FILM

Nieuwe waarde

Alice Creed

Soms valt een film uit te kiezen op grond van verwachtingen gecreëerd door steekwoorden. Deze zijn ‘kidnapping’ en 'Britse thriller’ in het geval van The Disappearance of Alice Creed, het debuut van J. Blakeson, met in de hoofdrollen Eddie Marson en Martin Compston als respectievelijk Vic en Danny, twee gehaaide criminelen die het plan opvatten de rijkeluisdochter Alice, gespeeld door de Engelse starlet Gemma Arterton, te ontvoeren en vervolgens losgeld te eisen. Het verhaaltje is op het oog flinterdun, maar ontpopt zich gaandeweg tot een compacte thriller waarin de regisseur met genre speelt door spannende, nieuwe betekenissen toe te kennen aan geijkte motieven als seksuele obsessie, verraad, hebzucht en geweld.

Met The Disappearance of Alice Creed is tevens duidelijk dat de opleving in de Britse cinema zich voortzet. In Groot-Brittannië blijft het namelijk mogelijk zowel een kaskraker als Harry Potter te maken als een uitstekende horrorfilm als Eden Lake (2009) of het psychologische kitchen sink drama Fish Tank (2009). Toch is het duidelijk dat juist relatief goedkope films die aansluiten bij de traditie van het sociaal-realisme de toekomst hebben nu de geldkraan van producenten en de overheid steeds minder vaak open gaat. Dat betekent evenwel niet dat regisseurs compromissen hoeven te sluiten voor wat betreft het maken van genrefilms en het daardoor bereiken van een groot publiek. Integendeel, het intelligent heroverwegen van wat die genreconventies zouden kunnen betekenen, maakt deze films juist zo goed.
Neem de 'kidnapfilm’. Deze bestaat bij de gratie van steekwoorden of clichés die in een vrij kort, maar met spanning gevuld tijdsbestek het verhaalverloop bepalen: de ontvoering, het in bewaring stellen van het slachtoffer; het maken van een video of andere opnamen die het bewijs moeten leveren dat het slachtoffer nog in leven is; het opeisen van het losgeld; het besef bij de kidnappers dat de politie ondanks alle waarschuwingen toch is ingeschakeld; en de pay-off oftewel de climax waarin de kidnappers weten te ontkomen of in het geweld omkomen.
De oer-kidnapfilm is misschien wel High and Low (1962) van Akira Kurosawa, gebaseerd op de roman King’s Ransom van Ed McBain. De film maakte destijds zo'n indruk dat een golf van ontvoeringen Japan teisterde. Kurosawa zelf ontving anonieme bedreigingen dat men van plan was zijn dochter, Kazuko, te ontvoeren. Dat gebeurde nooit, maar duidelijk was dat de meester met zijn film een oerangst in de mens wist bloot te leggen, namelijk dat jij, of erger: je kind, tegen je zin wordt weggehaald uit het vertrouwde leven en wordt weggevoerd naar een duistere, onzekere wereld waar de dood wacht.
Ook regisseur Blakeson raakt die zenuw in The Disappearance of Alice Creed. De spanning wordt schitterend opgebouwd, vanaf een eerste sequentie van pakweg tien minuten waarin kidnappers Vic en Danny (beiden uitstekend vertolkt) voorbereidingen treffen, zonder een woord te zeggen, tot een verrukkelijk onverwacht uitgewerkt einde van zo'n kwartier, waarin de conventies bijna iedere minuut veranderen en daardoor een nieuwe waarde binnen dit oude genre krijgen. Veel meer over het verhaal zeggen zou onverstandig zijn. Behalve dat het uiteindelijk een vernietigend effectieve film is over de vluchtigheid van de liefde en de willekeur van het leven. En over geld natuurlijk.

Te zien vanaf 19 januari