Economie

Nobelprijzen

De Gouden Stierenpoepbokaal 2015 gaat wat mij betreft naar Pieter Duisenberg, onderwijswoordvoerder van de VVD.

In de aanloop naar het parlementaire debat over de onderwijsbegroting eind vorige week wist Duisenberg meermalen het nieuws te halen met zijn ambitie om Nederland de komende vijftien jaar ten minste vijf keer de Nobelprijswinnaar te laten leveren. Het was de soundbite bij de nieuwe onderwijsagenda van de VVD, die ‘de maximale ontplooiing van iedere scholier of student beoogt’.

‘Maximaal, het nieuwe normaal’, heet het epistel. En daarmee voegt het zich in die groeiende lijst van zichzelf overschreeuwende superlatieven (denk: ‘topprioriteit’ of ‘meer dan excellent’) waarmee politieke partijen hun existentiële onzekerheid trachten te verbloemen. De agenda braakt dan ook hetzelfde blikken enthousiasme dat zo moeiteloos uit de kelen van Mark Rutte, Halbe Zijlstra en Henk Kamp komt. U weet wel: ‘Het gaat fantastisch met ons land… dat komt door de VVD… maar het kan zoveel beter… daar hebben wij u bij nodig… pak dus samen met ons die handschoen op.’ Die riedel.

Uiteindelijk baarde Duisenbergs grootspraak een parlementaire muis. Hij riep samen met Van Meenen van D66 en Grashoff van GroenLinks het kabinet op om bij zijn adviesaanvraag aan de SER over de vaardigheden van de toekomst ook het doel mee te nemen Nederland te doen belanden in de top-vijf van de human capital-index van het World Economic Forum, een chique praatclub voor multinationals.

Het is om meerdere redenen bullshit. Maar de belangrijkste is dat wetenschappelijk succes zich net als geluk, geloof, hoop, liefde, vertrouwen en inspiratie niet laat afdwingen. De Noorse hoogleraar politieke theorie Jon Elster heeft dit soort beloningen ‘essentiële bijproducten’ genoemd. Een onderneming kan proberen haar klanten zo goed mogelijk te bedienen, maar kan godsonmogelijk het doel nastreven om het lievelingetje van de beurs te worden. Marktsucces is de beloning als het eerste op orde is, niet andersom. Filosofen noemen dit een categoriefout, de grootste denkfout die je kunt maken. Duisenbergs agenda grossiert erin.

U weet wel: ‘Het gaat fantastisch met ons land... dat komt door de VVD...’

Maar het wordt nog erger. Als het kabinet Duisenbergs agenda zou overnemen slinkt de (toch al kleine) kans op Nederlandse Nobelprijzen namelijk aanzienlijk. Toekomstige wetenschappelijke doorbraken zijn per definitie onbekend. Als wij nu al zouden weten wat de doorbraken van morgen zijn, zouden we ze immers vandaag al kunnen plegen. Dat klinkt banaal, maar is cruciaal. Daaruit volgt namelijk de noodzaak van meer en ruimhartiger financiering van het zogenaamde ‘ongebonden onderzoek’. Oftewel, onderzoek dat voortkomt uit de wetenschappelijk geschoolde nieuwsgierigheid van getalenteerde onderzoekers.

En precies daar knelt de schoen. Cijfers van de VSNU wijzen uit dat de rijksbijdrage aan het wetenschappelijk onderzoek sinds begin deze eeuw is gedaald van 52 naar 42 procent. Daartegenover staat een groeiende afhankelijkheid van gelden afkomstig van de NWO en de EU (21 om 25 procent). En vooral van het bedrijfsleven (28 om 33 procent). Daar komt bij dat sinds Rutte I pakweg de helft van het budget van de NWO (ongeveer zeshonderd miljoen euro) is geoormerkt voor onderzoek dat aansluit bij zogenaamde topsectoren, die worden aangestuurd door Nederlandse multinationals.

Hetzelfde beeld laten de Europese onderzoeksgelden zien. Van de 79 miljard euro die de EU de komende zeven jaar heeft gereserveerd voor wetenschappelijk onderzoek is pakweg twee derde (54 miljard) bedoeld voor toegepast onderzoek. En reken maar dat het Europese grootbedrijf hier al vroeg zijn begerig oog op heeft laten vallen. En erin is geslaagd om grote delen van zijn eigen commerciële onderzoeksagenda via de band van Horizon 2020 publiek gefinancierd te krijgen.

Als je alles bij elkaar optelt is pakweg de helft van al het onderzoeksgeld bedoeld voor toegepast onderzoek. Dat betekent dat wetenschappers oplossingen moeten verzinnen voor problemen die door het grootbedrijf zijn gedefinieerd en die zich veilig binnen de grenzen van onze huidige wetenschappelijke kennis bevinden. Met de kennis van nu oplossingen vinden voor problemen van nu, staat uiteraard mijlenver af van het fundamentele, exploratieve, intrinsiek onzekere onderzoek dat (met een beetje mazzel) Nobelprijzen baart. Om maar te zwijgen van zijn principiële onverenigbaarheid met de huidige dominantie van commerciële belangen.

Het is aan Duisenberg allemaal niet besteed. De slotpagina van zijn agenda vermeldt dat ook de rijksbijdrage sterker moet worden gekoppeld aan de toegepaste onderzoeksagenda van de EU. Verder wil Duisenberg meer publiek-private samenwerking in het onderzoek. Moet promoveren in het bedrijfsleven makkelijker worden gemaakt. En moet het mogelijk worden ‘topwetenschappers’ meer dan de Balkenende-norm te betalen.

Zo komen die Nobelprijzen er nooit.