Nipsey Hussle 15 augustus 1985 – 31 maart 2019

‘Rapper’s rapper’ Nipsey Hussle rapte zich uit de armoede van LA en investeerde in hen die zich daar níet uit konden rappen.

Nipsey Hussle was een rapper van uitersten. Met zijn vorig jaar verschenen album Victory Lap, dat genomineerd werd voor een Grammy Award, brak hij eindelijk echt internationaal door, en ondertussen gold hij met zijn 33 jaar voor moderne hiphopmaatstaven al als oud. Hussle had een verleden als bendelid van de beruchte Crips, zijn muziek was een stoer, soms opgepompt en vooral onopgesmukt verslag van het gewelddadige straatleven in Los Angeles – en tegelijk zocht hij juist voortdurend naar verbinding. Bijvoorbeeld door samen te werken met andere artiesten, die hem zeldzaam hoog aansloegen: Hussle was een klassieke rapper’s rapper. Maar ook los van de muziek begon hij meer en meer projecten waarmee hij de sociale cohesie en kansen in Los Angeles wilde vergroten, hoofdzakelijk in de armoedige wijken waar hij zelf als kind ronddoolde. Op het uitstekende Victory Lap vat hij zijn traject van tiener in een bende naar succesrapper zelf samen met een veelzeggende vergelijking: ‘[It was] similar to climbing out the grave.’

Zoals binnen elk muziekgenre dat de telgenstatus is ontgroeid, bestaat ook in de hiphopwereld een nostalgische stroming die onvermijdelijk uitdijt: hoe langer een genre immers bestaat, hoe meer modes en stijlen er al hebben gedomineerd – en hoe meer er volgens ‘authentieke’ puristen kan misgaan. Op dit spanningsveld bewoog Hussle (echte naam: Ermias Asghedom) zich zeldzaam behendig. Zijn werk is onmiskenbaar eigentijds, getuige de gastartiesten, de rauwe teksten die niet worden opgesierd met al te pakkende refreintjes of gelikte terzijdes, getuige ook de soms stuiterende, moderne beats.

Toch zit er ook juist iets prettig ouderwets in zijn muziek. Hussle, die van Eritrees-Amerikaanse komaf was, koesterde nooit de ambitie om de regels van het hiphopgenre te herschrijven, noch streefde hij een compleet unieke toon of eigen muzikaal dna na. Hij was een verhalenverteller die begreep dat hij in een traditie werkte en die eigenschap niet wilde camoufleren maar juist wilde inzetten. Met zijn vele samenwerkingen, met concrete muzikale en tekstuele verwijzingen naar roemruchte voorgangers. En ook door het traditionele pad dat hij koos: anders dan veel generatiegenoten bouwde hij zijn reputatie niet op met een gelikt YouTube-filmpje of een actieve social-mediacampagne, hij zocht niet de snelste route naar de hitlijsten, maar bouwde een reputatie op met sterke, zelf uitgebrachte mixtapes. Nog niet zo volgroeid als later werk, maar wel al opvallend eigen; Hussle was van meet af aan een stijlvaste, overtuigende rapper. Luisteren naar zijn nummers betekende je gewillig laten onderdompelen in het leven van een zoekende twintiger en dertiger in een arme, kansloze omgeving. Het leven van iemand die te midden van dat alles zijn weg naar boven probeert te zoeken. Niet door weg te kijken maar juist door alles goed in zich op te nemen, door onomwonden te beschrijven wat hij ziet en meemaakt – Hussle was uitgesproken echt, een begrip dat zo vaak wordt gebruikt dat het al gauw hol klinkt, maar wie luistert naar zijn nummers hoort iemand die geen moment bezig is zichzelf een reputatie aan te meten of een van tevoren geselecteerd publiek te bereiken.

Hussle was geen moment bezig zichzelf een reputatie aan te meten

Hussle snapte dat hij niet hoefde te schreeuwen om gehoord te worden. En ook dat een harde omschrijving van zijn werkelijkheid, van de armoede en ook de verleiding van het straatleven, bijzonder genoeg kon zijn om verschillende levens aan de andere kant van de wereld te bereiken. ‘Face is swollen, some I’m drippin’ tears, you should know I never had a fear / You should know I never had a shot, never had a chance, still I took it here.’

Ondanks meerdere van zulke overtuigende, borstklopperige zinnetjes draaide het voor Hussle uiteindelijk niet om dat hij zijn gebrek aan kansen overwon, ook daarin verschilde hij van veel collega’s: bij Hussle was Hussle zelf niet het belangrijkste, eerder de wijken waarin hij leefde. Hij wilde dat méér mensen de armoede konden ontgroeien die hij ontgroeid was, ook als ze geen kansen hadden en geen rapper werden. Hij wilde de beruchte circle of negativity doorbreken en het oplaaiende geweld in Los Angeles een halt toeroepen. De afgelopen jaren investeerde hij flink in zijn gemeenschap: hij liet een school renoveren en kocht de boeken voor alle scholieren, hij betaalde begrafeniskosten voor slachtoffers van bendegeweld, hij begon een onderwijsproject voor kansarme jongeren, gericht op een toekomst binnen de tech-sector, en hij richtte onder meer een restaurant, een kapperszaak en een kledingwinkel op om de werkgelegenheid te stimuleren. Ook gebruikte hij zijn bekendheid om contact te leggen met instanties die door veel buurtgenoten gevreesd werden, zoals de lapd, waarmee hij dit voorjaar een afspraak maakte om te bespreken wat gedaan kon worden tegen al dat ganggeweld in Los Angeles.

Een dag voor de ontmoeting met de politie zou plaatsvinden plaatste Hussle op zijn Twitter-account de enigszins cryptische zin: ‘Having strong enemies is a blessing.’ Een paar uur later stapte er op de parkeerplaats van zijn eigen kledingwinkel een man op hem af. De man vuurde twee kogels op Hussle af. Naar het schijnt richtte die zich daarna nog op, om te zeggen dat hij vrede had met zijn dood. Toen pas besefte de schutter dat Hussle nog leefde en schoot hij nog drie keer, die kogels werden Hussle vermoedelijk fataal. Een half uur later werd hij dood verklaard. Zelden volgden er vanuit de hiphopwereld zo veel ontzette, emotionele reacties als na Hussle’s overlijden.