Niks te lachen

‘Soap heeft voor veel mensen de plaats van godsdienst ingenomen’, zei iemand. ‘Een mooie afsluiting van de discussie’, vond de voorzitster.

Dus hield ik voor me dat er van die nieuwe God kennelijk net zo weinig gelachen mag worden als van die van Calvijn. Want allemachtig, wat bleken de Hollandse varianten die ik als huiswerk bekeek - GTST, Onderweg naar morgen, Goudkust - gespeend van humor. In een scène waarin drie jongens in daverend gelach uitbarstten waren ze diepdronken en ingemeen tegen een meisje dat verliefd was op een van hen. Hun lachen bewees hun slechtheid. Bijna altijd als er gelachen wordt, moet de kijker op zijn hoede zijn: dit gaat verkeerd.
Ik denk niet dat soapmakers falen in het geestig-zijn; het is een doel dat ze niet nastreven. Hoewel de aanwezige makers benadrukten dat het zowel om ‘goede’ als 'slechte’ tijden gaat, en hoewel in de titelliederen vooral hoop klinkt ('aan het einde van de regenboog komt alles weer tot leven’), overheersen de 'slechte’ glorieus. En ik herinnerde me dat Ien Ang in haar Dallas-boek sprak van 'het tragische levensgevoel’ waaraan soap appelleert.
Los van lachen, dat immers niets over kwaliteit zegt (om Griekse tragedies valt zelden te lachen) - tijdens dit en eerdere debatten over soap overheerst een andere vraag. Wie zegt 'ik vind soap in het algemeen of deze soap in het bijzonder niet goed of mooi of ontroerend’, roept daarmee niet een discussie over kwaliteit, maar een over moraal over zich af. In dubbele zin: enerzijds zou hij door die kritiek blijk geven van een achterhaald en elitair moralisme, van het vasthouden aan een kunstmatig onderscheid tussen Hoge en Lage Cultuur; anderzijds wordt zijn standpunt niet alleen als achterhaald, maar tegelijk ook als verwerpelijk - want als minachting voor massa’s liefhebbers - gezien.
Dat speelt niet alleen rond soap. Ik bekeek voor een bundel over kindertelevisie RTL4’s Cartoon Expres, verbaasde me over diepe truttigheid van presentatie en deprimerende middelmaat van het vertoonde, en werd door een Volkskrant-criticus van 'paternalisme’ beschuldigd.
De VPRO gaf in Laat op de avond verslag van een bijeenkomst, door intellectuele en artistieke trendsetters gewijd aan RAI Uno, de christen-democratische tieten- en splittenzender. Eerlijkheid gebiedt te zeggen: ik heb dat VPRO-programma nog onbekeken op de band; en ik kijk soms, cultuurrelativistisch grijnzend, naar die zender, waarvoor Anita Ekberg ooit de maten als standaard stelde. Zo'n bijeenkomst plus VPRO-uitzending zijn vast enig om te organiseren; camp, ironie, postmodern, wat je maar wilt. Maar zeg ik: godbewaarje dat wij die RAI-Uno-kant op gaan, dan blijk ik 'fout’.
Val ik in een uitzending over reality-tv op AT5. Worden Trouws Ruud Verdonck en Maarten van Rossem weggehoond door Theo van Gogh en een reality-maker: niks mis met dat genre en trouwens, het NOS-Journaal doet toch precies hetzelfde?
Het is een nieuwe moraal. Ze bevalt me niet.