tientallen vrouwen en allochtonen. De verdwijning twee weken geleden van rijkswachter Peter De Vleeschauwer, die lid was van een milieupartij en onderzoek deed naar de vleesmaffia, bewijst, hoe tragisch ook, dat een linkse gezindte geen reden meer is voor uitsluiting.
'HET MILITARISME is eruit’, verzekert ook Rudy Aerts, voorzitter van het Syndicaat voor de Vooruitgang van het Rijkswachtpersoneel (SVR) dat vooral de lagere rangen organiseert: 'Het contact met de bevolking is enorm verbeterd en dat is te danken aan de nieuwe tucht, ook al meet de leiding nog altijd met twee maten: één voor de hoge en één voor de lage rangen.’
Vroeger kon een rijkswachter een week verzwaard krijgen als hij weigerde geweld te gebruiken tegen een arrestant. Tegenwoordig hangt aan de muur van elke commandozaal een kopie van Onze Waarden, het nieuwe credo van de dienst, met een oproep tot respect voor de 'individuele rechten en vrijheden van elke burger’, de 'democratische instellingen’ en de 'onkreukbaarheid en integriteit’ van het politiewerk. Zelfs de basispolitiezorg heeft zijn intrede gedaan - inclusief een in de oude rijkswacht ondenkbaar instituut als de wijkagent.
Veel waarnemers vragen zich echter af of er geen sprake is van een kosmetische operatie die het korps moet verzekeren van een nog sterkere machtspositie tegenover de politiek. Sinds de oprichting in 1796 door het revolutionaire Franse bewind, dat België kort tevoren had ingelijfd, is de rijkswacht altijd een staat in de staat geweest. Na de slag bij Waterloo dienden de gendarmes uiteenlopende heren als koning WillemI van Oranje, de Belgische koningen en een reeks machtige premiers en defensieministers, maar ze vergaten nimmer hun eigenbelang.
Volgens critici is de corruptie in het officierskorps nog altijd structureel. Het weekblad Humo publiceerde in 1989 een dossier onder de titel 'Het kolonelsregime’, met tientallen voorbeelden. Aerts onderschrijft de uitspraak van een van zijn voorgangers dat veertig procent van de officieren corrupt is: 'Minstens veertig procent, zou ik willen zeggen. Officieren laten privé-werken uitvoeren door rijkswachtpersoneel, met materialen van de rijkswacht, zoals verbouwingen aan hun woningen. Zij bevoordelen transportbedrijven, aannemers en andere bedrijven in ruil voor speciale leveranties en diensten. Het lagere personeel wordt voor zulke vergrijpen meteen geschorst of ontslagen, het hogere kader gaat vrijuit.’
Niet bekend
Integendeel, alles wijst er op dat het dreigement momenteel wordt uitgevoerd. Een hele rits hoogwaardigheidsbekleders is de voorbije weken terecht of ten onrechte beschuldigd van omkoping, fraude en pedofilie op grond van soms flinterdunne dossiers, waarvoor het vooronderzoek is gedaan door het Centraal Bureau voor Opsporing (CBO), vergelijkbaar met de Nederlandse CRI. Veel van de belastende verklaringen zijn door rijkswachters zelf uitgelokt. Dat de GPP en andere politiediensten ook de hand hebben gehad in deze onderzoeken, is volgens een goedgeplaatste bron bij de Belgische justitie van secundair belang: 'Het CBO is het grootste parket van België, ook al heet het officieel slechts een infocentrum te zijn. Als een andere dienst een onderzoek krijgt toegewezen, doet de rijkswacht altijd een parallelonderzoek. Daarbij houdt men de interessante informatie achter voor eigen gebruik of om het onderzoek te manipuleren. Vergeet niet dat de rijkswacht door zijn nationale organisatie een reusachtige kennisvoorsprong heeft op andere diensten. Vanuit zo'n positie kun je onderzoeken naar believen bijsturen.’
HET OPZICHTIGE falen van de rijkswacht in de affaire-Dutroux heeft het imago het meest geschaad. De justitiële onderzoeken en parlementaire verhoren hebben aangetoond dat alle Belgische opsporingsdiensten hebben geblunderd, maar dat de rijkswacht de grootste verantwoordelijkheid draagt. Een groep verontruste ouders, aangevoerd door vader Paul Marchal van het Dutroux-slachtoffer An, is zelfs van plan om als vervolg op de Witte Mars binnenkort een 'rode mars’ te organiseren. Doelwit is de voogdijminister van de rijkswacht, Vande Lanotte, die volgens hen moet aftreden. Hij had in een brief aan de ouders de indruk gewekt dat hij persoonlijk instond voor een snelle en correcte behandeling van de ontvoeringszaken. Welnu, de verdwijningen van Loubna, Julie, Melissa, An, Eefje, Sabine en Laetitia werden door de rijkswacht afgedaan als waren het autodiefstallen. De ouders stuitten op een muur van onverschilligheid of - in het geval van de familie Benaïssa - van onverbloemd racisme.
Het parlementaire onderzoek wijst bovendien uit dat het CBO sinds 1985 een dossier over Dutroux bijhield onder de codenaam 'Othello’. Al in juli 1995, ten tijde van de ontvoering van Julie en Melissa, beschikte het CBO over meer dan genoeg informatie om Dutroux als hoofdverdachte te laten aanhouden. Men hield de levensreddende informatie echter zo lang mogelijk achter omdat Dutroux een rijkswachtinformant was. 'Er is in België een praktijk gegroeid van informantenbescherming waarbij de grens tussen politie en misdadiger wel heel wazig wordt’, schrijft de journalist Fred Vandenbussche in zijn analyse van de affaire, Meisjes verdwijnen niet zomaar (1996): 'De rijkswacht wilde de affaire zelf oplossen.’ En zelfs dat is de vraag. De rijkswacht heeft een reputatie in het belemmeren van onderzoeken die de belangen van haar politieke beschermheren schaden.
HET MEEST DRAMATISCHE voorbeeld daarvan is de episode van de bende van Nijvel, die vreemd genoeg al gedateerd lijkt voordat zij officieel is afgesloten. Momenteel onderzoekt een 'bendecommissie’ van het Belgische parlement voor de tweede en hopelijk laatste maal de toedracht en achtergrond van de reeks moorden en excessieve overvallen waarbij in de jaren 1982-1985 achtentwintig slachtoffers vielen.
Wie het werk van de commissie enige tijd volgt, waant zich in een surrealistisch theater. De min of meer samenhangende theorie die onderzoeksjournalisten en onafhankelijke politici de afgelopen tien jaar over de bende formuleerden, blijkt grotendeels juist. Alle veronderstellingen over de banden tussen de rijkswachtleiding, de Franstalige Brusselse elite en extreem-rechts - veronderstellingen die tot voor kort als 'conspiratieve onzin’ werden afgedaan - staan nu zwart op wit in de parlementaire onderzoeksverslagen, ondertekend door de commissie- en kamervoorzitters. De beruchte 'Groep G’ binnen de rijkswacht heeft inderdaad bestaan; de oprichtingsverklaring uit 1976 is zelfs boven water gekomen. De groep wilde een 'harde kern binnen de rijkswacht’ vormen om korte metten te maken met de 'verrotte democratie’ en de 'linkse infiltratie in de overheidsdiensten’. Binnen het leger en de Staatsveiligheid (de Belgische BVD) werden soortgelijke groepen opgericht, die door het oppoken van de maatschappelijke onrust de geesten rijp moest maken voor een sterk gezag: de beruchte strategie van de spanning. En inderdaad, veel bij de samenzwering betrokken politici en hoge functionarissen blijken lid te zijn geweest van Opus Dei: minister van defensie Paul Vanden Boeynants; baron de Bonvoisin, de kwade genius achter de extreem-rechtse Cedic-groep in de Waalse christen-democratische partij; en ook de steile rijkswacht-generaal Beaurir. Is deze extreem-rechtse geest werkelijk teruggedrongen in de fles?
In zekere zin wel. DeRidder - door het dagblad De Morgen omschreven als de 'schaduwminister van politie’ - heeft overduidelijk een deal gesloten met twee opeenvolgende SP-ministers van Binnenlandse Zaken, Louis Tobback en Johan Vande Lanotte. Die overeenkomst behelst dat het korps zijn blazoen oppoetst in ruil voor een vergroting van zijn macht onder socialistische patronage. En de oude gewoonten slijten langzaam. Opmerkelijk is dat momenteel vooral de PS-leiding zich verzet tegen het verdere onderzoek van de 'politieke’ piste naar de bende van Nijvel; het hele idee van die politieke piste is 'flauwekul’, zei PS-voorzitter Louis Tobback in een tv-discussie. Het lijkt erop dat de Vlaamse socialisten, in hun verwoede strijd om de christen-democratie uit het centrum van de macht te dringen, hun ziel aan de rijkswacht hebben verkocht.
DE GROOTSCHEEPSE drugshandel door leden van de Antwerpse rijkswacht, die begin dit jaar aan het licht is gekomen, is echter zelfs door Tobback niet langer toe te dekken. De zaak is bezig in hoog tempo uit te groeien tot een mega-affaire met grote politieke consequenties. Als hoofdschuldige gold tot voor kort de voormalige chef van de Antwerpse BOB, rechercheur Willy van Mechelen, die sinds begin dit jaar achter de tralies zit. Hij en zijn broer Hugo (eveneens rechercheur) verdienden onder meer grof geld aan de doorlevering van containers met hard- en softdrugs naar Nederland. Inmiddels staat vast dat Van Mechelen samenwerkte met één van de grootste drugsdealers ter wereld, de Pakistaan Fouad Abbas, die gedurende bijna tien jaar zijn Europese afnemers (waaronder de Nederlandse top van het Octopus-syndicaat) ongestraft kon bevoorraden dank zij zijn goede relaties met de DEA en hooggeplaatste Belgische functionarissen. Zijn Antwerpse diamantfirma TTS Diamonds diende als dekmantel voor het witwassen van honderden miljoenen guldens aan drugsgeld.
Afgelopen vrijdag liet de Antwerpse onderzoeksrechter en Octopus-expert Ivo Moyersoen een spectaculaire huiszoeking in de Antwerpse diamantwijk verrichten, waarbij de boekhouding van de met Abbas gelieerde Max Fisher-bank in beslag werd genomen. Volgens bronnen bij het Antwerpse gerecht probeert Moyersoen zo te achterhalen wie Abbas’ beschermheren waren, want het lijdt geen twijfel dat de drugslijn jarenlang van hogerhand werden gedekt. Uit meer dan vijftig processen-verbaal van de Antwerpse politie, waarop De Groene beslag wist te leggen, blijkt dat de eerste strafklacht tegen Van Mechelen al in 1987 werd ingediend. In oktober 1988 startte de Antwerpse commissaris Victor Rottier een officieel corruptie-onderzoek tegen Van Mechelen c.s. maar ondanks de overweldigende bewijslast kwam het niet tot vervolging. Niettemin krijgt onderzoeksrechter De Smedt, die het onderzoek naar Van Mechelen per se wilde doorzetten en op de vingers werd getikt door de top van het Antwerpse parket, dezer dagen alsnog zijn gelijk.
Twee weken geleden deden de Nederlandse en Belgische justitie huiszoeking bij de Belgische drugsliaison in Den Haag, rijkswacht-kolonel Herman Luijten. Deze was van 1981 tot 1993 - dus gedurende de criminele hoogtijdagen van Abbas en Van Mechelen - chef van het CBO, een positie die toegang verschaft tot de gevoeligste dossiers van België. Bij de huiszoeking werden documenten gevonden waaruit onder meer blijkt dat Luijten het onderzoek tegen Van Mechelen op de voet volgde, dat hij zich bemoeide met benoemingen bij het Antwerpse gerecht en dat hij over deze zaken druk correspondeerde met dezelfde parketmagistraten die het onderzoek naar Van Mechelen saboteerden. Als het CBO betrokken blijkt bij een grootscheepse drugshandel die gedekt werd door politiek benoemde magistraten - en daar begint het wel op te lijken - dan gaan DeRidder en zijn socialistische superieuren moeilijke tijden tegemoet.
VOORLOPIG KIEZEN ZIJ voor de vlucht vooruit. Als het aan hen ligt, wordt het hele opsporingsapparaat binnenkort geconcentreerd in handen van de rijkswacht. In een interview in het politievakblad Politeia liet de commandant weten het toezicht van de magistratuur op het politiewerk maar lastig te vinden: 'De politie moet een grotere manoeuvreerruimte krijgen om bepaalde dossiers aan te vullen vooraleer ze worden overgedragen aan het OM. Ik vraag een operationele autonomie die ons moet toelaten de wijze van interventie, het tijdstip, het aantal in te zetten mensen et cetera zelf te bepalen.’ Wat hij onder deze autonomie verstaat, verduidelijkte DeRidder tijdens zijn verhoor door de parlementaire commissie-Dutroux: de rijkswacht bepaalt zelf wanneer, hoe en hoeveel informatie wordt verstrekt aan magistraten en andere opsporingsdiensten. Verder vindt hij dat de rijkswacht moet worden betrokken bij de totstandkoming van alle politiewetten en dat het Vast Comité voor Toezicht op de Politiediensten - opgericht na het bende-onderzoek - kan worden opgeheven.
In een discussienota die Vande Lanotte aanstaande vrijdag aan het kabinet-Dehaene voorlegt, wordt voorgesteld om alle politiediensten (de gerechtelijke politie, de douane en de zeevaart-, luchtvaart- en spoorwegpolitie) alsmede de afdeling opsporing van het OM met de rijkswacht samen te smelten tot een 'federale eenheidspolitie’. Het voornaamste argument voor deze ongekende centralisatie is de hemeltergende chaos bij de Belgische justitie, waarvoor de rijkswacht medeverantwoordelijk is. Critici maken al gewag van een nieuwe 'zachte staatsgreep’ en een commentator schreef in De Morgen dat de huidige scandalitis DeRidder daarom heel goed uitkomt. Nieuwe tucht of geen nieuwe tucht, de 'strategie van de spanning’ werpt kennelijk nog altijd vruchten af.