No more Mr Big

Nederland telt zo’n 2,7 miljoen alleenstaanden, naar verwachting in 2050 3,7 miljoen. Deels komt dit door vergrijzing, maar het aantal singles neemt ook toe doordat verstedelijking en nieuwe communicatiemiddelen het gemakkelijker maken om alleen te leven.

Griet op de Beeck, Vele hemels boven de zevende, € 17,95
e-book € 10,99

Medium cover.php

De Amerikaanse socioloog Erik Kline legde dit verschijnsel afgelopen zomer uit in zijn boek Going Solo: The Extraordinary Rise and Surprising Appeal of Living Alone. Met name hoogopgeleide vrouwen blijven vaker zonder partner. Inmiddels is de thirty-something vrijgezelle vrouw volledig ingeburgerd in de populaire cultuur en literatuur – denk aan Carrie Bradshaw, Bridget Jones of aan de meisjes van Girls. Doorgaans is de alleenstaande dertiger die ons wordt voorgeschoteld best knap om te zien, doet ze redelijk interessant werk in de creatieve sector, beschikt ze over een jaloersmakend grappige en gulle vriendenkring, en heeft ze altijd wel een flirt of scharrel om de tijd mee door te komen. Single zijn is voor hen een tijdelijke toestand: een avontuurlijk pad richting Mr Big of Colin Firth, dat ze giechelend en aangeschoten bewandelen.

Hoe anders is het gesteld met Eva, de vrijgezelle Vlaamse in Vele hemels boven de zevende, de debuutroman van Griet Op de Beeck. Eva is 36, lief, dik, en onaantrekkelijk. Ze is van het slag dat altijd voor iedereen klaarstaat, zichzelf wegcijfert, en aldus niet echt wordt gezien; ze werkt als hulpverlener in een gevangenis. Normaal spelen vrouwen als Eva in films of romans een bijrol – zoals ze in het leven van de meeste mensen een bijrol spelen, een typetje zijn, lievig maar ook zielig en uiteindelijk niet interessant of belangrijk genoeg om lang over na te denken. In Vele hemels boven de zevende kruipt Op de Beeck in Eva’s hoofd, en bevestigt zo onze bangste vermoedens: dat het complex is daar, en eenzaam, en treurig en triest. ‘Ik ben alleen, maar verre van verloren’, zegt Eva op pagina twee: ‘Soms zeg ik dat hardop tegen mezelf. Meestal kan ik erom lachen.’ Maar naarmate het boek vordert raakt ze wel degelijk verloren – en verliest het vermogen erom te lachen.

Het verhaal van Eva’s almaar ondraaglijker wordende eenzaamheid wordt niet alleen door haar verteld, maar ook door vier andere personages – haar zus Elsie, Elsie’s minnaar Casper, Elsie’s twaalfjarige dochter Lou, en Jos, de vader van Eva en Elsie. Niet dat zij zich voortdurend met Eva bezighouden – dat is het probleem – maar uiteindelijk is het Eva die hun verhaallijnen en particuliere beslommeringen met elkaar verbindt, en deels ook opvangt. Per hoofdstuk komen de vijf personages beurtelings aan het woord, wat de roman qua tempo wat monotoon maakt; echt storend wordt het niet, want daarvoor gebeurt er te veel, en verschillen hun stemmen te veel van elkaar. Zo laat Op de Beeck Elsie voortdurend Engels spreken, en heeft ze Eva met een groot observatievermogen uitgerust: de roman opent met een opsomming van wat ze die dag heeft gezien, zoals een vrouw in de friettent in ‘een roze T-shirt met een opdruk in glitterletters: LOVE ME’, en een kleine jongen die leert fietsen, ‘en dan dat gezicht van die vader. Belachelijk hoe mij dat vertedert.’ Vele hemels boven de zevende gaat over veel meer dan de eenzaamheid van alleenstaanden – het gaat ook over liefde, lust, overspel, over de wreedheid van brugklassers en de triestheid van het leven met de schaamte van een groot geheim. Maar de originaliteit van de roman zit ’m toch in de verrassende gelaagdheid van Eva – en vooral, hoe droevig ook, in Op de Beecks weigering uiteindelijk een Mr Big op haar pad te sturen.

Griet op de Beeck

Vele Hemels Boven de Zevende

Prometheus,

271 blz., €17,95