Karim Khan als advocaat van de Liberiaanse oud-president Charles Taylor in het Speciaal Hof voor Sierra Leone. Den Haag, 4 juni 2007 © Robert Vos / AFP / ANP

Indringend kijkt Karim Khan de rechtszaal in. De advocaat kan niet wachten tot hij het woord krijgt. Als hij eindelijk aan de beurt is, staat hij op en barst los met zijn pleidooi. Het is 10 september 2013. Donkergrijze wolken hangen boven het Internationaal Strafhof in Den Haag. Binnen is het proces tegen zijn cliënt begonnen. William Kipchirchir Samoei Arap Ruto, vice-president van Kenia, staat terecht wegens misdrijven tegen de menselijkheid. Hij wordt ervan beschuldigd een van de organisatoren te zijn van het massale geweld na de Keniaanse verkiezingen van 2007.

Leugens, stelt Khan. Zijn cliënt is onschuldig. In Khan-stijl dankt hij het hof dat de verdediging de gelegenheid krijgt ‘enkele spinnenwebben van verwarring, het bedrog, de fouten en de misvattingen waar de aanklager bij haar strafrechtelijk onderzoek zo jammerlijk door is getroffen, hopelijk, weg te kunnen blazen’.

Khan is een verbaal kanon. Met zijn directe, plechtstatige en bloemrijke taalgebruik en Britse dictie, klinkt hij superieur en dodelijk tegelijk. Als geen ander heeft hij de rechtszaal in zijn greep. Khan geldt als aanvallend en confronterend. ‘Maar het kan wel scherper als het lemmet van het stiletto niet de hele tijd wordt getoond’, merkt Benjamin Gumpert fijntjes op. ‘In publieke fora is vaker gezegd dat er rechters zijn die bang voor hem zijn.’ Gumpert vervolgde als senior trial lawyer bij het Bureau van de Aanklager (Office of the Prosecutor, otp) van het Strafhof zeven jaar lang verdachten en is sinds vorig jaar rechter in Engeland.

De lampen in de volle rechtszaal reflecteren op Khans kale hoofd. Alle kracht is samengebald in zijn gedrongen gestalte in de zwarte toga met witte bef. Naast hem zit collega Dato’ Shyamala Alagendra, met wie hij later zal trouwen. Ze volgt zijn betoog nauwlettend en plakt met gele post-its aanwijzingen op het computerscherm dat voor hem staat. ‘Edelachtbaren, we zeggen dat het rot in de onderbuik van deze zaak. De aanklager heeft de haak, de lijn en het zinklood ingeslikt’, aldus Khan. Hij voorspelt dat het Ruto-proces zal worden ingetrokken of eindigt met vrijspraak.

Khan krijgt gelijk. Het bouwwerk van beschuldigingen brokkelt helemaal af. De grote Keniaanse zaak telde in totaal zes verdachten, onder wie twee cliënten van Khan, die allen vrijuit gingen. Het is een van de grootste debacles van het otp.

Uitgerekend Karim Khan treedt deze week, op 16 juni 2021, aan als nieuwe hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof. De komende negen jaar geeft hij leiding aan het otp, het orgaan dat belast is met het strafrechtelijk onderzoek en de vervolging van verdachten. Als geen ander weet Khan waar de zwakke plekken zitten. In de rechtszaal veegde hij de vloer aan met de aanklagers. Het was een overwinning in de strijd voor gerechtigheid toen het Internationaal Strafhof (International Criminal Court, icc) in 1998 door 120 landen werd opgericht voor de berechting van hooggeplaatste personen die de grootste verantwoordelijkheid dragen voor gepleegde internationale misdrijven: genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en agressie. Toen het hof in 2002 in Den Haag daadwerkelijk van start ging, was er de hoop dat het icc het verschil zou maken. Daar is weinig van over. In de bijna twintig jaar dat het hof bestaat zijn vijf oorlogsmisdadigers veroordeeld, terwijl twaalf verdachten vrijuit gingen. Ook zijn in een zaak vijf personen voor getuigenomkoping veroordeeld. Khan is na de Argentijn Luis Moreno Ocampo en de Gambiaanse Fatou Bensouda de derde hoofdaanklager. Van hem wordt verwacht dat hij orde op zaken stelt.

Toen Khan als advocaat in de rechtszaal pleitte, ging de aandacht vooral uit naar zijn cliënten en de zaak, maar in zijn nieuwe functie staat hij zelf in de schijnwerpers. Wie is deze topadvocaat, hoe zag zijn loopbaan eruit en wat staat hem te wachten? Zijn naam bevat de eerste aanwijzingen. Karim Asad Ahmad Khan, geboren in 1970, is van Brits-Pakistaanse afkomst. Zijn vader kwam vanuit de North-West Frontier Province, nu in Pakistan, naar het Verenigd Koninkrijk om medicijnen te studeren, werd dermatoloog en ontmoette een Engelse vroedvrouw en verpleegkundige die zijn echtgenote werd. ‘Het was het verhaal van de knappe verpleegster en de zwierige jonge dokter’, grapte Karims broer Imran, die voor de Conservatieven in het Britse parlement zit, tegenover The Yorkshire Post. Geen van zijn grootvaders (opa van moederskant verloor vier vingers en een halve duim in de mijn) heeft hij ooit gekend, vertelde Karim Khan onlangs in een gesprek met Opinio Juris, het toonaangevende blog over internationaal recht.

Maar hij voelde zich de kleinzoon van niemand minder dan Mohammad Zafarullah Khan, de allereerste minister van Buitenlandse Zaken van Pakistan, voorzitter van de Algemene Vergadering van de VN en het Internationaal Gerechtshof. De jonge Karim verbleef bij hem, correspondeerde met hem en luisterde naar zijn verhalen over conversaties met politieke grootheden als Winston Churchill en het bezoek aan John F. Kennedy in het Witte Huis. Karims vader was voorzitter van de islamitische Ahmadiyya-geloofsgemeenschap in Noord-Engeland. De familie zette zich in voor goede doelen en medische zorg voor minderbedeelden.

Karim zou rechten studeren aan King’s College London. Toen hij zich aanmeldde voor een stage, besprak het beoordelingspanel of hij er meer Pakistaans of meer Engels uitzag en opperde het dat ‘iemand zoals jij’ beter zijn naam in ‘Smith’ kon veranderen. Khan was ‘verdrietig en een beetje geschokt’, schrijft Opinio Juris.

Vanaf 1992 was hij gekwalificeerd om als advocaat cliënten te vertegenwoordigen. Bij het Openbaar Ministerie maakte hij snel carrière. ‘Hij was al na twee jaar senior crown prosecutor’, vertelt Benjamin Gumpert. In zijn vrije tijd zette Khan zich in voor de mensenrechten van de Ahmadi, die in Pakistan zwaar worden vervolgd. Al snel sloeg hij zijn vleugels uit. ‘Hij is een strategische bouwer en volgde niet het pad van de typische Engelse advocaat’, zegt Gumpert. Khans cv leest als een geschiedenis van het moderne internationale strafrecht. Hij werkte bij veel tribunalen en hoven die vanaf de jaren negentig werden opgericht of vertegenwoordigde er cliënten. Hij begon als juridisch adviseur voor de aanklagers van de Joegoslavië en Rwanda Tribunalen.

Spoedig zou hij oorlogsmisdadigers gaan verdedigen. ‘Het mooie van het Britse systeem is dat het gebruikelijk is om te switchen. De ene keer ben je aanklager, dan weer treed je op als advocaat voor een verdachte en vervolgens vertegenwoordig je slachtoffers. Als je gerechtigheid belangrijk vindt, maakt het niet uit welke van de posities je bekleedt. Het is een enorme verrijking van je juridische ervaring’, zegt de Nederlandse advocaat Caroline Buisman, die al vele jaren met Khan samenwerkt. Khan ziet geen enkel verschil tussen vervolgen of verdedigen. Dat houdt je met beide voeten op de grond en voorkomt star denken waarbij een advocaat ‘de incarnatie van de duivel’ is of de aanklager ‘het werk van God’ doet.

In 2001 werd Khan advocaat van Cancio Lopes de Carvalho. De beruchte Oost-Timorese militieleider werd verdacht van moordende terreur tijdens het referendum van 1999 in Oost-Timor, waarbij de bevolking koos voor onafhankelijkheid van de gewelddadige bezetter Indonesië. In die periode werkte zijn vrouw Alagendra voor de Serious Crimes Unit, door het VN-bestuur in Oost-Timor opgezet om oorlogsmisdaden te onderzoeken.

In 2003 nam Khan de verdediging op zich van Fatmir Limaj, commandant van het Kosovo Bevrijdingsleger en later vice-premier van Kosovo, die door het Joegoslavië Tribunaal was aangeklaagd. Het was de eerste zaak waaraan Buisman met Khan werkte. Ze leerde hem kennen als een advocaat die zich op zijn zaak stort. ‘Hij is een sterke persoonlijkheid. Daadkrachtig, moedig en nergens bang voor. Ik zie in hem de combinatie van de Pathaan, de vechter, en de typische Brit. Hij is een workaholic die zich volledig inzet. Als het nodig was, werkten we nachten door’, zegt Buisman. ‘Men vindt hem veeleisend, maar hij wil kwaliteit leveren.’

‘Khan beschikt over de flexibiliteit om te zien dat anderen vaardigheden hebben die hij niet heeft. Hij heeft ook een enorm zelfvertrouwen’

Khan stelde altijd kritische vragen. ‘Geen enkele zin in mijn stukken was goed genoeg. Hij had altijd goede tips en commentaar, het werd er altijd beter van. Hij wil argumenten horen en laat zich ook overtuigen. Hij denkt op een hoger niveau dan de meesten. Hij is niet behoudend of traditioneel, maar juist origineel en creatief bij het zoeken naar oplossingen voor complexe juridische problemen. Ik heb veel van hem geleerd’, zegt Buisman.

Terwijl hun cliënt Limaj werd vrijgesproken, werkten ze aan een zaak die in het middelpunt van de belangstelling stond: de verdediging van de voormalige president van Liberia. Charles McArthur Ghankay Taylor stond terecht bij het Speciaal Hof voor Sierra Leone, dat zijn proces uit veiligheidsoverwegingen in Leidschendam hield. De rechtszaak zorgde voor een klassiek moment waarmee de relatief jonge Khan opzien baarde.

Het kleine advocatenteam had te weinig tijd en middelen om het proces goed voor te bereiden, vertelt Buisman. Taylor wilde bovendien een meer ervaren advocaat als teamleider, bijvoorbeeld een QC – Queen’s Counsel, een titel voor de meest excellente advocaten in Engeland en Wales die als privilege een zijden toga mogen dragen. Voor het aanstellen van zo’n topadvocaat was het budget dat het hof verstrekte te laag.

Taylor besloot druk uit te oefenen door zelf zijn verdediging te doen en koos voor de aankondiging daarvan een uitgelezen moment: de dag waarop de aanklagers hun tenlastelegging presenteerden. In de rechtszaal las Khan de brief voor waarmee Taylor hem ontsloeg, pakte zijn spullen en vertrok. Buisman: ‘Hij deed het met een enorme flair. De rechter was echter ontstemd en waarschuwde dat dit richting minachting van het hof ging. Maar Karim zei: ik volg de instructies van mijn cliënt. Sommigen vonden het schokkend en te rebels. Anderen vonden het geweldig. Het geeft aan dat hij lef heeft. Na zijn vertrek werden de budgetten hoger, en kon Taylor zich een QC veroorloven.’ In 2011 werd Khan zelf QC.

Khan groeide uit tot de wereldtop binnen het internationaal strafrecht. Bij het Internationaal Strafhof verdedigde hij een reeks cliënten. Hij maakte deel uit van het eerste advocatenteam van Jean-Pierre Bemba Gombo, vice-president van de Democratische Republiek Congo. Khan won de zaak van de Darfurse rebellenleider Bahar Idriss Abu Garda. Hij verdedigde Saif al-Islam (zoon van) Kadhafi. In januari 2011 begon hij met zijn eerste Keniaanse zaak toen hij advocaat werd van Francis Muthaura, kabinetssecretaris en hoofd van de publieke dienst in Kenia. Volgens Khan koos de Keniaan voor hem vanwege zijn Engelse professionaliteit en zijn islamitische naam en Pakistaanse afkomst, waardoor hij een beter cultureel begrip zou hebben.

Toen hij Muthaura’s zaak won, wilde Ruto hem. Maar de Keniaanse vice-president had reeds ‘big shot’ David Hooper als advocaat. ‘Hooper en Khan zijn zeer verschillende persoonlijkheden. Karim is vechtlustig en zorgt voor krantenkoppen’, zegt Benjamin Gumpert. Wat er toen gebeurde, is tekenend. Khan schoof Hooper niet aan de kant, maar vroeg hem te blijven. Gumpert: ‘Khan beschikt over de pragmatische flexibiliteit om te zien dat anderen vaardigheden hebben die hij niet heeft. Hij heeft ook iets wat lang niet iedereen heeft: een enorm zelfvertrouwen.’ Gumpert herinnert zich hoe hij in Hotel des Indes in Den Haag het nieuws vierde dat hij zelf QC zou worden. ‘Karim kwam erbij en bestelde meteen een fles dure champagne, terwijl hij zelf niet drinkt. Hij is een genereuze man die er plezier in schept als anderen succes boeken. Hij beschikt over enorme charme en weet bij de mensen om zich heen een gevoel van welbehagen te scheppen.’

Elke keer als Ruto voor een zitting uit Kenia overkwam, stond Khan hem buiten op te wachten bij de entree van het Internationaal Strafhof. Samen liepen ze naar binnen. Het proces zou dramatisch verlopen. Terwijl veel getuigen tegen Ruto anoniem zouden verklaren, lekten hun namen uit. Ze werden bedreigd en haakten af. In december 2014 werd Meshack Yebei vermoord. Hij was in contact met de aanklagers geweest, was mogelijk betrokken bij getuigenintimidatie en bleek een cruciale getuige voor Ruto. Toen een Keniaanse journalist overleed nadat hij in elkaar was geslagen, relateerden zijn familie, collega’s en mensenrechtenactivisten zijn dood aan zijn berichtgeving over de rechtszaak tegen de vice-president.

Op 5 april 2016 staakten de rechters de zaak. Er was onvoldoende bewijs. Rechter Chile Eboe-Osuji sprak van een ‘mislukt proces vanwege een zorgwekkend aantal gevallen van beïnvloeding van getuigen en niet te tolereren politieke bemoeienis, hetgeen redelijkerwijs waarschijnlijk leidde tot intimidatie van getuigen’. De rechters stelden dat er geen aanwijzingen waren dat Ruto betrokken was bij het onder druk zetten van getuigen, maar hij profiteerde er wel van. De Keniaanse vice-president werd niet vrijgesproken. Als de aanklagers nieuw bewijs hebben, kan de zaak heropend worden. ‘Bij het otp hielden we niet van Khan, maar we waren wel onder de indruk van hem’, stelt Gumpert, die bij het otp kwam te werken aan de toen al vrij hopeloze zaak tegen de Keniaanse president Uhuru Kenyatta.

De Keniaanse vice-president William Ruto en zijn advocaat Karim Khan nadat de aanklacht van misdaden tegen de menselijkheid tegen Ruto werden ingetrokken. Nairobi, Kenia, 05 april 2016 © Charles Kimani / Deputy President Press Office / AFP / ANP

Hoewel Khan succes boekte, was er kritiek dat hij te close was met zijn cliënt. ‘Het was duidelijk een strategie van Ruto en Kenyatta om de juridische strijd ook in de media te winnen en het hof in diskrediet te brengen’, zegt Gumpert. Khan werd onderdeel van het offensief. ‘Het was zeer effectief, maar ik zou dat zelf niet hebben willen doen’, vertelt Gumpert. In een open brief keerden 22 Afrikaanse mensenrechtenorganisaties zich tegen zijn kandidatuur als icc-aanklager. Khan was in zijn media-interviews als Ruto’s raadsman ‘niet zomaar een gewone advocaat. Hij was ook de woordvoerder voor de op een na machtigste man van het land’, schreven ze. Zijn positie werd gezien ‘als de verlenging van de woede van zijn machtige cliënt en het Keniaanse establishment tegen het icc’, hetgeen mogelijk heeft bijgedragen aan het ‘klimaat van “politieke vijandigheid” tegen het hof’ in Kenia. De organisaties wezen erop dat Khan denigrerend sprak over degenen die voor het proces tegen zijn cliënt waren, en het idee omarmde dat de icc-strafzaken bedoeld waren om in Kenia regime change te bewerkstelligen. Ook namen ze het Khan kwalijk dat hij op een politieke bijeenkomst was waar Kenyatta en Ruto hun overwinning op het hof vierden.

Khans werk als advocaat voor Ruto en andere verdachten was mogelijk een reden dat hij in september 2016 weliswaar boven aan de lijst stond om bij de VN Speciaal Rapporteur inzake marteling te worden, maar de functie niet kreeg. Enkele experts uitten (anoniem) twijfels of Khan wel genoeg betrokkenheid bij slachtoffers toonde.

Aanvankelijk stond Khan sceptisch tegenover het vertegenwoordigen van slachtoffers, vertelde hij in Opinio Juris. Maar hij was van mening veranderd. Khan vertegenwoordigde slachtoffers van Rode Khmer-leider Kaing Guek Eav, alias Duch, bij de Extraordinary Chambers in the Courts of Cambodia. Hij stond Albanese slachtoffers bij, Kenianen die genoegdoening vragen voor koloniale misdrijven, overlevenden van marteling en slachtoffers van een priester in Sierra Leone, en hij verdedigde een VN-mensenrechtenfunctionaris in Kameroen.

De zojuist afgezwaaide procureur-generaal van Oost-Timor heeft louter lof. Toen José Ximenes in 2014 in Den Haag een tussenstop maakte, gaven Khan en Alagendra hem een rondleiding bij het strafhof. ‘Er is een persoonlijke band ontstaan’, vertelt Ximenes. Daarop nodigde hij Khan uit als spreker bij trainingsseminars voor Timorese aanklagers, rechters en advocaten. ‘Wat bijzonder was: hij deed het pro bono.’ Khan vloog vanuit de VS naar Oost-Timor. ‘Alleen maar om ons te steunen’, aldus Ximenes. Toen Khan na een diner buiten de hoofdstad werd overvallen door vermoeidheid ‘deed hij gewoon een dutje in mijn wagen. Het maakte hem niets uit dat het niet luxueuzer was dan dat’. Khan doceerde professionele integriteit. ‘Hij zei: als rechter of officier van justitie moet je je niet half, maar totaal inzetten. Ook al heb je een hoge positie, je dient een publieke zaak en moet nederig moet blijven.’

‘Khan moet meedogenloos optreden om de mensen te verwijderen die niet op het vereiste niveau presteren’

Khans ster rees. In 2018 werd hij hoofd van unitad. De VN-organisatie (budget: dertig miljoen euro) doet onderzoek naar misdrijven door Islamitische Staat tegen Jezidi’s, geweld in Mosul tegen religieuze minderheden, seksueel misbruik en misdrijven tegen kinderen, en het afslachten van Iraakse soldaten in Tikrit. ‘Het is een zeer gecompliceerde missie met veel gevoeligheden’, zegt Khidher Domle, een media- en vredesopbouwconsultant. ‘Tot de dag van vandaag is het voor mensen niet helemaal duidelijk wat unitad doet. Of het alleen bewijs verzamelt, en of dat gebruikt gaat worden voor gerechtigheid of niet.’

Buisman, die voor unitad leiding geeft aan het onderzoek naar misdrijven tegen Jezidi’s, ziet opnieuw Khans gedrevenheid. Hij heeft ontmoetingen, spreekt met overlevenden, is bij het openen van massagraven en wist het vertrouwen te winnen van slachtoffers, ngo’s en autoriteiten in Bagdad en Koerdistan, vertelt ze. Domle vindt dat Khan eerst nogal afwezig was en zich allengs meer onder mensen mengde. ‘Een overlevende vertelde me onlangs dat ze Karim Khan ontmoette. Aanvankelijk voelde ze zich ongemakkelijk toen hij vragen stelde. Maar stap voor stap begreep ze dat hij goed werk doet.’

Tijdens een online briefing voor de VN Veiligheidsraad presenteerde Khan op 10 mei 2021 zijn laatste rapport als unitad-hoofd. Toen de Jezidi’s hem hoorden zeggen dat zijn organisatie constateert dat IS zich schuldig maakte aan genocide, was de opluchting groot. ‘Ze zeiden: eindelijk weten we dat hij ons en de zaak echt begrijpt’, zegt Domle. Ook rapporteerde Khan dat IS opriep tot het uitmoorden van sjiieten, chemische wapens ontwikkelde en dodelijke gifstoffen testte op gevangenen. Na de presentatie dankten de leden van de Veiligheidsraad hem voor zijn inzet. unitad had Khan niet alleen belangrijke ervaring als leidinggevende van een complexe organisatie geboden, maar ook een plek in de internationale arena.

Drie maanden eerder, op 12 februari, was Khan gekozen tot aanklager van het strafhof. Nooit eerder had de Assembly of States Parties – de organisatie van 123 icc-lidstaten – er zo’n zootje van gemaakt. Nadat de aanmeldingen binnen waren, werden vier kandidaten geselecteerd door een commissie. Meteen was er grote ophef. Lidstaten waren ontevreden over de kandidaten waaruit ze moesten kiezen. ‘Maandenlang werd er gediscussieerd of de lijst zo moest blijven of moest worden uitgebreid’, zegt Elizabeth Evenson, die als onderdirecteur van het International Justice Program van Human Rights Watch al jaren het icc volgt. Uiteindelijk werd de lijst met eerdere kandidaten aangevuld tot veertien namen. Gumpert stond erop, maar hij koos ervoor Engelse rechter te blijven. Opnieuw ontstond commotie, want de toegevoegde kandidaten waren niet doorgelicht op ‘high moral character’. Ngo’s waren woedend op de lakse lidstaten. Toen er klachten kwamen tegen drie kandidaten vanwege seksueel wangedrag en intimidatie klonk de vrees voor de mogelijkheid dat een ‘roofdier’ zou worden gekozen.

Intussen lobbyden het Verenigd Koninkrijk en Kenia voor Khan, die op de lijst van vier overgebleven finalisten kwam. Het lukte de lidstaten echter niet om op 8 februari tot consensus te komen. Bij de geheime stemming vier dagen later was Khan met 72 stemmen de absolute winnaar. In New York, waar de verkiezing plaatsvond, klonk luid applaus. Caroline Buisman weet nog hoe Khan, die in Irak verbleef, reageerde. ‘Hij was blij, maar je zag ook de last op zijn schouders.’

Wat staat hem te wachten bij het Internationaal Strafhof? ‘De sfeer wordt steeds giftiger’, zegt Benjamin Gumpert over de internationale context waarbinnen de organisatie functioneert. Het begon jaren geleden met Afrikaanse landen die het icc beschuldigden van kolonialisme en een ‘rassenjacht’, omdat het hof vooral Afrikaanse warlords, regeringsleiders en politici vervolgde. Landen dreigden met opstappen. De regeringen van Burundi en de Filipijnen zegden hun lidmaatschap op toen de aanklagers strafrechtelijk onderzoek naar misdrijven in hun land openden. Machtige staten als de VS, Rusland, India en China hebben zich sowieso nooit aangesloten, al is dat geen garantie dat het icc nooit achter hun leiders, politici of militairen aan zal gaan.

Woedend reageerde de Amerikaanse regering op het Afghanistan-dossier. De icc-aanklager heeft hierbij niet alleen de Taliban en Afghaanse veiligheidsdiensten in het vizier, maar tevens Amerikaanse militairen en cia-functionarissen die verdacht worden van marteling in geheime cia-detentiecentra in Afghanistan, Polen, Roemenië en Litouwen. Nadat het otp het groene licht van de strafhofrechters kreeg om strafrechtelijk onderzoek naar deze misdrijven te doen, kondigde Washington in september 2020 sancties af, zoals een inreisverbod tegen Fatou Bensouda en een andere functionaris. Op 2 april trok de nieuwe president Joe Biden de strafmaatregelen in, maar daarmee is het conflict niet verdwenen. Er is publiek beschikbaar bewijs dat het cia-hoofd opdracht gaf om gevangenen te martelen, stelt Gumpert. Als Amerikanen hiervoor vervolgd gaan worden zal de reactie enorm zijn.

‘Gezien de misdrijven waar we het over hebben en de zaken waar het icc zich mee bezighoudt, is politiek verzet door degenen die aan vervolging willen voorkomen onvermijdelijk’, stelt Elizabeth Evenson van Human Rights Watch. En een grootmacht als de VS heeft zeer machtige middelen. Daarnaast erft Khan andere explosieve dossiers. Op 3 maart 2021 kondigde Bensouda aan een strafrechtelijk onderzoek te openen naar misdrijven in de Palestijnse gebieden, inclusief Oost-Jeruzalem. Israël zal zich krachtig verzetten als Israëlische militaire operaties en de bouw van joodse nederzettingen onder de loep worden genomen. ‘Maar we zien ook meteen hoe belangrijk de stap van de aanklager is, want de heersende straffeloosheid heeft opnieuw tot een cyclus van misdrijven geleid’, constateert Evenson.

Ook bij voorstanders van het icc groeide echter de kritiek. ‘Er was legitieme teleurstelling over de resultaten van het hof, dat niet aan de verwachtingen voldoet’, zegt Evenson. Vorig jaar september verscheen de Independent Expert Review van onafhankelijke deskundigen die in opdracht van de lidstaten het icc doorlichtten. Het rapport telt maar liefst 384 aanbevelingen die aangeven hoe groot de problemen zijn en hoe hard verandering nodig is.

De passages in de Expert Review die de meeste aandacht trokken, betreffen de constatering dat er bij het strafhof ‘wantrouwen en een angstcultuur’ heerst. De deskundigen hoorden op alle afdelingen ‘vele verhalen’ over ‘pestgedrag dat onder intimidatie kan worden geschaard’, maar het was het ergste bij het otp, waar ruim vierhonderd mensen werken. Verbetering van werksfeer en personeelsbeleid zijn grote uitdagingen voor de nieuwe aanklager. Na de ijdele Ocampo gold Bensouda als een verademing. Ze wordt als vriendelijk gezien. ‘Maar ze is ook een afstandelijke persoonlijkheid’, zegt Gumpert. De Expert Review merkt op dat veel medewerkers het gevoel hebben dat de aanklager en deputy zich ‘afzijdig’ houden van de kernwerkzaamheden van het otp.

Gumpert zag dat de meest betrokken en bekwame jongere juristen zich lager in de organisatie bevinden. ‘Hoe hoger je gaat, des te slechter de kwaliteit’, zegt Gumpert. ‘Het maakt de capabele mensen boos en haatdragend.’ De bezem moet er flink door. ‘Khan moet meedogenloos optreden om de mensen te verwijderen die niet op het vereiste niveau presteren’, stelt Gumpert. ‘Het otp heeft inspirerend leiderschap nodig. Karim heeft die kwaliteit.’

Het is van groot belang dat de praktijk van het strafrechtelijk onderzoek en de vervolging verbetert, vindt Evenson. Want zaken mislukten vooral ook omdat het otp slecht functioneerde, strategisch blunderde en belabberd werk leverde. Gumpert stelt dat het strafhof nog enig succes boekt bij het vervolgen van daders uit de middencategorie. Hij verwijst naar de Congolese militieleider Bosco Ntaganda en zijn eigen zaak tegen Dominic Ongwen, commandant bij de Oegandese Lord’s Resistance Army, die onlangs werd veroordeeld. ‘Maar het hof faalt geheel bij verdachten met een staatsconnectie,’ zegt hij, verwijzend naar zaken tegen Bemba, Kenyatta, Ruto en ex-president van Ivoorkust Laurent Gbagbo. Het otp slaagt er niet in stevig belastend materiaal te bemachtigen. ‘Er is een glazen plafond als het gaat om het verkrijgen van bewijs tegen verdachten met een belangrijke staatspositie.’

Hij is ‘absoluut overtuigd’ dat geheime diensten van landen als Nederland en het VK over dat bewijs beschikken. Het gaat om het soort materiaal, zoals afgeluisterde communicatie, dat justitie inzet bij de opsporing van georganiseerde misdaadnetwerken. ‘Het otp heeft zulke informatie nodig in zaken tegen deze hoge types’, stelt Gumpert. Zijn zaak tegen Ongwen was sterk omdat het otp over afgeluisterde radioberichten beschikte. ‘Alleen zie ik het niet gebeuren dat machtige democratieën hun intelligence met het hof zullen delen om als bewijs te gebruiken.’ Dan blijft het moeilijk om hooggeplaatste daders op staatsniveau te vervolgen.

Ook moet de nieuwe aanklager nadenken over de ‘existentiële vraag’ hoe om te gaan met ‘het dramatische verschil’ tussen werklast en beschikbare middelen, zegt Evenson. Op dit moment staan veertien conflictsituaties op de rol waarnaar het otp al dan niet actief onderzoek doet. Evenson waarschuwt dat de aanklager niet zomaar de makkelijkste zaken eruit mag pikken of gevoelige zaken kan laten liggen. Het is verder de vraag hoe Khan zal omgaan met dossiers waar hij als advocaat bij betrokken was.

Evenson stelt dat het hof het niet in z’n eentje kan. Het icc is voor veel zaken afhankelijk van staten, variërend van het budget, uitvoering van arrestatiebevelen tot toestemming voor strafrechtelijk onderzoek op hun grondgebied. ‘Als landen willen dat het beter gaat, moeten ze meer middelen beschikbaar stellen, meer samenwerken en meer politieke steun bieden. Er moeten werkelijke partnerschappen met landen ontstaan.’ Diplomatiek concludeert ze: ‘Het is een moment van grote transitie.’ Waarom kozen de lidstaten voor Khan? ‘Ik kan alleen speculeren’, zegt Evenson. ‘Sommige landen waren ervan doordrongen dat verandering nodig is en dat hij de persoon is die daar richting aan kan geven.’