Niks catharsis; eeuwige wederkeer

‘Ga je erover schrijven?’ vroeg de gelauwerde filmmaker die ik op de eerste stille donderdagavond bij de vertoning van Broos van Mijke de Jong tegenkwam. Half en half naar waarheid antwoordde ik dat ik dat nog niet wist. Hij keek wat verbaasd. Dacht hij soms dat ik mijn tijd zou verdoen? Toen we na de voorstelling wegliepen waren we de enig overgebleven mannen in de zaal. Die paar anderen hadden het einde niet gehaald.

De vrouwen bleven en giechelden mee bij de giechelscènes toen de drank op tafel kwam. Wij hadden niet gelachen. We hielden ons op de vlakte. Beetje theatraal, maar het ziet er goed uit. De stille momenten zijn mooi, maar daar zijn er niet zoveel van. Het beeld is oké, maar het heeft me niet echt geraakt. Waarom eigenlijk niet? Het lijkt toch een zeer emotionele film? Ik herinnerde me een andere gelegenheid. ‘Ja, we komen je interviewen’, sprak de filmbladredacteur tegen de filmmaakster, maar we sturen wel een vrouw. Het moet een vrouw zijn bij deze film. Hij werd niet tegengesproken.
Een snelle conclusie zou kunnen zijn dat vrouwen meer in Broos zullen zien dan mannen. Maar dat is te makkelijk. Broos zou gaan over vijf zussen die een video maken voor hun ouders. Wat je ziet is dat hij gaat over vijf actrices die elkaar virtuoos in de haren vliegen. Keer op keer lik op stuk. In hoog tempo. Nerveus gevangen door de camera. Brutaal gemonteerd. Een ode aan de jump-cut. Een film over acteren en filmmaken, zou een andere snelle conclusie kunnen zijn. Maar zo wordt er zelden gekeken (en zelden gefilmd). Er blijft de vraag naar een verhaal. In een krantestukje werd door een critica beweerd dat een 'clou’ of catharsis uitblijft. En dus kennelijk werd gemist. Alsof een ingesleten patroon van ruziemaken ineens zou kunnen worden veranderd. De kern van Broos lijkt mij dat de gezusters ertoe veroordeeld zijn om hun conflicten keer op keer volgens een geijkt stramien op te voeren. Niks catharsis. De eeuwige wederkeer. Eerder kan het verbazen dat het nog nodig is dat zoveel wordt uitgesproken en op de spits gedreven. Een half woord van haat is bij een zussenoorlog toch voldoende? Maar ook dat vindt niet iedereen. Sommigen willen nog meer onthuld zien. Nog meer uitgesproken horen worden. In een serieus filmtijdschrift werd door een critica mokkend opgemerkt dat aan de toeschouwer het geheim van de vader die anderhalf jaar weg was, niet wordt prijsgegeven. Dat de zussen het eigenlijk niet weten, al heeft ieder zo haar theorie, schijnt niet erg te zijn. Voor de toeschouwer moet kennelijk alles duidelijk zijn. Maar een geheim kun je ook meenemen in je graf. Of het is een geheim dat helemaal geen geheim is. Misschien kon die vader zijn nest met kijvende wijven gewoon even niet verdragen en valt daar verder niet zoveel over te zeggen. Of misschien probeert de film wel permanent duidelijk te maken dat je elkaar te veel kunt zijn.
De behoefte aan verhaal en verklaringen lijkt mij strijdig met de opzet van de film. De motor is niet een verhaal, maar een verstrengelde reeks conflicten. Die zorgt voor een proces van aantrekken en afstoten, verflauwen en weer opvlammen. En nergens is een eenduidige verklaring voor. Iedere deelneemster aan de strijd heeft haar eigen opvattingen en die worden met huid en haar tot de laatste snik verdedigd. Er kan geen begin en geen einde zijn. Het gaat nooit over.
Broos is een soort satelliet van een bergmaniaanse scènes-uit-een-huwelijk-film. De huwelijksfilm heeft zich grotendeels ongezien veertig jaar lang elders afgespeeld. Nu wordt over die onzichtbare film nagepraat. Een film waar ieder van de zussen een heel eigen voorstelling van heeft. En van begintitels tot en met aftiteling houdt ieder vast aan haar eigen beeld. Zo broos is het dus allemaal niet. Er wordt met het mes op tafel gespeeld. Gespeeld door Marnie Blok, Leonoor Pauw, Maartje Nevejan, Lieneke le Roux en Adelheid Roosen, die om het hardst acteren. Ja, Adelheid Roosen. Er is ook een winnares.