opheffer BEELD BAS KÖHLER

Nina Bobo

Ik had een jaar geleden niet gedacht dat ik grootvader zou zijn en dat ik nu grootvaderlijke dingen zou doen, zoals: achter een kinderwagen lopen, hevig terugdenken aan mijn eigen falende vaderschap, terugdenken aan mijn ouders en mijn eigen opvoeding, een kleinzoon op mijn borst leggen en Nina Bobo zingen als hij huilt.

Medium opheffer 26 kohler

(‘Wat betekent dat Maleis, pap?’

'Dat weet ik niet, dat weet ik godverdomme niet!’

Kalau tidak bobo digigit nyamuk.

Marilah bobo of nona manis,

Kalu tidak bobo digigit nyamauk.

Het is waarschijnlijk een slaaplied voor een meisje, maar mijn kleinzoon wordt er rustig van. Mijn moeder zong het voor mijn dochter en leerde het mij toen ik vader was geworden.)

Het afgelopen jaar heb ik voor het radioprogramma Oba-live een serie interviews opgenomen over de maakbare mens: wat kan men op het ogenblik in de wetenschap aan de mens doen, en wat zijn de toekomstverwachtingen.

Wanneer mijn kleinzoon een beetje gezond blijft, bestaat de mogelijkheid dat hij gemakkelijk honderd jaar wordt.

Wie weet leest hij deze zin op zijn honderdste.

Vermoedelijk zal ik die leeftijd niet halen, wat ik natuurlijk jammer vind, maar gek genoeg, niet meer dan jammer.

Ik weet nog heel goed dat ik 27 jaar was, en vol angst zat. Reguliere doodsangst. Ik meende voortdurend dat ik een hartaanval kreeg, ik had het constant benauwd, ik was vaak duizelig. Iedere keer constateerde de dokter niets.

Naarmate je ouder wordt, en zeker - althans in mijn geval - na je vijftigste, blijken er medisch steeds meer zaken aan de hand.

Dan moet je je duizeligheden en benauwdheden serieus nemen.

'Eerst is de dood je vijand, dan loopt hij enige tijd met je mee, dan wordt hij je vriend, en later je minnaar’, zei Gerard Reve eens.

Soms - zeker nu ik grootvader ben geworden - lig ik in bed en denk ik na over de dood, wat ik vroeger niet durfde.

Ik ben nog steeds wel een beetje bang, maar ik wil niets liever dan eerder sterven dan mijn kind en mijn kleinzoon.

In de termen van Reve loopt de dood nu met me mee, en is hij nog geen vriend geworden. Meer een hinderlijke collega: zo iemand die jou terecht verbetert en dan ook met de eer wil strijken ('Ik heb hem nog gewaarschuwd…’).

Angst, zo heb ik in de loop van de tijd gemerkt, kan zich verspreiden en kan verdund worden.

Mijn Grote Doodsangst verdween toen mijn dochter werd geboren, 28 jaar geleden. En nu ik een kleinzoon heb, is hij weer minder geworden.

Maar er blijven zwarte torren in de nacht.

Gaat het wel goed met mijn dochter en haar vriend? Gaat het wel goed met mijn kleinzoon? Gaat het wel goed met mij?

Het zijn van die momenten waarop je maar het best even het nachtlampje aan kunt knippen. Soms zet ik dan de televisie aan en kijk ik op Comedy Central naar een tekenfilm. De maakbare mens.

Er ligt nu een wetenschappelijk plan ter beoordeling - want het moet een miljard gaan kosten - om een computermodel van de hersens te maken. Dit doet men vooral om te zien hoe alzheimer en dementie kunnen ontstaan. Voor dat project heeft men tien jaar uitgetrokken. Of het gaat lukken, is nog maar de vraag.

Maar stel dat het lukt. Stel dat het lukt om hersens te maken en zelfs te verbeteren - en je kunt het bedenken, dus het zal ooit eens gebeuren. Zal ik dan nog met mijn kleinzoon op mijn borst Nina Bobo zingen. ('Het zijn gewoon Maleise woorden, het zal wel iets betekenen, maar dat weet ik gewoon niet. Sorry!’)

Zal de angst voor de dood - dat ik sterf of dat mijn dierbaren sterven - ooit totaal verdwijnen?