Media

Nieuws-croissantjes

En als je dan thuiskomt, ligt er die stapel kranten. Je kijkt ernaar en denkt: morgen. Maar je weet dat je er morgen weer naar kijkt en nogmaals ‘morgen’ denkt. Ondertussen komen de nieuwe kranten en die lees je om te voorkomen dat de liggende stapel een berg wordt.

Weggooien? Nee, dat gaat te ver want wie weet heb je iets gemist. Een boek, een dode, oer-Hollands groots nieuws dat tot de contreien van jouw vakantie niet doorgedrongen is. Dus nog maar even bewaren. Tot morgen. Maar het is al morgen, nou ja overmorgen dan…

Ik denk dat we het allemaal kennen en uiteindelijk allemaal ongeveer hetzelfde doen c.q. ervaren: in sneltreinvaart de stapel doorbladeren en vervolgens de hele bubs de papierbak in, onderwijl constaterend dat je weinig tot niets gemist hebt. Pijnlijk? Geruststellend? Het is maar hoe je het bekijkt. Vanuit de kranten en ‘het nieuws’ bezien is het inderdaad wellicht wat pijnlijk. Want als genoemde constatering juist is, hadden de kranten wat jou betreft net zo goed even niet kunnen verschijnen. Zonde van het werk dus, zonde van het papier en zonde van het geld. Vanuit jouw perspectief daarentegen is het geruststellend. Er is geen gat in je kennis gevallen terwijl er onmiskenbaar een gat zat in de tijd. Anders gezegd, de tijd ging voort maar er gebeurde ‘niets’.

Het besef dat er in de zomer over het algemeen niets gebeurt, is bij nader inzien toch ook vanuit het eigen perspectief pijnlijk omdat het te denken geeft over alle andere momenten van het jaar. Waarom gebeurt er dan wel iets – voortdurend zelfs? Aan de feiten kan het toch niet liggen. Wereldpolitiek, wereldeconomie en andere belangrijkheden zijn toch niet als Engelse legers die tegen vier uur een kopje thee drinken? Bovendien, terwijl het bij ons zomer is, is het elders winter. Er moet in het ene seizoen dus evenveel gebeuren als in het andere, de verklaring voor de nieuwsluwte, kortom, ligt niet bij de berichten maar bij de brengers en ontvangers.

Dat de brengers belang hebben bij veel (en in de zomer minder) nieuws is eenvoudig te begrijpen. Nieuws is business. Journalisten, kranten, tv-stations en websites leven ervan. Geen nieuws, geen inkomsten, geen journalisten, geen kranten. Dus is er nieuws, ook als dat er eigenlijk niet is. De vergelijking met willekeurig elk ander product is evident. Het doel is verkoop; bedrijf, personeel en product zijn de daartoe gekozen middelen. Natuurlijk is er ook nieuws dat niemand wil missen maar zoals het brood slechts een van de vele producten is van de bakker, zo is dat echte, harde, onmisbare nieuws slechts een stukje van hetgeen de nieuwsbrengers brengen. Het merendeel bestaat uit ‘croissantjes’ en die zijn, een handvol snoepers uitgezonderd, vooral van belang voor de portemonnee van de bakker.

Dit brengt de redenering bij ons, de consument. Laten we ons elf maanden per jaar verneuken om in de twaalfde maand te ontdekken dat we verneukt worden en vervolgens opnieuw in dezelfde ‘val’ te trappen? Zo ernstig is het niet, zo kan het niet zijn maar helemaal onjuist is het evenmin. In de geschiedschrijving van de journalistiek is het gebruikelijk de nadruk te leggen op de technologische mogelijkheden. Tegelijk daarmee, aldus de redenering, groeide de journalistiek. Drukkunst, lithografie, snelpers, radio, tv, internet, met elke technologische vooruitgang bleek er meer nieuws te zijn. Vandaar ook de huidige overvloed. De technologie maakt haar mogelijk. Maar er is ook een andere invalshoek denkbaar, een psychologische of, zo je wilt, spirituele, en deze suggereert dat de mentaliteit leidend is en de technologie volgt – niet andersom. Tot diep in de vroegmoderne tijd was het overgrote deel van de bevolking, veelal zonder het te beseffen, doordrongen van een tijdsbeeld waarin eeuwigheid, enkele grootse momenten en jaarlijkse cycli elkaar afwisselden. De eeuwigheid was de tijd van God. Die bleef, altijd, zo ook het nieuws daarover. Dat was oer. Hetzelfde gold in iets andere zin de cycli van zomer en winter, van zaaien, oogsten, slachten, geboorte en dood. Ook daarover viel niet zo veel nieuws te vertellen. Tot slot waren er die enkele grootse momenten waaronder oorlogen, koninklijke geboortes en sterftes, natuurrampen en nog zo wat. Zij vormden het enige echte ‘nieuws’ en wel omdat het telkens anders was. Vanaf de vroegmoderne tijd zijn eeuwigheid en cycli echter in toenemende mate verdwenen. De eerste doordat God een langzame dood stierf, de tweede doordat we in toenemende mate in staat bleken van alles cultuur te maken. Daarmee bleef van de tijd alleen het middelste deel, dat wat tot dan toe die momenten waren geweest. Die zijn echter onvoldoende om de tijd en de krant mee te vullen. En dus werden enkele momenten er vanzelf vele en werden kleine gebeurtenissen als vanzelf groots. Het is wat cynisch, ik geef het toe, maar daarom niet minder waar: we lezen en kijken vooral croissantjes.