Thema & variaties

Noeri

Voor zover ik weet bestaat er in de Nederlandse taal geen woord voor een ouder die een kind verloren heeft. In het Riffijns-Berbers, de taal van de meeste Marokkanen in Nederland, heet zo’n vader of moeder een noeri. Afgelopen woensdag deed een Marokkaanse noeri haar verhaal op een drukbezochte bijeenkomst voor Marokkaanse vrouwen in de Haagse Schilderswijk. Haar zoon, een jonge twintiger en Syrië-ganger, was onlangs omgekomen in het door oorlog geteisterde land.

Ze was volledig in het wit gekleed: een islamitisch gebruik wanneer iemand uit je directe omgeving is overleden. Het wit symboliseert vrede. Hoewel tranen zijn toegestaan, moet je volgens de islam de dood van een dierbare accepteren als de wil van God. Hij of zij zal je opwachten in het hiernamaals. Een troostende gedachte. Die witte islamitische rouwkleding heeft altijd indruk op me gemaakt, ook nu ik niet meer gelovig ben. Niets zo onbevlekt als het verdriet om het verlies van iemand van wie je houdt.

Van een afstandje keek ik naar de moeder die stilletjes op een stoeltje zat en naar de grond staarde. Een microfoon werd voorzichtig onder haar neus geschoven. ‘Het gaat niet goed met me’, vertelde ze de aanwezige moeders in het Berbers. Ze sprak traag, haar stem klonk hees en krakerig. Ze wilde vertellen over wat het verdriet met haar andere kinderen doet, maar na enkele zinnen sloeg haar stem over. Een laatste piep ontsnapte uit haar keel. Ze was niet meer in staat om haar verhaal af te maken.

Terwijl de vrouwen in de zaal zachtjes snikten om de rouwende moeder_,_ werd haar verhaal door een tolk vertaald voor de bezoekers die geen Berbers verstaan. Er ontstond een discussie over oorzaken van radicalisering. Een aanwezig Tweede-Kamerlid van de PvdA wist het antwoord wel: ouders moeten niet zoveel naar Al Jazeera kijken en meer met hun kinderen praten. De vrouw wier kind net was omgekomen zat slechts een paar meter bij haar vandaan.

De moeder kwam die ochtend nauwelijks meer aan het woord. Politici die de bijeenkomst bijwoonden hielden een lang en weinig bezield _help me help you-_verhaal. Alleen een wijkagente kwam met concrete tips voor bezorgde moeders die vrezen dat hun zoon de volgende is die in handen van ronselaars valt.

Het enige waar de moeder nog een reactie op gaf was een vraag uit het publiek. Iemand wilde graag weten of ze een vermoeden had van de plannen van haar zoon. Dat had ze niet. Ze vertelde dat haar zoon de avond voor zijn vertrek naar Syrië na het gebed bij haar kwam zitten om even te kletsen, zoals ze dat wel vaker deden. Hij zou even emotioneel zijn geworden, maar ze vermoedde nog niets. Volgens de moeder was hij altijd een zachtaardige jongen geweest.

De volgende dag verliet hij het huis met dezelfde rugtas die hij altijd met zich meedroeg als hij naar school ging. Zijn kleren hingen nog in de kast, hij had niets meegenomen. Hij bleek zich goed voorbereid te hebben om zo geruisloos mogelijk te verdwijnen naar Syrië. Toen hij de deur achter zich dicht sloeg kreeg ze een unheimisch gevoel. Ik hoor vaker verhalen van moeders over dat wonderlijke moederinstinct. Maar voor deze moeder kwam het te laat. Een paar maanden na zijn vertrek werd ze een noeri.