Nieuwemediarelatiedip

Wanneer het precies is begonnen? Ik weet het niet, dokter. Het ging heel geleidelijk. Ik zie haar nog liggen op het bureautje in m'n studentenkamer. Opgerold tussen m'n papieren. Ze verroerde zich niet eens als ik de papieren onder haar uit trok. Zat ik haar de hele tijd te kroelen terwijl ik zat te lezen.

Naast m'n werk lag ze, of liever nog erbovenop. Op de typemachine. Languit eroverheen, kop en poten buitenboord en dan met haar buik lekker in dat holletje, weet u wel? Dat holletje, waar de stangetjes van de letters bij elkaar komen. Ging ze ook op liggen als ik aan het typen was, hoor. Dan zat ze eerst met haar pootje tegen de letters te tikken, daar werd ze helemaal opgewonden van. Zag je d'r kontje wriggelen en hup, sprong ze midden op dat ding. En dan meteen liggen, zodat ik niks meer kon doen. Ging ik maar tv kijken, en dan kwam ze meteen bij mij op schoot. Was de typemachine weer vrij, maar dan kon ik niet meer opstaan.
Gek, nu ik het zo vertel komt het gevoel weer een beetje terug. Dat we het toch leuk hebben gehad, samen. Er is denk ik te veel gebeurd, naderhand. Te veel nare dingen. Wat een schatje, zeggen vrienden altijd. Neem d'r maar mee, zei ik dan. En dan wordt er maar een beetje gelachen, ze denken zeker dat ik het niet meen. Ik had haar zo in een doos geduwd, hoor. Meenemen die hap, geen centje pijn.
Maar laatst was die vriend van mijn man erbij. Een echte kattengek is dat. Die heeft er pas nog eentje begraven, en toen is hij bij ons komen uithuilen, helemaal overstuur was hij ervan. Nou, die werd woest toen ik dat zei, van die aanbieding. Een kat heb je voor het leven, zei hij. Daar zorg je voor in goede tijden en in slechte tijden. Maar ik houd niet meer van haar, zei ik. Bij jou zit ze op schoot, maar bij mij doet ze dat niet. Ze negeert me gewoon. Ze komt alleen bij het bezoek. Om te laten zien hoe zielig ze is, hoeveel aandacht ze tekort komt bij ons. Als jij straks weg bent, is ze meteen verdwenen. Ligt ze boven op een stoel en komt mevrouw alleen beneden als ze honger heeft. Die vriend, Jan heet hij, werd alleen maar kwaaier. Ze kómt ook aandacht tekort, zei hij. Je moet de tijd voor haar nemen. Aaien, kammen, met haar spelen. Lekkere plekjes voor haar maken. Komt ze vanzelf wel weer bij je zitten.
Maar ik kan het niet meer, dokter. Ik wil het wel, maar ik kan het niet. Springt ze op m'n bureau, dan word ik panisch, denk ik meteen aan al die haren in m'n vorige laserprinter. Twee maanden had ik die. Totaal verstopt, zeiden ze bij de pc-dokter. Niks meer aan te doen. Zit ze onder m'n bureau, dan ben ik bang dat ze tegen de bak van m'n nieuwe computer pist. Is er soms iets overheen gevallen, vroeg de reparateur, hij is helemaal verroest van binnen. De supersnelle videorecorder die ik ook voor m'n werk had gekocht - ze kiest de duurste apparaten uit en geen verzekering die dat vergoedt. Ze houdt niet van die blazende verkoeling in m'n computer, en niet van het brommen van de videorecorder. Het zijn indringers en die bevecht ze tot ze haar typemachine weer terug heeft. Maar dat vertik ik, dokter.
Het is een patstelling. Er is een diepe stilte over onze relatie neergedaald. Een nieuwemediastilte.