Kunst - Dick Bruna

Nijntje

In een kleine tentoonstelling besteedt het Rijksmuseum aandacht aan het werk van Dick Bruna (1927).

Medium kunst

Die heeft natuurlijk een eigen museum, in Utrecht, en hij heeft bepaald niet te klagen over belangstelling, maar toch biedt de presentatie van affiches, collages, boekomslagen en tekeningen nog iets nieuws, zijnde de kunstzinnige context waarbinnen Bruna’s manier van werken tot stand kwam. Het Rijks kan daarbij precies de goede spullen laten zien, werken van Matisse, Léger, Sandberg, Werkman en Van der Leck. Matisse (1869-1954) speelt hier een belangrijke rol. Het is niet moeilijk na te voelen wat voor indruk zijn werk op een ontvankelijke (en getalenteerde) jongeman kon maken, zo rond 1950, de jaren waarin Dick Bruna door zijn vader uit donker Nederland naar blij Parijs werd gestuurd om zich op het uitgeversvak voor te bereiden. Bruna had stiekem andere ambities en de onderdompeling in de visuele wereld van Matisse moet hem gemotiveerd hebben het kunstenaarschap te zoeken.

Dat werk van Matisse is natuurlijk even baanbrekend en revolutionair als dat van Cézanne, Picasso, Braque en anderen, ook Matisse blies het idee van een schilderij als de weergave van een 3D-werkelijkheid op, maar het lijkt mij dat hij de kijker nooit per se van het schone, warme en fijne heeft willen vervreemden. Er staat altijd wel een deur open naar een zonnig balkon, er ligt ergens een kat, er soest een poezelige juffrouw, en dat alles tot stand gebracht met een briljante vereenvoudiging van alles wat schilderkunst vermag. Een drietal portrettekeningen in het Rijks laat zien dat Matisse maar één, twee, hooguit drie lijnen nodig had voor een raak resultaat. Bruna zag dat, en zag dat hij dat ook in zich had, en de rest is geschiedenis: hij schiep een visuele wereld van grote rijkdom, met maar enkele bepalende elementen – vier kleuren, stevige vlakken, stevige (maar nooit mechanische) lijnen, een sterk grafische, tweedimensionale opzet van een compositie, een vernuftig gevoel voor taal. In 1955 schiep hij Nijntje.

Wie haar, Nijntje, van nabij bestudeert en wat langer in de kraaloogjes kijkt valt op dat zij in een wereld leeft van overgrote helderheid. Eén lijn volstaat. Een boot is een boot. Als personage is ze overigens niet bijzonder toeschietelijk. Haar emotionele reikwijdte is beperkt. Haar blik is vorsend, de toeschouwer stoort haar bij haar activiteiten. Ze heeft nooit een rimpel in het voorhoofd, nooit een blos op de wangen, nooit een grimlach of een glimlach. Een enkele traan, dat is het wel. Ze zwijgt hardnekkig, want ze heeft geen mond. Was ze een hedendaags schoolkind, dan hadden de Behörden haar al lang ergens op het autistisch spectrum geplaatst, maar ze is geen schoolkind, ze is een konijn.

Die helderheid komt van Léger en Matisse, misschien een beetje van de Stijl, maar het is vooral de helderheid van die moderne jaren vijftig, van de Bruynzeel-keuken met ‘goed afwasbare oppervlakten’, de glazen stem van de radio-omroepster, de frisse belofte van licht en lucht, de vriendelijke kwaliteit van een kinderpostzegel van twaalf cent, de robuuste begrijpelijkheid van yoghurt in een fles, maar het is méér dan nostalgie: het is een blik op een soort waarheid.

Dick Bruna: Kunstenaar. Rijksmuseum Amsterdam, t/m 15 november; rijksmuseum.nl


Beeld: Dick Bruna, Pentekening_, 1953. Foto Rijksmuseum_