FILM

Ninja!

Een film zonder een verhaal - kan dat eigenlijk? Sterker, zou dat acceptabel moeten zijn?

Wordt zo'n film dan niet iets anders, zoals abstracte kunst of een game of een experimentele graphic novel? Met andere woorden: blijft een van narratieve gespeende film nog film? Deze vragen rijzen bij het zien van Ninja Assassin van James McTeigue, die eerder bekend werd door V for Vendetta (2005) zijn schitterende verfilming van de gelijknamige graphic novel door Alan Moore.

Er is geen verhaal in Ninja Assassin, een titel waarmee alles gezegd is: in deze ‘film’ heb je ninjasluipmoordenaars die doen wat ze doen, namelijk ninja-zijn en sluipmoorden plegen. Er is ook een vrouwelijke hoofdrolspeelster, maar vergeet haar maar. Zij is geen ninja en ook geen moordenaar, maar slechts een soort plaatsvervangende moeder voor de hoofdfiguur Raizo (gespeeld door de Zuid-Koreaanse acteur Rain), die opgroeit in een wrede, mysterieuze clan waar hij leert hoe een ninja te worden. Deze scènes, waarin blijkt dat Rain als tiener tijdens de training verliefd wordt op een aantrekkelijk meisje en mede-ninjastudent, zijn het sterkst. De leider van de clan is ‘Vader’, een sadist die de kinderen conditioneert om getrainde killers te worden. Dat lukt hem aardig, ook in het geval van Raizo.

Als er geen werkelijke inhoud is, dan blijft alleen de vorm over. En op dit punt scoort Ninja Assassin tamelijk hoog. De gevechtsscènes zijn opwindend gefotografeerd en gemonteerd. Mooi is dat de ninja-aanvallers nauwelijks in beeld komen, behalve als flitsende zwarte vlekken in de nacht, tegen muren en plafonds aan en op daken van westerse wolkenkrabbers.

In deze mise-en-scène zijn de overheersende kleuren zwart en rood. Rood betekent bloed, véél bloed, zoveel dat Ninja Assassin zonder twijfel een van de meest gewelddadige, zo niet de gewelddadigste, film is die dit jaar in die bioscoop te zien was. Hoofden worden afgehaakt, hoofden worden in tweeën gekloofd, ledematen vliegen door de lucht. En zo gaat het maar door, precies als in een game of een graphic novel, waarin niet een traditioneel verhaal met personages met een voorgeschiedenis en karaktertrekken en motivering voorop staat, maar waarin de schoonheid van vorm en de esthetiek van lichamelijke beweging worden gevierd.

Maar is het film? Eigenlijk wel, ja. Want Ninja Assassin werkt nog het beste wanneer je het bekijkt met een genrebril op, dat wil zeggen met in het achterhoofd de oude, Hongkongse films uit de stal van de Shaw Brothers of die uit de rijke traditie van de Japanse samuraifilm of die uit de meer recente, aan de mangacultuur gelieerde films van Takashi Miike, bekend van Ichi The Killer (2001). Deze werken vormen samen een soort abstracte cinema waarin verhaal op de tweede plaats staat, zodat vorm volledig overheerst, conform de genreconventies.

Op deze manier kaart Ninja Assassin onbedoeld de vraag aan wat de stand van zaken rond ‘genre’ in de moderne film is. ‘Genre’ lijkt sterker dan ooit, met zelfs makers van zogenoemde artistieke cinema, zoals Michael Haneke en Werner Herzog, die deze manier van films maken toenemend gebruiken als gietvorm voor persoonlijke films met verontrustende thema’s. Het antwoord lijkt dus toch te zijn: genre maakt een terugkeer. Genre betekent evenwel niet alleen maar films met traditionele, rechtlijnige verhalen. Genre levert dus ook puur ‘kinetische’ films als Ninja op.

Nu te zien