Niks schelen

Zou het komen doordat ook in mijn leven de eerste herfstbladeren al zijn gevallen?

Ik vermoed het. Maar feit is, dat ik steeds vaker denk: het kan mij niets schelen. Of: wat onbelangrijk.

Medium opheffer 39 2012 onbelangrijk

Een tijd geleden werd mijn oordeel gevraagd over jongensbesnijdenis.

Ik zei ongeveer het volgende: ‘Ik heb geen geloof, dus het religieuze aspect speelt voor mij geen rol. Dus als ik moet kiezen tussen besnijdenis ja of nee, dan kies ik voor nee.’

Meteen werd ik voor antisemiet uitgemaakt. Maar gelukkig waren er anderen die mij verzochten beter over deze materie na te denken. Dat heb ik gedaan. Wat niet wegneemt dat ik wel iets, maar niet veel genuanceerder ben gaan denken. Ik moest wederom tot de conclusie komen dat het mij niets kan schelen.

Willen er mensen hun zoon laten besnijden? Ga je gang maar, maar vraag mij geen politieke uitspraak of oordeel. Is besnijden gevaarlijk? Ik geloof het niet, maar dan nog kan het me niet echt veel schelen. Ik bedoel: heel gevaarlijk kan het niet zijn, want iedereen die ik ken die besneden is, en daar zitten familieleden onder, heb ik nooit maar dan ook nooit horen klagen. En hoe denk ik dan over de besnijdenis bij vrouwen? Er lijkt mij nogal een verschil te zitten tussen een nutteloos stukje voorhuid en een clitoris die een orgasme helpt veroorzaken. Het is het verschil tussen een nagel en een arm. Dus ik ben volstrekt tegen het afhakken van een arm. Kortom: als ik in de politiek zat en ‘besnijdenis’ van jongens werd een item, dan zou ik dat als wisselgeld gebruiken voor een voor mij hoger doel, bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting die voor mij nogal hoog in het vaandel staat. Voor mij is de besnijdenis onbelangrijk.

Als ik eerlijk ben, geldt dat voor steeds meer zaken.

Bijvoorbeeld het boerkaverbod. Ik denk dat vrouwen in een boerka onderdrukt worden, ik geloof dat het dragen van een boerka de emancipatie tegenhoudt, ik meen ook dat vrouwen die verplicht een boerka dragen zichzelf nimmer kunnen ontplooien. Dus als het aankomt op een politieke stellingname, dan ben ik mordicus tegen. Maar hier ook weer: het kan me ook niet zo veel schelen dat vrouwen er zo bijlopen. Ze gaan hun gang maar. Ook weer: als ik daar iets voor kan terugkrijgen dat ik belangrijker vind, zou ik dat zo inleveren. (Ik moet hier iets vertellen dat ECHT GEBEURD (!) is. Ik ben de vijftig gepasseerd. Sterker, ik ben bijna zestig! Op de apenrots moet ik het hebben van de stukjes banaan die de jonge aapjes uit hun mond laten vallen. Maar. Ik sta in de Javastraat in Amsterdam op een tramhalte, naast een dame in een boerka. Ze heeft een baby bij zich in een kinderwagen, maar zelf is mevrouw geheel bedekt.

Opeens zegt ze tegen mij: ‘Jij mooie man van tv… Mooie man.’ ‘Dank u’, zeg ik, waarna ze meteen met haar dochter de tramhalte verlaat. Kan iemand mij dit uitleggen?)

Er gaat geen week voorbij of ik word via ingezonden brieven of op Twitter wel voor het een of ander uitgemaakt. Ik merk dat me dat ook minder kan schelen. Ik weet ondertussen dat ‘ironie’ gevaarlijk is, omdat je je daarmee uitlevert aan de toehoorder. Als ik vroeger wel eens zei: ‘Ik heb zo’n zin in het Horst Wessellied en een flinke mars met goed gepoetste laarzen en een leider die ik gewoon kan volgen’, dan begreep men in ieder geval dat deze uitspraak de bedoeling had om ‘leuk’ te zijn. Maar tegenwoordig kun je dertig seconden later teruglezen: ‘Opheffer erkent de nazi’s te steunen’. Of: ‘Opheffer bewonderaar van Hitler’.

Maar ook die beschuldiging kan me niets meer schelen.

Betrokkenheid staat aan de vooravond de zoveelste zinloze religie te worden.