Nieuwlichters (1)

Heel terecht verwijt Sanderijn Cels (‘Nieuwlichters en oudgedienden’ in De Groene van 21 juli) de oude garde dat er met hen slechts gepraat kan worden als het gesprek zich blijft voortbewegen op het bekende eigen terrein van die oude jongens. Heel terecht zegt ze ook dat pas als deze houding wordt losgelaten, de deur openstaat naar een constructieve, vernieuwende relatie. ‘Dan kan er eens echt worden gepraat.’

Maar Sanderijn zelf doet in de praktijk precies het tegendeel, hetgeen bleek uit een gesprek dat ik met haar had. In de loop van een jaar of dertig heb ik goede argumenten gevonden om de Genesis (waarin de vrouw wordt verweten dat ze wijsheid wilde vergaren via de vruchten van die boom) volledig onderuit te halen. Duidelijk valt te maken dat de vrouw juist het goede voorbeeld heeft gegeven, met haar pluk-actie ten paradijze. Dat haalt de basis weg onder de drie Eva-verwijtende religies, de joodse leer, de islam en het christendom. Het leuke is dat dit verhaal gaat over het oude en eigen terrein van de oude garde. De nieuwe garde heeft hier dus een pracht van een kans om de oude jongens tot discussie te brengen, over hun meest fundamentele zaak. Maar nu het vreemde: Cels vertelde dat er in de herfst een conferentie komt tussen de bisschoppen en feministen, en ze waarschuwde ervoor om bij dat gesprek vooral binnen het denkpatroon van de heren te blijven, en vooral niets te zeggen dat ze tegen de borst zou kunnen stuiten, want dan zou het gesprek worden verbroken. Tja, Sanderijn, zo komen we er natuurlijk niet. Jullie vrouwen moeten gewoon tegen die bisschoppen zeggen dat het tijd wordt om het verwijt aan Eva, waarop de tweederangs positie van de vrouw wordt gebaseerd, aan nieuw theologisch onderzoek te onderwerpen. Daar kunnen de heren niets tegen hebben.