Zo vader, zo dochter

Nina de la Parra (32) – dochter van Pim (79)

‘Mijn vader is in your face en stapt op iedereen af. Een echte rebel. Ik hou er ook van om te provoceren, maar ik ben niet zo extreem als hij. Ik heb weleens verhalen gehoord dat hij naakt op tafel stond om mensen te overtuigen van zijn gelijk. Dat doe ik dan weer niet, nee.

Voor het overgrote deel ben ik in Nederland opgegroeid, maar de band die ik met mijn vader heb, is geworteld in Suriname. Op mijn achtste ben ik daar voor een periode naartoe gegaan. We woonden er samen, mijn vader en ik. Hij was absoluut geen normale ouder. Hij had het ronduit over seks en over ingewikkelde filosofie en boeddhisme. Toen al vond ik dat het bijzonder was om kunstenaar te zijn. Mijn vader stond voor mij op een voetstuk. Als hij over zijn films sprak, gebeurde er iets met hem. Hij werd helemaal opgeslokt door zijn werk.

Als kind wilde ik niet per se iets met regie doen. Ik bleek muzikaal en ik kon goed schrijven. Op jonge leeftijd voerde ik al kleine performances op. Toen ik uiteindelijk zei dat ik regisseur wilde worden, was m’n vader opgelucht. Het is belangrijk eigen baas te zijn, zei hij altijd. Ook in m’n comedy concerts doe ik niets in opdracht. Dat heb ik van m’n vader meegekregen. Ik ben trots op wat hij heeft gemaakt. Zijn werk is een goede manier om aan anderen uit te leggen dat ik echt uit Suriname kom, ook al ben ik wit en blond. Dan zijn ze verbaasd, dat ik de dochter van Pim ben.

Tussen ons is nooit sprake geweest van competitie. Het was snel duidelijk dat ik theater wilde doen. Film heeft me nooit zo getrokken. Als dat wel zo was geweest, zou het misschien een concurrentiestrijd zijn geworden. Dat moet je niet willen. Mijn vader belt me iedere zondagavond. Als ik niet direct opneem, mailt hij me: “Ik probeer je te bellen. Wat ben je aan het doen?!”

Ik heb veel van m’n vader overgenomen, zoals een kritische blik op de gebaande paden en structuren. Zo ben ik opgevoed met de gedachte dat Nederland een hartstikke racistisch land is, al willen we dat hier niet zo graag aannemen. Mijn vader heeft een niet-westerse kijk op de wereld. Ik leef hier in Nederland in een door en door kapitalistisch systeem, maar mijn vader is sinds hij failliet is gegaan na Wan Pipel doordrongen van het feit dat bezit geen waarde heeft. Dat levert alleen maar gedoe op.

In mijn eigen werk wil ik de menselijke psyche doorgronden, dus dan kom je uit bij kunst en cultuur, in het theater. Die creativiteit en gedrevenheid zitten er van jongs af aan in en moeten er gewoon uit. Het warme kunstenaarsnest waarin ik ben opgegroeid heeft daar zeker bij geholpen.’