Noem migratieproblemen geen ‘crisis’

De zomer is van een traditionele komkommertijd veranderd in een crisisseizoen. Twee jaar geleden werden in Syrië chemische wapens gebruikt en maakten de Verenigde Staten zich op om de oorlog in te stappen. Vorig jaar overrompelde IS een grote lap Midden-Oosten, laaide de oorlog in Oekraïne op en werd de MH17 vol Nederlanders boven het strijdtoneel neergeschoten.

Deze zomer lijken immigranten allerlei bressen in ons ‘Fort Europa’ te slaan. ‘Deze zomer staat in het teken van de niet-aflatende stroom vluchtelingen en andere migranten die de veiligheid en welvaart van Europa opzoeken’, schreef de Volkskrant in een themanummer.

Allerlei media besteden opeens veel aandacht aan de huidige immigratie, als nieuwe sociale kwestie van onze tijd. Dat heeft iets geks: of het nu de langetermijnproblemen betreft van assimilatie en integratie, de verdeling van asielzoekers in Europa, of de bewaking, omzeiling en bestorming van Europa’s buiten- en binnengrenzen: het zijn allemaal problemen waar we al decennia mee worstelen. En niet alleen Europa. Wereldwijd zijn migratiestromen in de laatste decennia sterk gegroeid en tal van landen, van Mexico tot Thailand, worstelen met hun eigen migratieproblemen.

Het lijkt wel alsof er nu opeens veel aandacht voor Europa’s migratieprobleem is, omdat dat als ‘crisis’ is benoemd. Helaas garandeert die benadering van immigratie – als een ‘crisis’ die per definitie tijdelijk is – dat de aandacht ook weer zal wegzakken. Dat is de afgelopen twintig jaar al vaak gebeurd. We hadden onder meer de (ex-)Joegoslaven in de jaren negentig, de tentenkampen van Job Cohen, de opening van de ‘Canarische route’ voor migranten, Melilla, Libië en Lampedusa. Allemaal migratieproblemen die als ‘crisis’ werden gedefinieerd en tijdelijk veel aandacht kregen, waarna die weer wegzakte.

De ‘crisisbenadering’ van immigratie heeft iets gratuits: het is alsof we werkelijk geloven dat het probleem dichter bij een oplossing komt als we er veel over schrijven of uitzenden. Veel reportages en uitzendingen over de huidige ‘migratiecrisis’ claimen expliciet dat ze ‘alternatieve’ of ‘fundamentele’ oplossingen voor het probleem onderzoeken of belichten. Dat is meestal niet zo, alleen al omdat het al lang duidelijk is dat er geen ei van Columbus bestaat. Sterker nog: het definiëren van de huidige immigratieproblematiek als ‘crisis’ vervormt het probleem. In het zomernummer van De Groene Amsterdammer belichtte de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben hoe het benoemen en bestrijden van allerlei ‘crises’ steeds meer een politieke truc is geworden die regeringen in staat stelt om dubieuze maatregelen te nemen die in normale tijden niet zouden worden geaccepteerd, of om succes te claimen terwijl de onderliggende problematiek niet is opgelost. Het berichten over migratieproblemen als ‘crisis’ kan zo juist bijdragen aan het wegzakken van de aandacht over een aantal weken.

Een oplossing komt daarmee niet dichterbij. Dat kan ook niet, omdat de basissituatie intact blijft. De toegenomen migratie naar Europa is in de eerste plaats het gevolg van bevolkingsgroei en toenemende mobiliteit wereldwijd. Beide trends blijven in de nabije toekomst bestaan, en de toenemende migratie naar Europa dus ook. De enige werkelijke oplossingen tegen die toegenomen migratie zijn acceptatie en onze landen openstellen, of migranten zonder vragen terugsturen en desnoods doodschieten aan onze grenzen. Tot beide oplossingen zijn Europese regeringen en burgers – terecht – niet bereid. Dat impliceert dat we zullen blijven schipperen tussen onze wens om migratie te stoppen en de morele grenzen die we daarvoor acceptabel vinden. Dat is misschien een onbevredigend verhaal, eerlijk is het wel.